IgG in je bloed: normale waarde, IgG te hoog of te laag en wat het betekent

IgG (immunoglobuline G) is de antistof die het meest in je bloed voorkomt, en de antistof die het grootste deel van je afweergeheugen op lange termijn draagt. Een IgG-bepaling meet hoeveel IgG er in je bloed zit. Artsen vragen de test aan bij vaak terugkerende infecties, een onverklaarde stijging van de bloedeiwitten, een vermoeden van een auto-immuunziekte, of om na te gaan of je eerder in contact bent geweest met een bepaalde ziekteverwekker. Het getal op je uitslag is maar de helft van het verhaal: de referentiewaarden verschillen per laboratorium en per leeftijd, en het maakt uit of de andere antistofklassen dezelfde kant op bewogen. In dit artikel lees je wat de test meet, hoe de vier IgG-subklassen verschillen, hoe je de uitslag leest naast de rest van je onderzoek, wat een te hoge of te lage IgG kan betekenen en wanneer een gesprek met je huisarts zinvol is.
Wat is IgG in het bloed?
IgG in het bloed is een Y-vormig eiwit dat wordt gemaakt door plasmacellen: rijpe B-lymfocyten die gespecialiseerd zijn in het maken van antistoffen. De afkorting staat voor immunoglobuline G. Elk IgG-molecuul herkent één bepaald doelwit, een antigeen, en hecht zich daaraan vast. Een gewone IgG-bepaling telt geen losse antistoffen. Hij meet de totale hoeveelheid IgG-eiwit in je bloed. Nederlandse laboratoria geven die in gram per liter (g/L); Amerikaanse bronnen gebruiken vaak milligram per deciliter (mg/dL). 1 g/L is 100 mg/dL.
Dat onderscheid is belangrijk als je je uitslag leest. Een totaal-IgG-uitslag zegt hoeveel antistofeiwit je afweersysteem in totaal maakt. Een ander soort test, serologie genoemd, zoekt naar IgG tegen één bepaalde ziekteverwekker, zoals mazelen, waterpokken of het Epstein-Barrvirus (de ziekte van Pfeiffer). Beide staan op labuitslagen met de letters IgG. Kijk dus eerst naar de volledige naam van de test voordat je conclusies trekt.
IgG wordt zelden alleen gemeten. De meeste laboratoria meten het in een pakket dat ook IgA en IgM bevat. De drie samen vertellen een arts veel meer dan één losse waarde. Staan beide op dezelfde uitslag, lees dan ook onze uitleg over de IgA-uitslag.
Hoe werkt IgG in je afweersysteem?
Als je lichaam een nieuwe ziekteverwekker tegenkomt, verschijnt eerst IgM: snel, maar met een losse binding. In de weken daarna verfijnen de B-cellen hun reactie en schakelen ze over op IgG, dat steviger bindt en veel langer blijft. De Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie (NVKC) beschrijft het zo: IgM is bij een infectie vaak de eerste antistof, die later wordt ‘afgelost’ door IgG, en IgG wordt vooral gemaakt bij een tweede contact met dezelfde ziekteverwekker. Daarom wijst een positieve IgG-test meestal op een eerdere besmetting of opgebouwde bescherming, terwijl een positieve IgM vaker op een recente of lopende infectie wijst.
IgG werkt op meerdere manieren tegelijk. Het neutraliseert virussen en gifstoffen door ze letterlijk te blokkeren, het bedekt bacteriën zodat opruimcellen (fagocyten) ze kunnen vinden en opeten, en het zet het complementsysteem in gang: een reeks bloedeiwitten die gaten in de wand van ziekteverwekkers maakt. IgG is ook de enige antistofklasse die in grote hoeveelheden door de placenta gaat. Zo krijgt een pasgeborene in de eerste maanden een geleende voorraad bescherming van de moeder mee.
Omdat IgG het grootste deel vormt van de gammafractie op een eiwitspectrum (elektroforese), bepaalt de IgG-hoeveelheid die meting sterk. Zie je een afwijkende band op een eiwitspectrum, lees dan ook over de gammaglobulinefractie en wat die verandert, omdat IgG daar de grootste bijdrage aan levert.
De vier IgG-subklassen
Totaal IgG is de som van vier subklassen met een iets andere bouw. Volgens het Radboudumc bestaat IgG voor ongeveer 70 tot 80 procent uit IgG1, gevolgd door IgG2 (20 tot 30 procent), IgG3 (5 tot 8 procent) en IgG4 (1 tot 4 procent). Elke subklasse heeft voorkeursdoelwitten. Een specialist kan de subklassen laten meten als het totaal IgG normaal lijkt maar infecties steeds terugkomen.
| Subklasse | Aandeel in totaal IgG (Radboudumc) | Belangrijkste rol volgens de literatuur |
|---|---|---|
| IgG1 | Ongeveer 70 – 80 % | Reactie op virusinfecties en op de meeste vaccins op basis van eiwitten |
| IgG2 | Ongeveer 20 – 30 % | Reactie op bacteriën met een suikerkapsel, zoals de pneumokok |
| IgG3 | Ongeveer 5 – 8 % | Vroege, krachtige werking tegen virussen en sterke activering van complement |
| IgG4 | Ongeveer 1 – 4 % | Langdurig contact met een antigeen, parasieten, gewenning aan allergenen en één specifieke ontstekingsziekte |
Bij een tekort aan één subklasse kan het totaal IgG binnen de referentiewaarden blijven, terwijl één onderdeel van de verdediging zwak is. Het Radboudumc schrijft dat zo’n IgG-subklassedeficiëntie niet altijd klachten geeft. Als het klinische beeld en het totale getal niet bij elkaar passen, is dat een bekende reden voor verwijzing naar een specialist.
Wat gebeurt er bij een IgG-bepaling?
Voor de test wordt gewoon bloed afgenomen, meestal uit de binnenkant van je elleboog. Dat duurt een paar minuten. Voor een immunoglobulinepakket hoef je niet nuchter te zijn, al kan je aanvraagformulier dat wel vragen als er tegelijk andere testen worden gedaan. Vertel degene die je bloed afneemt over recente vaccinaties, recente infecties en medicijnen die de afweer beïnvloeden, omdat die allemaal de uitslag kunnen veranderen.
Verschillende veelvoorkomende factoren veranderen IgG meetbaar. Corticosteroïden (zoals prednison), chemotherapie en biologische medicijnen die B-cellen wegvangen, verlagen de waarde. Een recente infusie van immunoglobulinen van donoren verhoogt de gemeten waarde kunstmatig, omdat het gemeten eiwit dan van een donor komt en niet van je eigen plasmacellen. Eiwitverlies via de nieren of de darm verlaagt IgG samen met andere bloedeiwitten. Dat is een reden waarom artsen eerst kijken naar het totaal eiwit in je bloed voordat ze een losse antistofwaarde beoordelen.
De uitslag is meestal binnen een paar werkdagen bekend. De meeste laboratoria zetten je waarde naast hun eigen referentiewaarden, en die referentiewaarden gelden voor jouw bloed.
Wat is een goede IgG waarde? Zo lees je je uitslag
Een goede IgG waarde voor volwassenen ligt meestal tussen ongeveer 7 en 16 g/L. Dat is de referentiewaarde die zowel de NVKC als het Nederlandse laboratorium Star-shl voor volwassenen noemt. Cleveland Clinic geeft in Amerikaanse eenheden ongeveer 600 tot 1600 mg/dL, wat neerkomt op 6 tot 16 g/L. Bij baby’s en kinderen liggen de waarden lager. Zie elk getal dat je online vindt als benadering en gebruik de referentiewaarden op je eigen uitslag.
De belangrijkste stap is IgG lezen naast IgA en IgM, niet los. De richting waarin de drie bewegen, maakt de mogelijkheden veel kleiner.
| Patroon op de uitslag | Wat artsen vaak overwegen | Gebruikelijke volgende stap |
|---|---|---|
| IgG, IgA en IgM alle drie laag | Een breed probleem met de aanmaak van antistoffen, of eiwitverlies via nier of darm | Urineonderzoek op eiwit, controle van medicijnen, verwijzing naar een immunoloog |
| IgG laag, IgA en IgM normaal | Selectief IgG-tekort of een effect van medicijnen | Subklassen meten en de reactie op vaccins testen |
| IgG breed en diffuus verhoogd | Chronische infectie, leverziekte of een auto-immuunproces | Ontstekingswaarden, leverwaarden, onderzoek naar auto-antistoffen |
| IgG verhoogd met één scherpe band | Eén kloon plasmacellen die één identieke antistof maakt | Eiwitspectrum, immunofixatie, bepaling van vrije lichte ketens |
| IgG normaal maar steeds infecties | Een tekort in een subklasse of een slechte reactie op bepaalde vaccins | Subklassen meten en antistoffen na vaccinatie bepalen |
Verschijnt er één scherpe band, dan voegt het lab meestal een meting van de lichte ketens toe. Die stap is makkelijker te begrijpen als je weet wat de kappa-lambdaratio van de lichte ketens betekent. Die verhouding helpt een onschuldige bevinding te onderscheiden van een bevinding die moet worden gevolgd.
IgG waarde te hoog of te laag: wat betekent het?
Wat betekent een hoge IgG-waarde?
Een hoge IgG-waarde betekent meestal dat je afweer reageert op iets dat al langer speelt, zoals een chronische infectie, een leverziekte of een auto-immuunziekte. MedlinePlus noemt auto-immuunziekten, hepatitis, levercirrose, chronische infecties en verschillende bloedkankers als oorzaken van verhoogde immunoglobulinen. De meeste verhogingen in de gewone praktijk zijn polyklonaal: veel verschillende groepen plasmacellen werken tegelijk harder, als reactie op aanhoudende ontsteking of infectie. Polyklonale verhogingen komen veel voor en zijn meestal een gevolg van iets anders, geen ziekte op zichzelf. De NVKC schrijft ook dat een lichte verhoging van de immunoglobulinen vaak voorkomt tijdens of vlak na een infectie.
Een monoklonale verhoging is anders. Dan maakt één kloon plasmacellen een grote hoeveelheid van één identieke antistof, die als smalle piek op het eiwitspectrum verschijnt. De meeste monoklonale bevindingen blijken een stabiele aandoening zonder klachten te zijn (MGUS) die alleen wordt gevolgd. Maar hetzelfde patroon moet worden onderscheiden van plasmacelkanker. Veel mensen willen daarom voor die afspraak weten hoe de ziekte van Kahler (multipel myeloom) wordt vastgesteld en behandeld.
Omdat ontsteking veel polyklonale verhogingen veroorzaakt, combineren artsen het immunoglobulinepakket vaak met ontstekingswaarden en kijken ze naar de CRP waarde in je bloed om te zien hoe actief het onderliggende proces is.
Wat als de IgG te laag is?
Als je IgG te laag is, heet dat hypogammaglobulinemie. Het kan primair zijn, dus aangeboren door een erfelijk verschil in de ontwikkeling van de afweer, of secundair, dus later ontstaan door medicijnen, eiwitverlies of een onderliggende ziekte. Bij volwassenen komen secundaire oorzaken veel vaker voor. De NVKC schrijft dat iemand bij wie alle klassen immunoglobulinen verlaagd zijn, zeer kwetsbaar is voor infecties.
Het Amerikaanse National Institute of Allergy and Infectious Diseases (NIAID) beschrijft CVID (common variable immunodeficiency) als een aangeboren afweerstoornis met lage beschermende antistoffen. Volgens het NIAID wordt CVID meestal bij volwassenen ontdekt, op basis van het verhaal over infecties, darmklachten, lage immunoglobulinen en een slechte reactie op vaccinaties. De behandeling bestaat uit immunoglobulinen via een infuus of onder de huid, om de waarden deels aan te vullen.
Aandoeningen met eiwitverlies verdienen extra aandacht, omdat ze IgG verlagen zonder dat er iets mis is met de afweer. Bij het nefrotisch syndroom lekt eiwit in de urine, bij ernstige brandwonden via de huid, en bij een slechte opname in de darm via de ontlasting. Albumine daalt dan meestal mee met de immunoglobulinen. Daarom maakt een blik op de albuminewaarde in een bloedonderzoek het beeld vaak snel duidelijker.
Een laag IgG komt bij sommige aandoeningen ook samen voor met een laag aantal lymfocyten. Een arts kan het antistofpakket dan vergelijken met de verdeling van de witte bloedcellen en het aantal lymfocyten in een bloedonderzoek bekijken.
Hoe IgG verandert in de loop van je leven
IgG is de enige antistofklasse die door de placenta gaat, dus een voldragen baby begint met een voorraad van de moeder. Volgens de NVKC zorgt dat IgG in de eerste zes maanden voor de afweer van de baby. Die geleende IgG neemt in de eerste maanden af terwijl de eigen aanmaak nog op gang komt. Daardoor is er een voorspelbare dip ergens tussen drie en zes maanden. Referentiewaarden voor kinderen houden daar rekening mee: een waarde die voor een volwassene laag is, kan bij een baby van zes maanden heel normaal zijn.
Daarna stijgt IgG tijdens de kindertijd en bereikt het in de puberteit het niveau van volwassenen. Bij ouderen blijft het totaal IgG vaak ongeveer gelijk, terwijl de kwaliteit van de antistofreactie verandert. Dat verklaart deels waarom vaccins op hogere leeftijd minder lang beschermen. Daarom beoordelen artsen een IgG-getal altijd samen met de leeftijd en niet met één vaste grens.
Zwangerschap voegt nog een laag toe. De overdracht van IgG van moeder naar kind versnelt in het derde trimester. Vaccinaties tijdens de zwangerschap maken gebruik van die periode zodat de baby al nuttige antistoffen meekrijgt.
Wanneer bespreek je je IgG-uitslag met je huisarts?
Eén waarde net buiten de referentiewaarden is zelden het belangrijkste. Het patroon over de tijd en de klachten erbij tellen meer. Bespreek de uitslag met je huisarts in deze situaties.
- Je had in een jaar vier of meer bacteriële infecties, of steeds weer longontsteking, bijholteontsteking of oorontsteking waarvoor antibiotica nodig waren.
- Infecties gaan ongewoon langzaam over, of komen snel terug na het einde van de behandeling.
- Je IgG is laag en je hebt ook chronische diarree, gewichtsverlies of zwelling die op eiwitverlies wijst.
- Op je uitslag staat een monoklonale band, een M-proteïne of een afwijkende piek op het eiwitspectrum.
- Je IgG is hoog en je hebt gewrichtspijn, huiduitslag, droge ogen en een droge mond of andere tekenen van een auto-immuunproces.
- Je gebruikt een medicijn dat B-cellen remt en wilt weten of je antistoffen zijn gedaald.
Antistofwaarden staan vaak naast auto-immuunwaarden op hetzelfde aanvraagformulier. Een verhoogd IgG met gewrichtsklachten is voor een arts vaak aanleiding om een ANA-test (antinucleaire antistoffen) toe te voegen. Terugkerende darmklachten met een laag IgA kunnen juist wijzen op een glutengerelateerde ziekte. Lees dan ook over de klachten van coeliakie en het onderzoek ernaar, omdat een selectief IgA-tekort verandert hoe de coeliakietest moet worden gelezen.
Antistoffen worden meestal ook naast een gewoon bloedbeeld gelezen. Een vergelijking met je uitslag van het volledig bloedbeeld geeft een duidelijker beeld van of het afweersysteem als geheel onder druk staat.
Nieuwste wetenschappelijke inzichten
Het onderzoek naar IgG ging de afgelopen jaren snel. Vier ontwikkelingen zijn het waard om in gewone taal uit te leggen.
De eerste gaat over IgG4-gerelateerde ziekte. Bij die aandoening hangt de kleinste IgG-subklasse samen met een ontstekingsachtige zwelling met bindweefsel in organen zoals de alvleesklier, de speekselklieren en de nieren. In 2024 verscheen in de New England Journal of Medicine een gerandomiseerde fase 3-studie met inebilizumab, een middel dat de B-cellen wegvangt die de antistof maken. Bij de 135 volwassenen in de studie kwamen opvlammingen veel minder vaak voor in de behandelde groep dan in de placebogroep, en meer deelnemers kwamen in remissie zonder prednison. Gerandomiseerd betekent dat het toeval bepaalde wie het middel of een placebo kreeg; dat is de sterkste opzet om te laten zien dat het middel zelf het verschil maakte. Voor jou betekent dit: een aandoening die vroeger vooral met langdurige prednisonkuren werd behandeld, heeft nu een geteste alternatieve behandeling. Dat is vooral belangrijk voor de kleine groep mensen met deze diagnose.
De tweede is eerder een waarschuwing dan een doorbraak. Een overzichtsartikel uit 2025 in Nature Reviews Rheumatology benadrukte dat een verhoogd IgG4 op zichzelf geen diagnose is. Verhoogd IgG4 komt ook voor bij allergie, parasitaire infecties, sommige vormen van kanker en verschillende aandoeningen die er oppervlakkig op lijken. Volgens de auteurs zijn klinische bevindingen, beeldvorming, bloeduitslagen en weefselonderzoek samen nodig voor de diagnose. Voor jou betekent dit, eenvoudig en geruststellend: staat er een hoog IgG4 op je uitslag, dan is dat getal één onderdeel van meerdere, en geen reden om meteen aan een zeldzame ziekte te denken voordat de rest van het onderzoek is gedaan.
De derde gaat over hoe monsters worden afgenomen. Een verkennende studie uit 2026 in The Lancet Microbe vergeleek IgG in gedroogde bloedvlekjes uit een gewone hielprik bij pasgeborenen met IgG in gewone bloedmonsters van pasgeborenen. Voor de meeste gemeten antistoffen kwamen de twee goed overeen, en navelstrengbloed volgde de waarden van de baby ook goed. De studie was klein, met 27 pasgeborenen; de auteurs schrijven dat de bevindingen in grotere en meer gevarieerde groepen moeten worden bevestigd. Voor jou betekent dit: het meten van antistoffen beweegt richting eenvoudigere, minder belastende afnames, wat vooral nuttig is bij baby’s.
Een vierde lijn gaat over mensen die al afhankelijk zijn van antistoffen van donoren. Een verkennende review uit 2026 in het Journal of Medical Economics verzamelde Canadees bewijs over immunoglobulinen die thuis onder de huid worden gegeven, vergeleken met dezelfde behandeling via een infuus in het ziekenhuis. In de bekeken studies ging de thuisbehandeling samen met lagere totale kosten, minder verpleeguren en minder tijdverlies voor gezinnen. Dit is bewijs over de zorgorganisatie, geen test van welke route beter tegen infecties beschermt, en de cijfers komen uit één land. Voor jou betekent dit: wordt vervanging van immunoglobulinen ooit besproken, dan is de thuisbehandeling een bekende optie om naar te vragen.
Begrippenlijst
| Begrip | Uitleg |
|---|---|
| Immunoglobuline G (IgG) | De antistofklasse die het meest in het bloed voorkomt. Draagt het afweergeheugen op lange termijn en is de enige klasse die in grote hoeveelheden via de placenta van moeder naar kind gaat. |
| Antigeen | Elk molecuul dat een antistof kan herkennen en binden, meestal een stukje van een virus, bacterie of andere lichaamsvreemde stof. |
| Plasmacel | Een rijpe B-lymfocyt die gespecialiseerd is in het maken van grote hoeveelheden van één bepaalde antistof. |
| Hypogammaglobulinemie | Een lagere hoeveelheid immunoglobulinen in het bloed dan verwacht. Kan aangeboren zijn of ontstaan door ziekte, medicijnen of eiwitverlies. |
| Polyklonale verhoging | Een brede stijging van antistoffen door veel verschillende groepen plasmacellen tegelijk, meestal door chronische ontsteking of infectie. |
| Monoklonale verhoging | Een stijging doordat één kloon plasmacellen één identieke antistof maakt; zichtbaar als smalle piek op het eiwitspectrum. |
| Eiwitspectrum (elektroforese) | Een labmethode die bloedeiwitten op elektrische lading in banden scheidt, om afwijkende antistofpatronen op te sporen. |
| IgG-subklasse | Een van de vier varianten van IgG (IgG1 tot IgG4), elk met een voorkeur voor andere doelwitten. |
| CVID | Common variable immunodeficiency: een aangeboren afweerstoornis met lage beschermende antistoffen en een slechte reactie op vaccinaties, meestal ontdekt op volwassen leeftijd. |
| Immunoglobulinevervanging | Een behandeling met antistoffen van gezonde donoren, via een ader of onder de huid, voor mensen die er zelf niet genoeg van maken. |
Veelgestelde vragen
Waar staat de afkorting IgG voor?
IgG staat voor immunoglobuline G, de G-klasse van de antistoffen. ‘Ig’ is de afkorting van immunoglobuline (antistof) en de letter geeft de klasse aan; de andere klassen zijn IgA, IgM, IgD en IgE. Op een labuitslag kan IgG zowel de totale hoeveelheid antistoffen betekenen als IgG tegen één bepaalde ziekteverwekker. Kijk daarom naar de volledige naam van de test.
Wat betekent een hoge IgG-waarde bij volwassenen?
Een verhoogd IgG weerspiegelt meestal een afweersysteem dat reageert op iets dat aanhoudt, en geen ziekte van de antistof zelf. Chronische of herhaalde infecties, een langdurige leverziekte en auto-immuunziekten zijn de gebruikelijke verklaringen; dan zijn veel antistofmakende cellen tegelijk actief. Minder vaak komt de stijging van één kloon plasmacellen, die het lab als smalle band op het eiwitspectrum ziet en verder onderzoekt. Een hoog getal alleen zegt niets over de oorzaak; je huisarts leest het samen met je klachten, je lever- en ontstekingswaarden en eventuele bevindingen op het eiwitspectrum.
Betekent een hoog IgG kanker?
Meestal niet. De meeste verhoogde IgG-uitslagen in de huisartsenpraktijk zijn polyklonaal: de stijging komt van veel verschillende antistofmakende cellen die reageren op infectie of ontsteking, en dat patroon is geen kanker. Bepaalde bloedkankers, zoals de ziekte van Kahler en sommige lymfomen, kunnen immunoglobulinen verhogen, maar geven meestal een monoklonaal patroon met één scherpe band in plaats van een brede stijging. Daarom voegt het lab een eiwitspectrum toe als een hoog IgG uitleg nodig heeft. Staat er geen monoklonale band op je uitslag, dan is een kwaadaardige oorzaak veel minder waarschijnlijk.
Wat is een normale IgG-waarde per leeftijd?
Er is niet één getal dat voor iedereen geldt. Voor volwassenen noemen de NVKC en Star-shl 7 tot 16 g/L. Pasgeborenen beginnen met IgG van de moeder dat in de eerste maanden afneemt, dus de waarde van een baby zakt even voordat de eigen aanmaak het overneemt. Daarna stijgt IgG tijdens de kindertijd tot het niveau van volwassenen in de puberteit. Omdat elk laboratorium zijn eigen referentiewaarden vaststelt, gelden de waarden op je eigen uitslag voor jou.
Wat betekent een positieve IgG-test voor een bepaalde ziekteverwekker?
Een positieve IgG tegen een bepaalde ziekteverwekker betekent dat je afweer die ooit is tegengekomen, door een infectie of een vaccinatie, en er blijvende antistoffen tegen heeft gemaakt. Het wijst meestal op een eerder contact en niet op een actieve ziekte. Daarom wordt een positieve IgG alleen niet gebruikt om een huidige infectie vast te stellen. Artsen combineren hem meestal met IgM, dat vroeg stijgt en weer verdwijnt, om te zien of het contact recent of lang geleden was.
Wat zijn de oorzaken van een te lage IgG-waarde?
Bij volwassenen zijn de oorzaken meestal verworven en niet aangeboren. Prednison, chemotherapie en biologische medicijnen die B-cellen wegvangen, verminderen de aanmaak van antistoffen. Eiwitverlies via de nieren, de darm of ernstig verbrande huid verlaagt IgG samen met andere bloedeiwitten. Aangeboren aandoeningen zoals CVID geven ook lage waarden en worden meestal herkend aan de combinatie van infecties, lage immunoglobulinen en een slechte reactie op vaccins. De categorie bepaalt of de oplossing ligt in het aanpassen van een medicijn, het behandelen van eiwitverlies of een verwijzing naar een immunoloog.
Wat zegt de IgM waarde?
De IgM waarde zegt vooral iets over een recente of lopende afweerreactie, omdat IgM de eerste antistof is die bij een nieuwe infectie verschijnt. Een totaal-IgM buiten de referentiewaarden of een positieve IgM tegen een bepaalde ziekteverwekker wordt daarom anders gelezen dan IgG. Meer daarover lees je in onze uitleg over IgM.
Moet ik nuchter zijn voor een IgG-bepaling?
Nee, voor een immunoglobulinepakket hoef je niet nuchter te zijn. Je kunt wel gevraagd worden nuchter te komen als er uit hetzelfde bloed andere testen worden gedaan, zoals cholesterol of glucose; volg je aanvraagformulier. Belangrijker is dat je het lab vertelt over recente vaccinaties, een lopende infectie, afweerremmende medicijnen en een recente immunoglobuline-infusie, omdat die de gemeten waarde kunnen veranderen.
Bronnen
- MedlinePlus, National Library of Medicine — Immunoglobulins Blood Test — MedlinePlus Medical Test, reviewed 2025 (bron: medlineplus.gov)
- Cleveland Clinic — Immunoglobulin G (IgG): Function, Tests and Disorders — Cleveland Clinic Health Library, 2024 (bron: my.clevelandclinic.org)
- National Institute of Allergy and Infectious Diseases — Common Variable Immunodeficiency (CVID) — NIAID Diseases and Conditions, 2025 (bron: niaid.nih.gov)
- Stone JH, Khosroshahi A, Zhang W, et al. — Inebilizumab for Treatment of IgG4-Related Disease — New England Journal of Medicine, 2024 (bron: doi.org/10.1056/NEJMoa2409712)
- Peyronel F, Della-Torre E, Maritati F, et al. — IgG4-related disease and other fibro-inflammatory conditions — Nature Reviews Rheumatology, 2025 (bron: doi.org/10.1038/s41584-025-01240-x)
- Murra M, Hall T, Henriksen TB, et al. — Assessment of dried blood spot and umbilical cord blood samples for the quantification of maternally transferred IgG against the group B streptococcal alpha-like surface proteins in neonates — The Lancet Microbe, 2026 (bron: doi.org/10.1016/j.lanmic.2026.101409)
- Cheung A, Manuel M, Mac S, et al. — The economic value of self-administered subcutaneous immunoglobulin G (SCIg) in Canada: a scoping review — Journal of Medical Economics, 2026 (bron: doi.org/10.1080/13696998.2026.2628450)
- NVKC (Allesovertesten.nl) — Immunoglobuline IgA, IgG, IgM — Zoek een test, 2026 (bron: allesovertesten.nl)
- Star-shl — Immunoglobuline IgA, IgG, IgM: referentiewaarden — Star-shl Laboratoriumbepalingen, 2026 (bron: star-shl.nl)
- Radboudumc — Wat is IgG subklassedeficiëntie? — Patiëntenzorg, aandoeningen, 2026 (bron: radboudumc.nl)
Verder lezen
- Vergelijk IgG met de antistof die als eerste stijgt bij een nieuwe infectie in onze uitleg over de IgM-uitslag.
- Bekijk de eiwitfractie die ontstekingssignalen draagt in onze uitleg over de alfa-1-globuline-uitslag.
- Lees over een globulineband die vaak naast antistofpakketten wordt bekeken in onze uitleg over bèta-2-globuline.
- Onderzoek de auto-antistoffentest die wordt aangevraagd als verhoogde antistoffen samengaan met gewrichtsklachten in onze uitleg over de uitslag van de ANA-test.
- Krijg een vollediger beeld van het lezen van je eigen uitslag met onze uitleg over referentiewaarden, markeringen en volgende stappen.
Begrijp je labuitslag met BloodSense
Een IgG-waarde zegt veel meer als je hem naast IgA, IgM, totaal eiwit, albumine en je bloedbeeld ziet in plaats van los. Hetzelfde getal kan passen bij een recente infectie, een effect van medicijnen, eiwitverlies of helemaal niets, en het verschil zie je meestal in het patroon en niet in het losse getal. BloodSense zet je volledige labuitslag om in begrijpelijke taal. Je ziet waar elke marker staat ten opzichte van de referentiewaarden en hoe de waarden met elkaar samenhangen. Zo begrijp je beter wat je ziet en bereid je betere vragen voor aan je huisarts. Het BloodSense-rapport wordt gemaakt door kunstmatige intelligentie, alleen ter informatie. Het is geen diagnose en geen behandeladvies, en het vervangt het oordeel van je huisarts niet.
Upload je labuitslag en ontvang je rapport binnen enkele minuten



