Het belangrijkste

Een eiwitspectrum (serumeiwitelektroforese) verdeelt de eiwitten in je bloed in vijf of zes banden: albumine, alfa-1, alfa-2, bèta en gamma. De vorm van de hele curve zegt meer dan één los getal. Een smalle piek, een M-proteïne of M-piek, vraagt om vervolgonderzoek, maar de meeste mensen met zo'n piek krijgen nooit kanker.

Een uitslag van een eiwitspectrum kan er ingewikkeld uitzien: een curve, een rij fracties en soms een zin als "monoklonale band aangetoond". Bij de test legt het laboratorium een druppel serum in een elektrisch veld. Elk eiwit beweegt met zijn eigen snelheid, zodat de eiwitten zich verzamelen in banden die het lab meet en als pieken tekent[1][2]. De Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie noemt de test eiwitelektroforese of serumeiwitelektroforese; het lab let daarbij vooral op de vraag of er één soort eiwit in te grote hoeveelheid wordt gemaakt[12]. Hier lees je de hele uitslag samen met ons: elke fractie, de bekende patronen, wat een M-proteïne betekent en welke tests meestal volgen. Is maar één band afwijkend, dan gaan de aparte pagina's dieper, te beginnen met onze uitleg over gammaglobuline in je bloed, de band waarin de meeste pieken zitten.

Hoe ziet de uitslag van een eiwitspectrum eruit?

Nederlandse laboratoria geven meestal het totaal eiwit, vijf of zes fracties in gram per liter (g/L), soms ook als percentage, een regel voor een eventueel M-proteïne en een korte beoordeling door de klinisch chemicus. Sommige labs splitsen bèta in bèta-1 en bèta-2.

Fictief voorbeeld van een eiwitspectrum-uitslag (Nederlands formaat)
BepalingUitslagReferentieVlag
Totaal eiwit78 g/L65-81 g/L
Albumine39,0 g/L37,5-50,1 g/L
Alfa-1-globuline3,0 g/L1,9-4,6 g/L
Alfa-2-globuline8,5 g/L4,8-10,5 g/L
Bèta-globuline9,5 g/L4,8-11,0 g/L
Gamma-globuline18,0 g/L6,2-15,1 g/LH
M-proteïne (kwantificering)7,2 g/LNiet aantoonbaarA
BeoordelingMonoklonale band in de gammafractie. Immunofixatie: IgG-kappa.
  1. Totaal eiwit: de som van alle banden. Het kan normaal zijn terwijl één band een probleem verbergt, zoals hier.
  2. Albumine: de grootste piek, gemaakt door de lever. Een laag albumine wijst op leverziekte, eiwitverlies via nieren of darmen, slechte voeding of ontsteking[2].
  3. Alfa-1 en alfa-2: bevatten acutefase-eiwitten die stijgen bij ontsteking[2].
  4. Bèta: vooral transferrine (het eiwit dat ijzer vervoert) en complement[2].
  5. Gamma, met vlag H: de band van de antistoffen. Hier is hij te hoog omdat er een smalle piek in zit.
  6. M-proteïne 7,2 g/L: de grootte van het monoklonale eiwit, het getal dat je arts in de loop van de tijd volgt. Een M-proteïne is nooit "normaal"; daarom krijgt het een vlag, ook zonder referentiewaarde.
  7. Immunofixatie IgG-kappa: noemt het type antistof dat de piek vormt[3]. De referentiewaarden komen van één referentielaboratorium, omgerekend naar g/L[4]: lees jouw uitslag altijd met de grenzen van je eigen lab.

Een eiwitspectrum met een curve, vijf fracties en een zin die je niet begrijpt? BloodSense leest je volledige uitslag band voor band met je door en zet de vragen voor je volgende afspraak op een rij.

Leg mijn eiwitspectrum uit

Wat meet elke eiwitfractie op het eiwitspectrum?

Elke band is een familie van eiwitten, niet één eiwit. De tabel geeft gebruikelijke waarden voor volwassenen uit twee Amerikaanse bronnen, omgerekend naar g/L. Referentiewaarden hangen af van de methode (gel of capillair), dus de grenzen van je eigen lab tellen.

Fracties van het eiwitspectrum, wat erin zit en gebruikelijke referentiewaarden voor volwassenen
FractieBelangrijkste eiwittenReferentielab (capillair)[4]MedlinePlus[1]Uitgebreide uitleg
AlbumineAlbumine37,5-50,1 g/L36-48 g/LAlbuminewaarde
Alfa-1Alfa-1-antitrypsine, zuur glycoproteïne1,9-4,6 g/L2-4 g/LAlfa-1-globuline
Alfa-2Haptoglobine, ceruloplasmine, alfa-2-macroglobuline4,8-10,5 g/L6-9 g/LAlfa-2-globuline
Bèta (bèta-1 en bèta-2)Transferrine, complement C3, lipoproteïnen4,8-11,0 g/L6-11 g/LBèta-1 en bèta-2-globuline
GammaImmunoglobulinen (IgG, IgA, IgM)6,2-15,1 g/L8-18 g/LGammaglobuline
Totaal eiwitAlles hierboven samenZie je uitslag65-81 g/LTotaal eiwit in je bloed

Zie je een Amerikaanse waarde in g/dL, vermenigvuldig dan met 10 om g/L te krijgen (3,9 g/dL = 39 g/L). Staat er een percentage, dan is dat het aandeel van die fractie in het totaal eiwit.

Hoe lees je de patronen op een eiwitspectrum?

Artsen kijken naar de vorm van de curve en naar welke banden samen veranderen. Dezelfde stijging van gammaglobuline kan onschuldig of belangrijk zijn, afhankelijk van de vraag of ze breed of smal is[2].

Veelvoorkomende patronen op het eiwitspectrum en waar ze meestal op wijzen
PatroonWat verandertVaak voorkomende oorzaken
Acute ontstekingAlfa-1 en alfa-2 omhoog, albumine soms omlaagInfectie, operatie, letsel, opvlamming van een ontstekingsziekte[2]
Chronische ontsteking (polyklonaal)Brede, ronde stijging van de hele gammabandLangdurige infectie, auto-immuunziekte zoals reumatoïde artritis of lupus (SLE), chronische leverziekte[1][2]
LeverziekteLaag albumine met een brede gammastijgingLevercirrose, chronische hepatitis[1][2]
Eiwitverlies via de nierenLaag albumine, hoog alfa-2Nefrotisch syndroom[1][2]
Monoklonale piek (M-proteïne)Een smalle, scherpe piek, meestal in gamma, soms in bètaMGUS, multipel myeloom, ziekte van Waldenström, amyloïdose[2]
Laag gamma (hypogammaglobulinemie)Vlakke, kleine gammabandMedicijnen die B-cellen remmen, chronische lymfatische leukemie, myeloom, eiwitverlies; zelden een aangeboren afweerstoornis[5]

Veranderingen in één band staan uitgebreid in de aparte uitleg per fractie. Kort gezegd: een hoge bètaband hangt vaak samen met ijzertekort of zwangerschap, een lage alfa-1-band kan wijzen op een alfa-1-antitrypsinetekort, en een lage alfa-2-band op afbraak van rode bloedcellen (hemolyse)[1][2]. Het eiwitspectrum is maar een grove maat voor ontsteking; daarvoor kijkt je arts meestal naar het CRP of de BSE (bezinking).

Wat betekent een M-proteïne of M-piek in je bloed?

Een M-proteïne (monoklonaal eiwit, vroeger vaak paraproteïne genoemd) is een grote hoeveelheid van één en dezelfde antistof, gemaakt door één familie plasmacellen[13]. Het is een bevinding, geen diagnose.

  • Vaak MGUS (monoklonale gammopathie van onbekende betekenis): in een grote studie in Minnesota gevonden bij 3,2% van de mensen van 50 jaar en ouder en bij 5,3% van de 70-plussers[6]. In die studie was de piek bij 63,5% kleiner dan 10 g/L. MGUS geeft geen klachten en gaat bij ongeveer 1% van de mensen per jaar over in een vorm van bloedkanker[7].
  • Mogelijk Smeulend (smouldering) myeloom of de ziekte van Waldenström: een grotere piek of meer plasmacellen in het beenmerg, nog zonder orgaanschade; dit vraagt nauwere controle[7].
  • Zeldzaam Multipel myeloom of AL-amyloïdose: alleen vast te stellen met beenmergonderzoek en tekenen van orgaanschade, zoals een hoog calcium, nierfalen, bloedarmoede of botafwijkingen[8]. Onze uitleg over multipel myeloom (ziekte van Kahler) bespreekt deze criteria.

De grootte van de piek telt, maar is niet het hele verhaal. MGUS betekent: een piek onder 30 g/L, minder dan 10% plasmacellen in het beenmerg en geen orgaanschade[8]. Bij myeloom is de piek meestal groter dan 30 g/L, maar tot een vijfde van de mensen met myeloom heeft een piek onder 10 g/L[2].

In een studie die 1.384 mensen met MGUS 34 jaar volgde, was de kans op overgang naar een kwaadaardige ziekte 10% na 10 jaar en 18% na 20 jaar. De kans was het kleinst (7% na 20 jaar bij een niet-IgM-MGUS) als de piek kleiner was dan 15 g/L en de kappa/lambda-ratio normaal[9].

Welke tests volgen na een afwijkend eiwitspectrum?

Het eiwitspectrum is een eerste overzicht. Welke tests volgen, hangt af van het patroon:

  • Immunofixatie in serum: bepaalt het type monoklonale antistof (IgG, IgA of IgM, kappa of lambda) en kan een piek vinden die te klein is om op de curve te zien[2][3].
  • Vrije lichte ketens kappa en lambda in serum: meet de lichte ketens in het bloed en hun verhouding; dit helpt als een myeloom alleen lichte ketens maakt en geen zichtbare piek geeft[3]. Lees meer over de kappa/lambda-ratio.
  • Immunoglobulinen apart gemeten: IgG, IgA en IgM; bij myeloom is vaak één soort te hoog en zijn de andere te laag[3].
  • Eiwitelektroforese en immunofixatie in urine: vaak in 24-uursurine of ochtendurine, aangeraden als een plasmacelaandoening wordt vermoed[2][3][12].
  • Controle van de organen: volledig bloedbeeld, calcium en kreatinine, om te zoeken naar bloedarmoede, een hoog calcium en nierschade[8].
  • Het eiwitspectrum herhalen: bij een MGUS met laag risico (type IgG, piek onder 15 g/L, normale verhouding van de lichte ketens) na 6 maanden, daarna elke 2 tot 3 jaar als alles stabiel blijft, of eerder bij klachten[7].

Nauwere controle, na 6 maanden en daarna elk jaar, wordt aangeraden als de piek 15 g/L of meer is, als het om IgA of IgM gaat, of als de verhouding van de lichte ketens afwijkt[7]. Tekenen van orgaanschade leiden tot een snelle verwijzing naar de hematoloog[8].

Hoe gaat het bloedprikken voor een eiwitspectrum?

Het is een gewone bloedafname uit een ader in je elleboogplooi; soms wordt ook urine gevraagd[12]. Het lab heeft serum nodig, geen plasma[4]. Veel laboratoria vragen geen speciale voorbereiding, andere vragen tot 12 uur nuchter te blijven[1][4]: volg de instructie die je krijgt, zoals uitgelegd in onze pagina over nuchter bloedprikken. Vertel je arts over recente vaccinaties, infecties en al je medicijnen, ook hormonen, omdat die sommige banden kunnen verschuiven[1][10]. Stop niet op eigen houtje met een medicijn.

Wanneer naar de dokter?

  • Spoed: bel 112 bij plotselinge verwardheid, hevige rugpijn met nieuwe zwakte of gevoelloosheid in de benen, verlies van controle over plas of ontlasting, of als je bijna niet meer plast[14].
  • Binnen 24 tot 48 uur bel je je huisarts, of buiten kantooruren de huisartsenpost[14], als een afwijkend eiwitspectrum samengaat met nieuwe botpijn, extreme dorst, steeds terugkerende infecties met koorts, snel opzwellende benen of erg schuimende urine.
  • Bij je volgende afspraak bij een kleine M-piek zonder klachten, een brede gammastijging of een licht afwijkend albumine: dat wordt rustig besproken en meestal opnieuw gecontroleerd.

Vragen om aan je arts te stellen

  1. Is mijn gammastijging breed (polyklonaal) of een smalle piek (monoklonaal)?
  2. Als er een M-proteïne is: hoe groot is het, en welk type is het bij de immunofixatie?
  3. Heb ik een test op lichte ketens, urineonderzoek, beenmergonderzoek of een verwijzing naar de hematoloog nodig?
  4. Heb ik een laag risico, en wanneer moet het eiwitspectrum worden herhaald?
  5. Kan mijn afwijkende albumine of alfa-2 komen door mijn lever, mijn nieren of een recente ziekte?

Veelgestelde vragen

Is een eiwitspectrum een test op kanker?

Nee. Het is een algemeen beeld van de eiwitten in je bloed, dat ontsteking, lever- of nierziekte en afweerproblemen kan laten zien. Het wordt wel gebruikt om monoklonale eiwitten op te sporen, maar de meeste gevonden pieken blijken MGUS te zijn, en dat is geen kanker[6][7].

Kan een normaal eiwitspectrum multipel myeloom missen?

Ja, soms. Sommige myelomen maken alleen lichte ketens, die niet altijd een zichtbare piek geven; ongeveer 10% van de mensen met myeloom heeft juist een lage gammaband[2]. Daarom worden immunofixatie en een test op lichte ketens toegevoegd als myeloom wordt vermoed[3].

Kan een M-proteïne weer verdwijnen?

Een M-proteïne bij MGUS blijft meestal jarenlang stabiel; de controles zijn bedoeld om na te gaan dat het niet groeit[7]. Je arts vertelt je hoe vaak de test moet worden herhaald.

Wat is het verschil tussen eiwitelektroforese in bloed en in urine?

Elektroforese van serum bekijkt de eiwitten in het bloed. Elektroforese van urine zoekt naar eiwitten die in de urine terechtkomen, zoals lichte ketens (Bence Jones-eiwit), die in bloed gemist kunnen worden[3][10][13].

Kan uitdroging de uitslag veranderen?

Ja. Uitdroging maakt het bloed geconcentreerder en kan albumine en totaal eiwit verhogen; een recente vaccinatie of infectie kan de antistoffen in de gammaband laten stijgen[10]. Een twijfelachtige uitslag wordt vaak gewoon herhaald.

Gerelateerde tests en artikelen

Bronnen

  1. MedlinePlus Medical Encyclopedia. Serum protein electrophoresis. medlineplus.gov (geraadpleegd op 2 november 2026)
  2. O'Connell TX, Horita TJ, Kasravi B. Understanding and interpreting serum protein electrophoresis. Am Fam Physician. 2005;71(1):105-112. aafp.org (PubMed 15663032, geraadpleegd op 2 november 2026)
  3. American Cancer Society. Tests to find multiple myeloma. cancer.org (geraadpleegd op 2 november 2026)
  4. ARUP Laboratories. Protein electrophoresis, serum (test 0050640): reference intervals, specimen and turnaround. aruplab.com (geraadpleegd op 2 november 2026)
  5. Patel SY, Carbone J, Jolles S. The expanding field of secondary antibody deficiency: causes, diagnosis, and management. Front Immunol. 2019;10:33. doi:10.3389/fimmu.2019.00033 (geraadpleegd op 2 november 2026)
  6. Kyle RA, Therneau TM, Rajkumar SV, et al. Prevalence of monoclonal gammopathy of undetermined significance. N Engl J Med. 2006;354(13):1362-1369. doi:10.1056/NEJMoa054494 (geraadpleegd op 2 november 2026)
  7. Kyle RA, Durie BGM, Rajkumar SV, et al. Monoclonal gammopathy of undetermined significance (MGUS) and smoldering (asymptomatic) multiple myeloma: IMWG consensus perspectives risk factors for progression and guidelines for monitoring and management. Leukemia. 2010;24(6):1121-1127. doi:10.1038/leu.2010.60 (geraadpleegd op 2 november 2026)
  8. Rajkumar SV, Dimopoulos MA, Palumbo A, et al. International Myeloma Working Group updated criteria for the diagnosis of multiple myeloma. Lancet Oncol. 2014;15(12):e538-e548. doi:10.1016/S1470-2045(14)70442-5 (geraadpleegd op 2 november 2026)
  9. Kyle RA, Larson DR, Therneau TM, et al. Long-term follow-up of monoclonal gammopathy of undetermined significance. N Engl J Med. 2018;378(3):241-249. doi:10.1056/NEJMoa1709974 (geraadpleegd op 2 november 2026)
  10. Testing.com. Protein electrophoresis and immunofixation electrophoresis. testing.com (geraadpleegd op 2 november 2026)
  11. Rijksoverheid. Misverstanden over de zorgverzekering. rijksoverheid.nl (geraadpleegd op 2 november 2026)
  12. Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde (NVKC), Alles over testen. Eiwitelektroforese. allesovertesten.nl (geraadpleegd op 2 november 2026)
  13. UMCG Hematologie (Hematologie Groningen). Multipel myeloom / ziekte van Kahler. hematologiegroningen.nl (geraadpleegd op 2 november 2026)
  14. Thuisarts.nl (NHG). Spoed: wie bel je? thuisarts.nl (geraadpleegd op 2 november 2026)

Dit artikel geeft algemene informatie over gezondheid. Het vervangt geen onderzoek, diagnose of behandeling door een arts. Een afwijkend eiwitspectrum moet door je arts worden beoordeeld, samen met je klachten en andere uitslagen.