IgA (immunoglobuline A) is een antistof die je lichaam in grote hoeveelheden maakt om de vochtige oppervlakken te beschermen die met de buitenwereld in contact komen: je luchtwegen, je darmen, je ogen en je mond. Een IgA-bepaling in het bloed meet hoeveel IgA er in je bloed circuleert, en het is een van de getallen op een afweeronderzoek die het vaakst verkeerd worden gelezen. Omdat die oppervlakken voortdurend worden blootgesteld, verandert de waarde met je leeftijd, met infecties, met de gezondheid van je lever en soms door een aangeboren eigenschap van het afweersysteem die veel mensen nooit merken: IgA-deficiëntie. In dit artikel lees je wat de test meet, hoe je het getal vergelijkt met de referentiewaarden van je lab, wat IgA verhoogt of verlaagt, waarom een lage IgA belangrijk is bij onderzoek naar coeliakie, en wat recent onderzoek zegt over de nierziekte die IgA in haar naam draagt.

Wat meet een IgA-bepaling in het bloed?

Immunoglobuline A is een van de vijf klassen antistoffen die je afweersysteem maakt, naast IgG, IgM, IgD en IgE. Het laboratorium meet IgA door je bloed te mengen met stoffen die aan IgA binden en te meten hoe troebel het mengsel wordt. Dat wordt omgerekend naar een concentratie. Nederlandse laboratoria geven die in gram per liter (g/L); Amerikaanse bronnen gebruiken milligram per deciliter (mg/dL). 1 g/L is 100 mg/dL.

De test wordt bijna altijd aangevraagd als onderdeel van een pakket en niet los. De meeste laboratoria rapporteren IgA samen met twee andere antistoffen. Het helpt dus om te weten hoe artsen IgG, de antistof voor afweer op lange termijn lezen en hoe ze IgM, de antistof die vroeg in een nieuwe infectie verschijnt beoordelen. Samen geven de drie getallen een ruwe kaart van hoe je antistoffenproductie werkt.

Eén beperking moet je meteen weten. Een IgA-uitslag in het bloed zegt hoeveel IgA er is, niet of die IgA goed werkt of waar die zich tegen richt. Voor die vragen zijn heel andere testen nodig.

Wat betekenen IgG en IgM?

IgG en IgM zijn, net als IgA, antistoffen van het afweersysteem, maar met een andere taak. Volgens de Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie (NVKC) is IgM bij een infectie vaak de eerste antistof die wordt gemaakt, die later wordt ‘afgelost’ door IgG. IgG wordt in grotere hoeveelheden gemaakt, vooral bij een tweede contact met dezelfde ziekteverwekker, en kan via de placenta naar het ongeboren kind gaan. IgA wordt vooral gevonden in maag, darmen, speeksel en moedermelk.

Hoe maakt je lichaam IgA en wat doet het?

Plasmacellen, de rijpe vorm van een witte bloedcel die B-lymfocyt heet, maken IgA. Ze doen dat vooral in het weefsel dat je darmen, luchtwegen en klieren bekleedt, en minder in het bloed. Je lichaam maakt elke dag meer IgA dan alle andere antistofklassen samen, en het meeste daarvan komt nooit in je bloed.

IgA in het bloed en secretoir IgA zijn niet hetzelfde

IgA bestaat in twee praktische vormen. IgA in het bloed (serum-IgA) reist als losse eenheid door de bloedbaan; dat meet een gewone bloedtest. Secretoir IgA (sIgA) reist als gekoppeld paar met een beschermend omhulsel dat het helpt maagzuur en traanvocht te overleven. Je vindt het in speeksel, moedermelk en darmslijm, en het doet het meeste dagelijkse verdedigingswerk. Commerciële ontlastingstesten die ‘secretoir IgA’ meten, zeggen dus iets anders dan de IgA-waarde in je bloed.

Er zijn twee subtypen, IgA1 en IgA2, die iets verschillen in bouw. IgA in het bloed is vooral IgA1, terwijl secretoir IgA in de darm meer IgA2 bevat: een vorm die beter bestand is tegen de enzymen waarmee bacteriën antistoffen stukknippen. Dat detail is belangrijk, omdat de nierziekte IgA-nefropathie juist met een veranderde vorm van IgA1 te maken heeft.

Wat IgA eigenlijk doet

IgA werkt vooral door ‘buitensluiten’. In plaats van een ontsteking op te wekken, bindt het virussen, bacteriën en voedingseiwitten en houdt ze vast in slijm, zodat ze worden afgevoerd voordat ze zich aan een cel kunnen hechten. Door die stille aanpak verdragen gezonde slijmvliezen een enorme hoeveelheid bacteriën zonder voortdurende irritatie, en blijft de darmflora in balans.

Wat kun je verwachten voor, tijdens en na de test?

Voor een IgA-bepaling wordt gewoon bloed afgenomen uit een ader in je arm. Je hoeft niet nuchter te zijn en er is geen speciale voorbereiding nodig. De afname duurt een minuut of twee. Volg wel altijd de instructies op je aanvraagformulier, omdat andere testen in dezelfde afname soms nuchter moeten.

Vertel degene die de test aanvraagt welke medicijnen je gebruikt. Corticosteroïden (zoals prednison), sommige middelen tegen epilepsie en afweerremmers kunnen de immunoglobulinen allemaal veranderen, net als een recente vaccinatie, een actieve infectie of een bloedtransfusie. De uitslag is meestal binnen een paar dagen bekend, vaak samen met het totaal eiwit, de som van alle eiwitten in het bloed. Die waarde geeft context aan een afwijkende antistofwaarde; de NVKC noemt een te hoog totaal eiwit ook als reden om de immunoglobulinen te meten.

Wat is de betekenis van de IgA-waarde? Zo lees je je uitslag

De IgA-waarde laat zien hoeveel IgA je afweersysteem in je bloed heeft gebracht; de betekenis hangt af van je leeftijd en van de referentiewaarden van je lab. Je uitslag staat in g/L naast de referentiewaarden van het laboratorium dat het bloed onderzocht. Die referentiewaarden zijn het belangrijkste deel. Laboratoria gebruiken verschillende apparaten en verschillende groepen mensen om te bepalen wat gebruikelijk is, dus een waarde die in het ene lab normaal is, kan in een ander lab gemarkeerd zijn.

Leeftijd telt bij IgA zwaarder dan bij de meeste waarden. Pasgeborenen hebben bijna geen IgA in hun bloed, omdat IgA, anders dan IgG, niet door de placenta gaat. De waarde stijgt tijdens de kindertijd en bereikt pas eind tienerjaren het niveau van volwassenen. De tabel hieronder toont de referentiewaarden van het Nederlandse laboratorium Star-shl. Gebruik ze als oriëntatie, niet als jouw persoonlijke grens.

LeeftijdReferentiewaarden IgA (Star-shl)Waar je op let
0 tot 1 maand0,07 – 0,94 g/LIgA gaat niet door de placenta; een pasgeborene begint met heel weinig eigen IgA
1 tot 12 maanden0,10 – 1,2 g/LDe aanmaak komt net op gang; een lage waarde is op deze leeftijd te verwachten
1 tot 2 jaar0,19 – 1,1 g/LGebruik altijd referentiewaarden voor kinderen
3 tot 5 jaar0,50 – 2,3 g/LHet bereik wordt steeds breder
6 tot 9 jaar0,50 – 3,0 g/LNog niet op volwassen niveau
10 tot 16 jaar0,45 – 3,95 g/LWaarden komen dichter bij die van volwassenen
16 tot 18 jaar0,7 – 4,0 g/LBijna volwassen niveau
Volwassenen0,4 – 3,5 g/LDe NVKC noemt voor volwassenen 0,7 – 4,0 g/L: grenzen verschillen per lab

Waarom één getal zelden iets beslist

Referentiewaarden worden gemaakt door gezonde vrijwilligers te meten en het middelste deel van hun uitslagen als ‘normaal’ te nemen. Een klein deel van de volkomen gezonde mensen valt dus per definitie buiten die grenzen. Een uitslag net buiten de grens komt vaak voor en betekent op zichzelf meestal niets. Artsen letten op een waarde ver buiten de grenzen, een waarde die bij herhaalde metingen steeds dezelfde kant op gaat, of een waarde die past bij het verhaal van je klachten. Meer uitleg vind je in onze uitleg over het lezen van referentiewaarden en markeringen.

IgA verhoogd of te laag: wat kan het betekenen?

Een hoge of lage IgA is geen diagnose. Elke uitslag wijst naar een aantal mogelijkheden die je arts verder beperkt met je verhaal, je klachten en aanvullend onderzoek. De tabel hieronder groepeert de redenen die het vaakst worden overwogen.

Richting van de uitslagRedenen die een arts vaak overweegtGebruikelijke volgende stap
Licht verhoogdEen lopende of recente infectie van de luchtwegen of het maag-darmkanaal, of langdurige ontstekingHerhalen na herstel en ontstekingswaarden bekijken
Blijvend verhoogdChronische leverziekte, waaronder leverschade door alcohol en levercirroseLeverwaarden, echo en een gesprek over alcohol- en medicijngebruik
Blijvend verhoogdAuto-immuunziekten zoals reumatoïde artritis of chronische darmontstekingGerichte antistoffentesten op basis van je klachten
Sterk verhoogd en alleen IgAEén groep plasmacellen die één antistof in overmaat maaktEiwitspectrum (elektroforese) en zo nodig verwijzing naar een internist-hematoloog
LaagSelectieve IgA-deficiëntie, het meest voorkomende aangeboren verschil in de afweerBevestigen met een herhaling en IgG en IgM meten om een breder tekort uit te sluiten
LaagEiwitverlies via de nieren of darm, of een medicijn dat de afweer remtUrineonderzoek op eiwit, voedingsbeoordeling en controle van medicijnen

Wat als je IgA te hoog is?

Een te hoog IgA betekent meestal dat je afweer hard werkt, niet dat er iets kapot is. Omdat IgA bij de slijmvliezen wordt gemaakt, verhoogt langdurige prikkeling ergens in de luchtwegen of het maag-darmkanaal de waarde. Chronische leverziekte is een andere veelvoorkomende oorzaak, omdat een beschadigde lever IgA minder goed opruimt. De NVKC schrijft dat een lichte verhoging van de immunoglobulinen vaak voorkomt tijdens of vlak na een infectie. Artsen lezen een verhoogd IgA vaak samen met de CRP waarde die stijgt bij actieve ontsteking, omdat dat paar een tijdelijke reactie onderscheidt van een blijvend proces.

Is IgA heel hoog terwijl de andere antistofklassen laag zijn, dan kan het lab de bloedeiwitten met elektroforese scheiden om te zien of één smalle band overheerst. Dat patroon zie je in de gammaglobulinefractie waarin de antistoffen zitten, en het is een van de manieren waarop een plasmacelziekte zoals de ziekte van Kahler (multipel myeloom) met zijn kenmerkende eiwitpiek aan het licht komt. Dat is ongewoon: een licht verhoogd IgA komt veel vaker door een infectie of ontsteking.

IgA te laag: IgA-deficiëntie

Bij selectieve IgA-deficiëntie is het IgA in het bloed heel laag of niet meetbaar, terwijl IgG en IgM normaal zijn. Zicht op Zeldzaam beschrijft IgA-deficiëntie als een aangeboren aandoening van de afweer waarvan de oorzaak niet precies bekend is; mogelijk spelen erfelijke en omgevingsfactoren mee. Het is het meest voorkomende aangeboren verschil in de afweer bij mensen van Europese afkomst. Veel mensen die het hebben, leiden een volkomen normaal leven en ontdekken het pas als er om een andere reden bloed wordt onderzocht. Anderen hebben vaker infecties van bijholten en luchtwegen, darmklachten of allergieën.

Twee praktische gevolgen zijn goed om te weten. Mensen met IgA-deficiëntie hebben iets meer kans om in de loop van de tijd een auto-immuunziekte te krijgen. En in zeldzame gevallen kunnen ze reageren op bloedproducten waar IgA in zit. Daarom hoort de diagnose in je medisch dossier, en meld je het voor een transfusie of operatie.

Waarom IgA belangrijk is bij onderzoek naar coeliakie

De meest voorkomende reden om totaal IgA te meten heeft niets met een afweertekort te maken. Het is een veiligheidscontrole bij het onderzoek naar coeliakie. Thuisarts schrijft dat je door bloedonderzoek kunt uitzoeken of iemand coeliakie heeft. De standaard eerste bloedtest meet een IgA-antistof tegen weefseltransglutaminase, meestal afgekort tot anti-tTG IgA. Die test werkt alleen als je zelf IgA maakt.

Heb je weinig of geen IgA, dan kan een anti-tTG IgA negatief uitvallen terwijl je wel coeliakie hebt, simpelweg omdat er geen IgA is om te meten. Door tegelijk het totaal IgA te bepalen, vangt het lab die valkuil op. Is het totaal IgA laag, dan stapt de arts over op een test op basis van IgG-antistoffen; het Nederlandse lab Star-shl biedt bijvoorbeeld ook anti-transglutaminase IgG aan. Wie coeliakie en de afweerreactie op gluten laat onderzoeken, moet ook weten dat de test alleen betrouwbaar is zolang je nog gewoon gluten eet. Stop je vooraf met gluten, dan kan de uitslag normaal worden.

IgA-nefropathie: als de nieren betrokken zijn

IgA-nefropathie, ook ziekte van Berger genoemd, is een auto-immuunziekte van de nieren. Daarbij hopen klontjes IgA zich op in de glomeruli, de kleine filtertjes van de nier, en veroorzaken daar ontsteking. Volgens het Amerikaanse National Institute of Diabetes and Digestive and Kidney Diseases (NIDDK) komt het vaker voor tussen ongeveer tien en veertig jaar, bij mannen, en bij mensen van Oost-Aziatische of Europese afkomst.

Eén misverstand is het ophelderen waard. Een hoge IgA in een gewoon bloedonderzoek stelt de diagnose IgA-nefropathie niet, en veel mensen met de ziekte hebben een volkomen normaal totaal IgA. Wat in de nier telt, is een veranderde vorm van IgA1 die met andere antistoffen samenklontert, niet de totale hoeveelheid in het bloed.

Hoe wordt IgA-nefropathie vastgesteld?

IgA-nefropathie wordt vastgesteld met urine- en bloedonderzoek naar de nierfunctie en uiteindelijk met een nierbiopt: een klein stukje nierweefsel dat onder de microscoop wordt bekeken. De eerste tekenen zie je in de urine en niet in het bloed: zichtbaar of microscopisch bloed, en eiwit dat door het filter lekt. Artsen kijken daarom naar de albumine in de urine die op een lekkend filter wijst, samen met de kreatininewaarde waarmee de nierfunctie wordt geschat.

Wat zijn de symptomen van IgA-nefropathie?

Vaak zijn er jarenlang geen klachten. Volgens het NIDDK kunnen klachten jaren of zelfs tientallen jaren uitblijven. Als er wel signalen zijn, gaat het om roze, rode of colakleurige urine (bij sommige mensen voor het eerst na een verkoudheid of keelpijn), schuimende urine door eiwitverlies, een hoge bloeddruk of dikke enkels en benen.

Wat is de levensverwachting van iemand met IgA-nefropathie?

Dat verschilt sterk per persoon, en er is geen vast getal voor de levensverwachting. Het NIDDK schrijft dat ongeveer 1 op de 5 mensen met IgA-nefropathie binnen 10 jaar na de diagnose nierfalen krijgt; de meeste mensen dus niet. Omdat de ziekte jarenlang ongemerkt kan voortschrijden, is het een bekende route naar chronische nierschade en de controles op lange termijn die daarbij horen. Goede behandeling van de bloeddruk en het eiwitverlies maakt veel uit; bespreek je eigen vooruitzichten met je nefroloog.

Wanneer bespreek je een IgA-uitslag met je huisarts?

De meeste IgA-uitslagen vragen geen snelle actie. Een paar situaties verdienen wel een gesprek in plaats van afwachten. Gebruik de lijst hieronder als geheugensteun voor je volgende afspraak.

  • Je IgA is laag of niet meetbaar en je wordt onderzocht op coeliakie: de standaard antistoftest moet dan misschien worden vervangen door een andere versie.
  • Je IgA is laag en je hebt vaak bijholte-, oor- of borstinfecties gehad, of blijvende darmklachten.
  • Je IgA is hoog en je hebt klachten die op een belaste lever wijzen, zoals aanhoudende moeheid, een vervelend gevoel in je buik of een gele huid of gele ogen.
  • Je IgA is sterk verhoogd terwijl IgG en IgM laag zijn: dat patroon moet je laten onderzoeken in plaats van zomaar herhalen.
  • Je ziet roze, rode of colakleurige urine, schuimende urine of nieuwe zwelling van je benen en enkels: die wijzen op de nier, niet op de antistofwaarde zelf.
  • Je IgA is tussen twee metingen in hetzelfde lab flink veranderd zonder duidelijke reden, zoals een recente infectie.

Neem je volledige uitslag mee in plaats van één getal. Antistofwaarden worden als set gelezen, en je huisarts wil IgG en IgM zien, eventuele eiwit- en nierwaarden, en hoe de huidige uitslag zich verhoudt tot eerdere.

Nieuwste wetenschappelijke inzichten

Onderzoek uit de afgelopen drie jaar ging twee kanten op die belangrijk zijn voor iedereen met een labuitslag: duidelijkheid over wie op coeliakie moet worden getest, en een nieuwe kijk op wat IgA in de nier eigenlijk betekent. Alle genoemde studies staan in de bronnenlijst.

Duidelijkere adviezen over wie op coeliakie moet worden getest

Een overzichtsartikel uit 2024 in het tijdschrift Gastroenterology bekeek het bewijs voor het verband tussen coeliakie en meer dan twintig andere aandoeningen, en zette op een rij welke groepen actief moeten worden getest. IgA-deficiëntie en IgA-nefropathie staan allebei op die lijst, naast diabetes type 1, auto-immuunziekten van de schildklier en eerstegraads familieleden van mensen met coeliakie. Voor jou betekent dit: staat er een laag IgA op je uitslag, dan is het redelijk om naar een coeliakietest te vragen, ook zonder typische darmklachten. Het is een overzicht van bestaande studies en geen nieuwe studie; het geeft dus de mening van deskundigen weer.

Bloedwaarden die misschien ooit een nierbiopt overbodig maken

Twee overzichtsartikelen uit 2025, in Seminars in Nephrology en in Clinical Immunology, bekeken de biomarkers die worden onderzocht voor IgA-nefropathie. Beide komen tot dezelfde conclusie: een nierbiopt blijft de beslissende test. De meest veelbelovende bloedkandidaat is een veranderde vorm van IgA1, galactose-deficiënt IgA1, samen met markers van complementactivering (complement is een groep bloedeiwitten die afweeraanvallen versterkt). Voor jou betekent dit: dit zijn nu nog onderzoeksinstrumenten, niets om bij een gewone controle aan te vragen. Een gewone totaal-IgA-uitslag kan de ziekte nog steeds niet bevestigen of uitsluiten.

Een beter beeld van hoe IgA de nier beschadigt

Een overzichtsartikel uit 2024 in Frontiers in Immunology beschreef IgA-nefropathie als een reeks stappen en niet als één gebeurtenis: een veranderde vorm van IgA1 verschijnt in het bloed, andere antistoffen binden zich eraan, de klontjes nestelen zich in de nierfilters en daarna volgt ontsteking. Voor jou betekent dit een nuttige nieuwe blik: het probleem is de vorm en het gedrag van IgA, niet de hoeveelheid. Daarom sluit een normaal totaal IgA de ziekte niet uit. Het artikel benadrukt ook dat ondersteunende zorg, vooral de bloeddruk goed regelen en het eiwitverlies in de urine verminderen, de basis van de behandeling blijft.

De eerste gerichte behandeling voor de ziekte

Een overzichtsartikel uit 2024 in Drug Design, Development and Therapy beschreef een vorm van het corticosteroïd budesonide die pas vrijkomt in het laatste deel van de dunne darm, waar veel van het problematische IgA wordt gemaakt. Het werd het eerste medicijn dat door de Amerikaanse Food and Drug Administration en door het Europese geneesmiddelenbureau specifiek werd toegelaten voor primaire IgA-nefropathie bij mensen met een risico op snelle achteruitgang. Voor jou betekent dit: een ziekte die vroeger alleen met algemene maatregelen werd behandeld, heeft nu een behandeling die bij de bron aangrijpt. Het middel wordt voorgeschreven bij een bevestigde diagnose met een nierbiopt, niet bij een hoog IgA in een gewoon bloedonderzoek.

Begrippenlijst

BegripUitleg
Immunoglobuline A (IgA)Een klasse antistoffen die slijmvliezen zoals de luchtwegen en het maag-darmkanaal beschermt. In het bloed gemeten als serum-IgA.
Secretoir IgA (sIgA)De gekoppelde, beschermde vorm van IgA in speeksel, traanvocht, moedermelk en darmslijm. Dit meet een gewone bloedtest niet.
PlasmacelEen rijpe witte bloedcel die antistoffen maakt. De meeste IgA-makende plasmacellen zitten in het weefsel van darmen en luchtwegen.
ReferentiewaardenHet gebied van waarden dat een laboratorium gebruikelijk vindt, gebaseerd op eigen apparatuur en een eigen groep mensen. Ze verschillen per lab.
Selectieve IgA-deficiëntieHeel laag of afwezig IgA in het bloed met normaal IgG en IgM. Het meest voorkomende aangeboren afweerverschil, vaak zonder klachten.
Anti-tTG IgAAntistof tegen weefseltransglutaminase, de eerste bloedtest bij een vermoeden van coeliakie. Werkt alleen als je normaal IgA maakt.
GlomerulusEen van de microscopisch kleine filtertjes in de nier. Bij IgA-nefropathie hopen zich daar antistofklontjes op.
Eiwitspectrum (elektroforese)Een labtechniek die bloedeiwitten in banden scheidt, om te zien of één antistof in overmaat wordt gemaakt.
g/LGram per liter, de eenheid die Nederlandse laboratoria voor IgA gebruiken. 1 g/L is 100 mg/dL.

Veelgestelde vragen

Wat is een normale IgA-waarde bij volwassenen?

Bij volwassenen ligt een normale IgA-waarde meestal ergens tussen 0,4 en 4,0 g/L, afhankelijk van het lab. Star-shl gebruikt 0,4 tot 3,5 g/L, de NVKC noemt 0,7 tot 4,0 g/L. De getallen op je eigen uitslag zijn de getallen die tellen. Leeftijd is bij IgA belangrijker dan bij veel andere waarden, omdat IgA tijdens de kindertijd geleidelijk stijgt en pas eind tienerjaren het niveau van volwassenen bereikt.

Wat is een lage IgA-waarde?

Een lage IgA-waarde is een waarde onder de ondergrens van je lab, bij volwassenen bij Star-shl onder 0,4 g/L. Bij een heel lage of niet-meetbare waarde met normale IgG en IgM spreken artsen van selectieve IgA-deficiëntie. Bij jonge kinderen is een lage waarde vaak gewoon passend bij de leeftijd. Een lage uitslag wordt meestal bevestigd met een herhaling en een meting van de andere antistofklassen.

Betekent een hoog IgA kanker?

In de overgrote meerderheid van de gevallen niet. Een verhoogd IgA komt meestal door een lopende infectie, chronische ontsteking of leverziekte; dat zijn veel vaker voorkomende verklaringen. Een bloedkanker van de plasmacellen kan IgA wel verhogen, maar dat patroon ziet er meestal anders uit: een heel hoge waarde van één antistofklasse met lage waarden van de andere, vaak samen met bloedarmoede, botpijn of nierveranderingen. Bij dat patroon bevestigen artsen het met een eiwitspectrum en niet op basis van het IgA-getal alleen.

Wat veroorzaakt een te laag IgA?

De meest voorkomende oorzaak is selectieve IgA-deficiëntie, waarbij het lichaam weinig of geen IgA maakt terwijl IgG en IgM normaal zijn. Andere oorzaken zijn medicijnen die de afweer remmen, eiwitverlies via de nieren of darmen, en bepaalde infecties. De NVKC noemt bij een verlaging van alle immunoglobulinen ook een verstoorde aanmaak in het beenmerg en eiwitverlies in de urine door een nierziekte.

Moet ik nuchter zijn voor een IgA-bepaling?

Nee, voor IgA hoef je niet nuchter te zijn en je mag vooraf gewoon eten en drinken. Wordt IgA afgenomen als onderdeel van een groter pakket met bijvoorbeeld glucose of cholesterol, dan komt een nuchter-instructie van die testen; volg je aanvraagformulier. Meld wel welke medicijnen je gebruikt, een recente vaccinatie en een infectie die je nu hebt, omdat die de uitslag kunnen veranderen.

Kan een tijdelijke infectie mijn IgA veranderen?

Ja. Omdat IgA wordt gemaakt als reactie op activiteit bij de slijmvliezen, kan een borstinfectie, bijholteontsteking of buikgriep de waarde een tijd verhogen. Dat is een normale reactie, geen teken van ziekte. Artsen herhalen een licht verhoogd IgA daarom vaak pas als je helemaal hersteld bent, meestal na een aantal weken.

Moet ik een laag IgA melden voor een operatie?

Ja, dat is verstandig. Een klein aantal mensen met heel weinig of geen IgA kan reageren op bloedproducten waar IgA in zit. Operatie- en transfusieteams willen dat daarom vooraf weten. Zet het in je medisch dossier en meld het opnieuw voor elke ingreep waarbij een transfusie mogelijk is. Voor de meeste mensen met een laag IgA gelden verder geen beperkingen in het dagelijks leven.

Bronnen

  • MedlinePlus, National Library of Medicine — Immunoglobulins Blood Test — MedlinePlus Medical Test, reviewed 2025 (bron: medlineplus.gov)
  • Cleveland Clinic — Immunoglobulin A (IgA): Function, Tests and Disorders — Cleveland Clinic Health Library, 2024 (bron: my.clevelandclinic.org)
  • National Institute of Diabetes and Digestive and Kidney Diseases — IgA Nephropathy — NIDDK Health Information, 2025 (bron: niddk.nih.gov)
  • Mayo Clinic Staff — Celiac Disease: Diagnosis and Treatment — Mayo Clinic Diseases and Conditions, 2023 (bron: mayoclinic.org)
  • Zingone F, Bai JC, Cellier C, Ludvigsson JF — Celiac Disease-Related Conditions: Who to Test? — Gastroenterology, 2024 (bron: doi.org/10.1053/j.gastro.2024.02.044)
  • Kamal F, Kim J, Lafayette R — Current Biomarkers of IgA Nephropathy — Seminars in Nephrology, 2025 (bron: doi.org/10.1016/j.semnephrol.2025.151572)
  • Xu Z, Zhan H, Zhang J, et al. — New Biomarkers in IgA Nephropathy — Clinical Immunology, 2025 (bron: doi.org/10.1016/j.clim.2025.110468)
  • Filippone EJ, Gulati R, Farber JL — Contemporary Review of IgA Nephropathy — Frontiers in Immunology, 2024 (bron: doi.org/10.3389/fimmu.2024.1436923)
  • Barratt J, Kristensen J, Pedersen C, Jerling M — Insights on Nefecon, a Targeted-Release Formulation of Budesonide and Its Selective Immunomodulatory Effects in Patients with IgA Nephropathy — Drug Design, Development and Therapy, 2024 (bron: doi.org/10.2147/DDDT.S383138)
  • NVKC (Allesovertesten.nl) — Immunoglobuline IgA, IgG, IgM — Zoek een test, 2026 (bron: allesovertesten.nl)
  • Star-shl — Immunoglobuline IgA, IgG, IgM: referentiewaarden per leeftijd — Star-shl Laboratoriumbepalingen, 2026 (bron: star-shl.nl)
  • Zicht op Zeldzaam — IgA-deficiëntie — Aandoeningen, 2026 (bron: zichtopzeldzaam.nl)
  • Thuisarts.nl (NHG) — Ik heb coeliakie — Thuisarts, 2026 (bron: thuisarts.nl)
  • Star-shl — Anti-transglutaminase IgG — Star-shl Laboratoriumbepalingen, 2026 (bron: star-shl.nl)

Verder lezen

Begrijp je labuitslag met BloodSense

Een IgA-waarde wordt pas nuttig als je hem naast de rest van je uitslag ziet. Hetzelfde getal betekent iets anders afhankelijk van je leeftijd, of IgG en IgM normaal zijn, wat je leverwaarden en nierwaarden laten zien, en hoe de uitslag zich verhoudt tot je eigen eerdere metingen. BloodSense zet je volledige labuitslag om in begrijpelijke taal. Je ziet waar elke marker staat ten opzichte van de referentiewaarden, en je volgt patronen over meerdere afnames in plaats van te schrikken van één gemarkeerde regel. Zo begrijp je je resultaten beter en bereid je betere vragen voor aan je huisarts. Het BloodSense-rapport wordt gemaakt door kunstmatige intelligentie, alleen ter informatie. Het is geen diagnose en geen behandeladvies, en het vervangt het oordeel van je huisarts niet.

Upload je labuitslag en ontvang je rapport binnen enkele minuten