Multipel myeloom (ziekte van Kahler): symptomen, bloedwaarden en behandeling

Multipel myeloom, ook wel de ziekte van Kahler genoemd, is kanker van de plasmacellen: de afweercellen in het beenmerg die normaal antistoffen maken. Als één kloon van plasmacellen zich ongeremd vermenigvuldigt, verdringt die het gezonde beenmerg en overspoelt hij het bloed met één afwijkende antistof, het M-proteïne (paraproteïne). Dat eiwit, en de schade die het langzaam aan botten en nieren geeft, verklaart waarom de ziekte vaak eerst wordt vermoed door een gewone labuitslag en niet door een opvallende klacht.
In dit artikel lees je hoe de ziekte ontstaat, welke symptomen aandacht verdienen, welke bloed- en urinewaarden een hematoloog bekijkt, hoe stadiëring en behandeling nu werken en wat recent onderzoek heeft veranderd. Elke waarde die hier staat, hoort bij onderzoek dat door een arts wordt geleid.
Wat is multipel myeloom?
Multipel myeloom is een vorm van beenmergkanker waarbij plasmacellen ongecontroleerd delen en een afwijkend eiwit maken. Plasmacellen zijn de eindvorm van B-lymfocyten, de witte bloedcellen die antistoffen tegen infecties maken. Gezond beenmerg bevat veel verschillende plasmacellen, die elk een iets andere antistof maken. Bij myeloom krijgt één plasmacel genetische veranderingen, kopieert zichzelf steeds opnieuw, en al zijn nakomelingen maken dezelfde ene antistof of hetzelfde antistofstukje, dat nergens goed voor is.
Daaruit volgen twee problemen. De groeiende kloon neemt ruimte in die de gezonde bloedaanmaak nodig heeft, waardoor rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes dalen. Tegelijk gaat het afwijkende eiwit door de nieren, en de tumor geeft signalen af die bot sneller afbreken dan het lichaam het kan herstellen.
Volgens IKNL krijgen in Nederland jaarlijks ongeveer 1.400 volwassenen de diagnose multipel myeloom. Het komt vaker voor bij mannen (59%), en de helft van de patiënten is 70 jaar of ouder bij de diagnose. Dankzij meer behandelmogelijkheden is de overleving in 30 jaar meer dan verdubbeld, maar de ziekte is nog steeds niet te genezen.
Hoe krijg je multipel myeloom?
Je krijgt multipel myeloom door een afwijking in het DNA van een plasmacel die het lichaam niet herstelt, waarna de cel ongeremd gaat delen. De eerste genetische veranderingen zetten meestal groeigenen aan in de plasmacel, door verwisselingen tussen chromosomen of extra kopieën van een deel van chromosoom 1. Over de jaren stapelen zich meer veranderingen op, wat een reden is waarom myeloom vooral een ziekte op latere leeftijd is. Sommige, zoals het verlies van een stukje van chromosoom 17, wijzen op een agressievere vorm en bepalen mee welke behandeling een specialist aanraadt.
MGUS en smeulend myeloom, de stille voorstadia
Bijna elk geval wordt voorafgegaan door een monoklonale gammopathie van onbepaalde betekenis, afgekort MGUS: een kleine hoeveelheid M-proteïne zonder schade aan organen. MGUS komt veel voor, en de meeste mensen die het hebben, krijgen nooit bloedkanker. Smeulend myeloom zit tussen MGUS en actieve ziekte in, met meer afwijkende plasmacellen in het beenmerg maar nog steeds zonder schade aan organen. Het onderscheid is belangrijk, omdat het bepaalt of iemand wordt gecontroleerd of behandeld.
Wat zijn de symptomen van multipel myeloom?
De symptomen van multipel myeloom zijn vooral botpijn, moeheid door bloedarmoede, veel dorst, verstopping, nierproblemen en vaak infecties, maar vroeg myeloom geeft vaak helemaal geen klachten. Een flink deel van de diagnoses begint met een onverwachte labuitslag. Als er wel klachten zijn, komen die door vier soorten schade die specialisten samenvatten met de letters CRAB.
Het CRAB-patroon waar artsen naar zoeken
Volgens patiëntenvereniging Hematon vallen de belangrijkste klachten onder deze Engelse CRAB-criteria:
- Calcium: kalk die vrijkomt uit afgebroken bot. Dat geeft dorst, vaak plassen, verstopping, misselijkheid, tintelingen, sufheid en soms hartritmestoornissen.
- Renaal (nieren): een slechtere nierfunctie, eerst vaak zonder klachten en alleen te zien in een bloedtest. Je plast minder of juist meer.
- Anemie: bloedarmoede, waardoor je moe bent, bleek ziet en bij weinig inspanning al kortademig wordt.
- Bot: pijn in rug, ribben, borst of heupen, en botbreuken na een kleine belasting. Door druk op zenuwen of ruggenmerg kunnen ook verlammingen of gevoelsstoornissen ontstaan.
Wat zijn de eerste tekenen van Kahler?
De eerste tekenen van Kahler zijn vaak klachten die makkelijk aan iets anders worden toegeschreven, waardoor de diagnose vaak laat komt. Aanhoudende rugpijn die aan slijtage wordt geweten, steeds terugkerende luchtweg- of blaasontstekingen, onverklaard afvallen, tintelingen in de voeten en moeheid die niet overgaat met rust zijn allemaal reden om naar je huisarts te gaan, zeker als ze samen voorkomen. De verdringing in het beenmerg geeft vaak bloedarmoede. Daarom wordt een onverklaard laag Hb bij een oudere meestal onderzocht in plaats van alleen met ijzer behandeld. In Nederland staat Hb in mmol/L op je uitslag; volgens Thuisarts is er sprake van bloedarmoede onder 8,5 mmol/L bij mannen en 7,5 mmol/L bij vrouwen.
Oorzaken en risicofactoren
Niets wat je doet, veroorzaakt myeloom, en het is nu niet te voorkomen. Onderzoek heeft factoren gevonden die de kans vergroten, niet de zekerheid.
- Leeftijd: de meeste diagnoses vallen na het 60e jaar; in Nederland is de helft van de patiënten bij de diagnose 70 of ouder.
- Geslacht: mannen krijgen de diagnose iets vaker dan vrouwen.
- Afkomst: in de Verenigde Staten komt myeloom ongeveer twee keer zo vaak voor bij zwarte als bij witte Amerikanen, en ook MGUS ontstaat daar eerder.
- Familie: een ouder, broer of zus met myeloom of MGUS verhoogt het risico een beetje.
- Een bestaande MGUS of smeulend myeloom, de sterkste losse voorspeller.
- Overgewicht, en bepaalde blootstellingen op het werk of in de omgeving, waarvoor het bewijs minder zeker is.
Mayo Clinic publiceert een overzicht voor patiënten van de risicofactoren voor multipel myeloom.
Hoe wordt multipel myeloom vastgesteld?
De diagnose rust op drie pijlers: labonderzoek dat het afwijkende eiwit en de gevolgen ervan opspoort, een beenmergonderzoek dat de afwijkende plasmacellen telt, en beeldvorming die naar botschade zoekt. Volgens IKNL wordt bij een vermoeden van myeloom beenmergonderzoek gedaan om het percentage plasmacellen vast te stellen, en bloedonderzoek om te bepalen welk type antistof de woekerende cellen maken. Geen enkele uitslag is op zichzelf beslissend.
Multipel myeloom bloedwaarden en urinewaarden
Het onderzoek begint meestal met gewoon bloedonderzoek: de hematoloog vraagt een volledig bloedbeeld aan. Daarna volgen eiwitonderzoek en chemie. De tabel hieronder laat zien wat elke test bijdraagt.
| Test | Wat het meet | Waarom het belangrijk is bij myeloom |
|---|---|---|
| Volledig bloedbeeld | Rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes | Vindt bloedarmoede en lage waarden door verdringing in het beenmerg |
| Eiwitspectrum (serumeiwitelektroforese) | De grootte van elke eiwitband in het bloed | Laat één scherpe piek zien, het M-proteïne, meestal in de gammazone |
| Immunofixatie | Bij welk antistoftype de piek hoort | Benoemt het precieze type, bijvoorbeeld IgG-kappa |
| Vrije lichte ketens in serum | Losse antistofstukjes in het bloed | Vindt myeloom dat alleen stukjes maakt, en volgt de reactie op behandeling |
| Totaal eiwit en albumine | De eiwitbalans in het serum | Een hoog totaal eiwit met een laag albumine wijst vaak op een monoklonaal eiwit |
| Calcium | Calcium in het bloed | Hoge waarden wijzen op actieve botafbraak en vragen snelle beoordeling |
| Kreatinine en eGFR | Filtercapaciteit van de nieren | Slechtere waarden wijzen op schade aan de nieren door lichte ketens |
| Bèta-2-microglobuline en LDH | Hoeveelheid tumor en celomzet | Samen met de genetica gebruikt om een stadium te bepalen |
| 24-uurs urine met eiwitelektroforese | Eiwit dat in een hele dag met de urine verloren gaat | Vindt lichte ketens die door de nieren gaan |
Een aantal van deze regels ken je misschien al van gewone controles. Het bloedbeeld geeft het hemoglobine, en een gewoon chemiepanel meet het totaal eiwit in het bloed. Hetzelfde panel geeft het totaal calcium, terwijl de nieren worden gevolgd met het kreatinine, in Nederland in µmol/L. Labs berekenen daarnaast de eGFR (geschatte nierfunctie).
Het eiwitonderzoek is het deel dat de meeste mensen nooit eerder zagen. Het eiwitspectrum scheidt de bloedeiwitten in banden en meet de gammaglobulinefractie, waar de meeste M-proteïnen zitten. Hetzelfde spectrum toont ook de bèta-2-globulinefractie, waar een kleiner deel ervan zit. Zijn de nieren betrokken, dan kan het team een 24-uurs urineverzameling aanvragen.
Beenmergonderzoek en beeldvorming
Een stukje beenmerg, onder plaatselijke verdoving uit de achterkant van de heup genomen, laat zien welk percentage van het beenmerg uit klonale plasmacellen bestaat en maakt genetisch onderzoek van die cellen mogelijk. Beeldvorming is verder dan gewone röntgenfoto’s: een lagedosis-CT van het hele lichaam, MRI of PET-CT vindt botafwijkingen veel eerder.
Wat de criteria voor de diagnose vragen
Een overzicht uit 2024 van een hematoloog van de Mayo Clinic beschrijft de moderne definitie: minstens tien procent klonale plasmacellen in het beenmerg, of een met een biopt bewezen plasmaceltumor, plus minstens één ‘myeloom-definiërende gebeurtenis’. Dat is de CRAB-schade hierboven, of een van drie markers: zestig procent of meer klonale plasmacellen, een heel hoge verhouding tussen de betrokken en niet-betrokken vrije lichte ketens, of meer dan één afwijking op de MRI. Via die markers kan de behandeling beginnen voordat er schade aan organen is.
Stadiëring
Voor de stadiëring wordt het herziene International Staging System gebruikt, dat albumine, bèta-2-microglobuline, LDH en het genetische profiel van de plasmacellen samenvoegt tot drie stadia. Een stadium is een hulpmiddel om te plannen en een statistisch gemiddelde, geen voorspelling voor één persoon.
Behandeling van multipel myeloom
Eerste behandeling met combinaties
De moderne eerste behandeling combineert drie of vier soorten middelen die de plasmacel op verschillende manieren aanvallen: een proteasoomremmer zoals bortezomib, een immunomodulerend middel zoals lenalidomide, een corticosteroïd zoals dexamethason, en steeds vaker een antistof tegen het CD38-kenmerk op de plasmacel. Ze worden in kuren over een aantal maanden gegeven, meestal poliklinisch. Volgens IKNL zijn voor mensen die geen stamceltransplantatie krijgen combinaties mogelijk van daratumumab met lenalidomide en dexamethason, of van melfalan, prednison en bortezomib.
Stamceltransplantatie
Voor fitte patiënten blijft hoge dosis chemotherapie, gevolgd door het teruggeven van eerder verzamelde eigen stamcellen (autologe stamceltransplantatie), een standaardstap. De teruggegeven cellen herstellen het beenmerg na de chemotherapie; het is geen transplantaat van een donor. Volgens IKNL kreeg tien jaar geleden niemand van 66 tot 70 jaar een transplantatie, en in 2023 was dat 40% in die leeftijdsgroep. Sommige mensen met een standaardrisico laten nu hun stamcellen verzamelen en stellen de transplantatie uit tot een eerste terugval.
Als de ziekte terugkomt
Myeloom komt meestal terug, en latere behandelingen worden gekozen uit een groeiend aanbod. Twee nieuwere groepen richten zich op BCMA, een eiwit op het oppervlak van de myeloomcel: CAR-T-celtherapie, waarbij de eigen T-cellen van de patiënt worden aangepast om het te herkennen, en bispecifieke antistoffen, die een T-cel letterlijk aan een myeloomcel koppelen.
Ondersteunende zorg is net zo belangrijk
- Botbescherming met bisfosfonaten of denosumab, en zo nodig bestraling van een pijnlijke plek. Botziekte door myeloom kan lijken op botontkalking (osteoporose), al verschillen de doelen van de behandeling.
- Bescherming van de nieren: veel drinken, waar mogelijk geen ontstekingsremmende pijnstillers en contrastmiddelen, en het niveau van de lichte ketens snel verlagen. Onbehandelde neerslag van lichte ketens kan chronische nierschade geven.
- Infecties voorkomen met vaccinaties, en soms preventieve antibiotica of het aanvullen van antistoffen.
Wanneer ga je naar de huisarts?
Geen van de volgende punten bewijst myeloom. Allemaal zijn ze reden voor een afspraak bij je huisarts.
- Botpijn in rug, ribben of heupen die langer dan een paar weken duurt, je ’s nachts wakker maakt of na een kleine belasting begon.
- Een botbreuk na een val die niets had mogen breken.
- Moeheid met kortademigheid, of een laag Hb bij een gewone controle.
- Steeds terugkerende infecties in korte tijd.
- Veel dorst, vaak plassen, verstopping en verwardheid samen. Dat kan wijzen op een hoog calcium; bel dan dezelfde dag je huisarts of de huisartsenpost.
- Een kreatinine dat steeds stijgt, of urine die blijvend schuimt.
- Een labuitslag waarop een monoklonaal eiwit, paraproteïne of een afwijkende verhouding van vrije lichte ketens staat.
Neem je eerdere labuitslagen mee naar de afspraak. Eén losse waarde zegt weinig; de richting over maanden zegt veel.
Leven met multipel myeloom
De overleving is de afgelopen decennia sterk verbeterd, en veel mensen leven nu met myeloom als een langdurige ziekte, met afwisselend fases van behandeling en rust. Volgens IKNL blijft er wel oversterfte onder patiënten jonger dan 70 vergeleken met de algemene bevolking, en is leeftijd een belangrijke voorspeller van overleving. Controles gebeuren vooral met labonderzoek: het M-proteïne of de vrije lichte ketens worden regelmatig gemeten, samen met het bloedbeeld, calcium en de nierfunctie. Een stijgende waarde opent een gesprek, geen automatische wijziging van de behandeling.
Praktische maatregelen helpen. Beweging met gewichtsbelasting die past bij de sterkte van je botten, genoeg drinken, vaccinaties, een tandartscontrole voordat je botbeschermende middelen begint en een duidelijke lijst met medicijnen die je moet vermijden, verminderen allemaal complicaties. Moeheid en de emotionele last van een langdurige kankerdiagnose zijn goede redenen om steun te vragen, bijvoorbeeld bij Hematon, en geen dingen om stil te verdragen.
Nieuwe wetenschappelijke inzichten
Het onderzoek van de afgelopen drie jaar heeft veranderd hoe deze ziekte wordt opgespoord, gevolgd en behandeld. Dit vond het belangrijkste werk, en wat het in de praktijk betekent.
Referentiewaarden voor vrije lichte ketens waren te ruim
Een landelijk screeningsonderzoek in IJsland mat vrije lichte ketens bij tienduizenden volwassenen en vond dat de referentiewaarden die labs al lang gebruiken, veel meer mensen markeren dan nodig. Met nieuwe, voor leeftijd aangepaste waarden daalde het aantal mensen met een ‘afwijkende’ lichte keten met meer dan vier op de vijf, en niemand die opnieuw als normaal werd ingedeeld, kreeg in ongeveer vijf jaar een bloedziekte.
Wat betekent dit voor jou: een vrije lichte keten buiten de referentiewaarden op één uitslag is vaak geen teken van kanker, zeker niet bij ouderen en bij mensen bij wie de nieren minder goed filteren. Het is een reden voor je arts om naar het hele plaatje te kijken, geen reden om het ergste te denken.
MGUS komt veel voor, en gericht testen werkt het best
Een review uit 2025 in een toonaangevend tijdschrift voor interne geneeskunde concludeerde dat MGUS bij bijna één op de twintig volwassenen voorkomt, en dat de kans op overgang naar een kwaadaardige ziekte ongeveer een half tot één procent per jaar is. De auteurs vinden dat testen op M-proteïne bewaard moet worden voor situaties waarin een plasmacelziekte of de bijbehorende orgaanschade echt wordt vermoed.
Wat betekent dit voor jou: is er bij jou een M-proteïne gevonden, dan is verreweg de meest waarschijnlijke uitkomst stabiele controle zonder klachten. Bij laag-risico MGUS kan een beenmergonderzoek en uitgebreide beeldvorming meestal achterwege blijven.
Smeulend myeloom: goed volgen of vroeg behandelen
Een review uit 2026 van een groot kankercentrum beschreef hoe specialisten nu laag-risico smeulend myeloom, dat zich ongeveer als MGUS gedraagt, onderscheiden van hoog-risico smeulend myeloom, waarbij bijna de helft van de patiënten binnen twee jaar actieve ziekte krijgt. Voor de hoog-risicogroep worden zowel vroeg behandelen als zorgvuldig volgen als redelijk gezien, en de keuze wordt samen met de patiënt gemaakt na het afwegen van voordelen tegen bijwerkingen.
Wat betekent dit voor jou: een diagnose smeulend myeloom is geen spoedgeval, maar de risicogroep verandert het plan echt. Daarom is het eerste onderzoek zo grondig.
Vier middelen tegelijk bij een nieuwe diagnose
Een grote gerandomiseerde studie uit 2024 voegde een antistof tegen CD38, isatuximab, toe aan de standaardcombinatie van drie middelen bij patiënten die geen transplantatie konden krijgen. In een gerandomiseerde studie bepaalt het toeval wie welke behandeling krijgt; daardoor is de vergelijking betrouwbaar. Het vierde middel hield de ziekte duidelijk langer onder controle, en een andere studie uit 2025 kwam met daratumumab tot een vergelijkbare conclusie.
Wat betekent dit voor jou: een eerste behandeling met vier middelen is nu een gewoon startpunt, ook voor ouderen die vroeger minder kregen. Het betekent ook meer afspraken en meer bijwerkingen om in de gaten te houden.
Labuitslagen gaan de intensiteit van de behandeling sturen
In een studie uit 2025 deden patiënten bij wie het beenmerg na een sterke behandeling met vier middelen geen meetbare restziekte meer liet zien (minder dan één myeloomcel per honderdduizend normale cellen, gemeten met een heel gevoelige techniek) het met extra kuren van dezelfde middelen net zo goed als met een stamceltransplantatie.
Wat betekent dit voor jou: heel gevoelig labonderzoek gaat van onderzoek naar beslissingen in de zorg. Deze resultaten zijn recent en vragen langere opvolging voordat de praktijk overal verandert, maar de richting is behandeling op maat van de gemeten reactie in plaats van alleen volgens protocol.
Nierschade herstelt beter als die vroeg wordt gevonden
Een review uit 2024 over nierziekte bij myeloom benadrukte dat de meest voorkomende vorm van nierschade ontstaat doordat lichte ketens neerslaan in de nierbuisjes, dat deze schade vaak het myeloom zelf aan het licht brengt, en dat het herstel van de nieren sterk afhangt van hoe snel en hoe diep het niveau van de vrije lichte ketens wordt verlaagd.
Wat betekent dit voor jou: een nierwaarde die de verkeerde kant op gaat, verdient snelle aandacht in plaats van afwachten, en de vrije lichte ketens zijn de waarde die het nauwst samenhangt met het herstel van de nierfunctie.
Woordenlijst
| Begrip | Uitleg |
|---|---|
| Plasmacel | Een rijpe witte bloedcel in het beenmerg die antistoffen tegen infecties maakt. |
| M-proteïne | Ook monoklonaal eiwit of paraproteïne. De ene identieke antistof die een myeloomkloon in grote hoeveelheden maakt. |
| Vrije lichte ketens | Kleine antistofstukjes die los in het bloed zitten, niet vast aan een complete antistof. Gemeten als kappa en lambda. |
| Eiwitspectrum (serumeiwitelektroforese) | Een labtechniek die bloedeiwitten scheidt in banden op grootte en lading, waardoor een afwijkende piek zichtbaar wordt. |
| CRAB | Een ezelsbruggetje voor de vier soorten orgaanschade bij actief myeloom: calcium, nieren (renaal), anemie, bot. |
| MGUS | Monoklonale gammopathie van onbepaalde betekenis. Een kleine hoeveelheid M-proteïne zonder orgaanschade en zonder behandeling. |
| Smeulend myeloom | Een tussenstadium met meer afwijkende plasmacellen dan bij MGUS, maar nog zonder orgaanschade. |
| Hypercalciëmie | Een calcium in het bloed boven de referentiewaarden, bij myeloom een teken van botafbraak. |
| Beenmergonderzoek | Een stukje beenmerg uit het heupbot om plasmacellen te tellen en hun genetica te onderzoeken. |
| Meetbare restziekte (MRD) | Heel kleine aantallen overgebleven myeloomcellen die alleen met heel gevoelige labmethoden te vinden zijn. |
Veelgestelde vragen
Wat is vaak het eerste teken van multipel myeloom?
Er is niet één eerste teken. Bij veel mensen is de vroegste aanwijzing een afwijkende labwaarde die om een andere reden werd gevonden, zoals een laag Hb, een hoog totaal eiwit, een verhoogd calcium of een kreatinine dat is gestegen. Als er eerst een klacht is, is dat meestal aanhoudende botpijn in rug, ribben of heupen die zich niet gedraagt als gewone spierpijn. Omdat deze bevindingen veel andere verklaringen hebben, is de volgorde altijd dezelfde: je arts zet de uitslag in context en besluit dan of eiwitonderzoek nodig is.
Kan gewoon bloedonderzoek multipel myeloom aantonen?
Gewoon bloedonderzoek kan een vermoeden wekken, maar de diagnose niet bevestigen. Een standaard chemiepanel kan een hoog totaal eiwit, een laag albumine, een verhoogd calcium of een slechtere nierfunctie laten zien, en een bloedbeeld kan bloedarmoede tonen. Voor de bevestiging van een plasmacelziekte is specifiek eiwitonderzoek nodig: een eiwitspectrum, immunofixatie en vrije lichte ketens, meestal gevolgd door beenmergonderzoek en beeldvorming. Die extra testen vraagt een arts aan als het totale beeld daar reden voor geeft.
Wat is de levensverwachting van iemand met multipel myeloom?
De levensverwachting bij multipel myeloom verschilt sterk per persoon en hangt af van het stadium, de genetica, de nierfunctie, de leeftijd en de algemene gezondheid. Volgens IKNL is de overleving in 30 jaar meer dan verdubbeld, maar is de prognose voor oudere patiënten slechter dan voor jongere. Veel mensen leven nu jaren met de ziekte, met afwisselend behandeling en rust. Alleen je hematoloog kan een zinvolle inschatting geven voor jouw situatie.
Is multipel myeloom te genezen?
Myeloom wordt meestal beschreven als goed te behandelen maar niet te genezen, en de meeste mensen maken periodes van rust en terugval door. Dat beeld is de afgelopen twintig jaar hoopvoller geworden: combinatiebehandelingen, transplantatie en nieuwere afweerbehandelingen hebben de overleving flink verlengd, en een minderheid blijft vele jaren zonder meetbare ziekte.
Hoe sterf je aan de ziekte van Kahler?
Mensen die aan de ziekte van Kahler overlijden, overlijden meestal aan complicaties, zoals ernstige infecties door een verzwakte afweer, nierfalen, bloedarmoede of gevolgen van botschade. In de laatste fase ligt de nadruk op comfort en het verlichten van pijn en andere klachten. Volgens IKNL krijgt een deel van de oudere patiënten met symptomatisch myeloom geen behandeling. Bespreek met je hematoloog en huisarts wat jij wilt, ook voor de laatste levensfase.
Zijn de symptomen anders bij vrouwen?
De ziekte verloopt bij mannen en vrouwen grotendeels hetzelfde, en het CRAB-patroon is gelijk. Myeloom wordt iets vaker bij mannen vastgesteld. Wat in de praktijk verschilt, is hoe klachten worden uitgelegd: rugpijn en moeheid bij een vrouw na de overgang worden eerst vaak aan botontkalking of de overgang toegeschreven, waardoor het eiwitonderzoek later komt. Vertel daarom erbij dat de pijn aanhoudt, je slaap verstoort of na een klein incident begon.
Is multipel myeloom erfelijk?
Myeloom is geen erfelijke ziekte zoals sommige aandoeningen die direct van ouder op kind overgaan, en er is geen standaard erfelijkheidstest voor familieleden. Een ouder, broer of zus met myeloom of MGUS verhoogt je eigen risico wel een beetje, dus het is nuttige informatie voor je huisarts. De genetische veranderingen die de ziekte aandrijven, ontstaan tijdens het leven in één plasmacel en zijn niet vanaf de geboorte in elke cel aanwezig.
Komt botpijn bij myeloom en gaat die weer weg?
Dat kan, vooral in het begin. Pijn door een verzwakt bot wordt vaak erger bij bewegen en minder bij rust, dus ze kan wekenlang lijken te wisselen. Het verschil met gewone rugpijn door belasting is dat ze in de tijd blijft, je ’s nachts wakker kan maken en plotseling en hevig kan worden als er een kleine breuk ontstaat. Pijn die verandert, constant wordt of na een kleine stoot begon, moet worden beoordeeld en niet alleen met pijnstillers van de drogist worden behandeld.
Bronnen
- IKNL — Multipel myeloom, cijfers uit de Nederlandse Kankerregistratie — iknl.nl, 2026 — iknl.nl
- Hematon — Symptomen bij Kahler — hematon.nl, geraadpleegd 2026 — hematon.nl
- Thuisarts (NHG) — Ik heb bloedarmoede — Thuisarts.nl, geraadpleegd 2026 — thuisarts.nl
- Mayo Clinic — Multiple myeloma: symptoms and causes, 2025 (Engelstalig) — mayoclinic.org
- MedlinePlus, National Library of Medicine — Multiple myeloma, 2025 (Engelstalig) — medlineplus.gov
- Cleveland Clinic — Multiple myeloma: diagnosis, staging and treatment, 2025 (Engelstalig) — my.clevelandclinic.org
- Rajkumar SV — Multiple myeloma: 2024 update on diagnosis, risk-stratification, and management — American Journal of Hematology, 2024 (Engelstalig) — doi.org/10.1002/ajh.27422
- Liu Y, Parks AL — Diagnosis and management of monoclonal gammopathy of undetermined significance: a review — JAMA Internal Medicine, 2025 (Engelstalig) — doi.org/10.1001/jamainternmed.2024.8124
- Einarsson Long T, Rognvaldsson S, Thorsteinsdottir S, et al. — New definition of light chain monoclonal gammopathy of undetermined significance — JAMA Oncology, 2025 (Engelstalig) — doi.org/10.1001/jamaoncol.2025.1285
- Zanwar S, Kumar S, Rajkumar SV — Diagnosis, risk stratification and management of smouldering multiple myeloma — Nature Reviews Clinical Oncology, 2026 (Engelstalig) — doi.org/10.1038/s41571-026-01119-0
- Facon T, Dimopoulos MA, Leleu XP, et al. — Isatuximab, bortezomib, lenalidomide, and dexamethasone for multiple myeloma — New England Journal of Medicine, 2024 (Engelstalig) — doi.org/10.1056/NEJMoa2400712
- Usmani SZ, Facon T, Hungria V, et al. — Daratumumab plus bortezomib, lenalidomide and dexamethasone for transplant-ineligible or transplant-deferred newly diagnosed multiple myeloma: the randomized phase 3 CEPHEUS trial — Nature Medicine, 2025 (Engelstalig) — doi.org/10.1038/s41591-024-03485-7
- Perrot A, Moreau P, Avet-Loiseau H, et al. — Measurable residual disease-guided therapy in newly diagnosed myeloma — New England Journal of Medicine, 2025 (Engelstalig) — doi.org/10.1056/NEJMoa2505133
- Bridoux F, Leung N, Nasr SH, et al. — Kidney disease in multiple myeloma — La Presse Medicale, 2024 (Engelstalig) — doi.org/10.1016/j.lpm.2024.104264
Verder lezen
- Wie bloedkankers vergelijkt, leest vaak de uitleg over leukemie en de behandeling.
- Een andere kanker van het afweersysteem staat in de uitleg over lymfoom en de behandeling.
- Bij onderzoek naar onverklaarde moeheid hoort vaak de BSE (bezinking).
- Eiwitonderzoek is makkelijker te volgen als je de albuminewaarde in het bloed begrijpt.
- De werking van het beenmerg zie je ook terug in het aantal bloedplaatjes.
Begrijp je labuitslag met BloodSense
Plasmacelziekten volg je via getallen op papier: totaal eiwit, albumine, calcium, kreatinine, hemoglobine en vrije lichte ketens, steeds opnieuw gemeten. Weten wat elke waarde betekent en of die beweegt, maakt die afspraken veel minder verwarrend. BloodSense leest je labuitslag van bloed, urine en ontlasting en legt die uit in gewone taal, met een lijst met vragen om aan je huisarts of hematoloog te stellen. Het BloodSense-rapport wordt gemaakt door kunstmatige intelligentie, alleen ter informatie. Het is geen diagnose en geen behandeladvies, en het vervangt het oordeel van je arts niet.



