Het belangrijkste

Bloed stolt normaal om een bloeding te stoppen, maar een bloedstolsel (bloedprop) in een ader of slagader kan de bloedstroom afsluiten. Een dik, warm, pijnlijk en roder of donkerder been kan een trombosebeen zijn; plotselinge pijn op de borst of benauwdheid kan op een bloedprop in de long wijzen. Plotselinge spraakproblemen, een scheve mond of een zwakke arm kunnen een beroerte zijn. Bel dan direct. Een D-dimeertest kan trombose helpen uitsluiten, maar een hoge uitslag is geen diagnose: meestal volgt een echo of CT-scan.

Wanneer moet ik direct hulp zoeken bij een mogelijk bloedstolsel?

Wanneer naar de dokter?

  • Spoed: bel 112 bij plotselinge pijn op de borst, ernstige benauwdheid, bloed ophoesten of flauwvallen: dat kunnen klachten van een bloedprop in de long zijn[8]. Bel ook direct bij plotselinge verlamming van arm of been, een scheve mond, spraak- of zichtproblemen, verwardheid of hevige hoofdpijn: dat kan een beroerte zijn[9]. Ga niet zelf rijden; de ambulance kan onderweg al beginnen met behandelen[5].
  • Dezelfde dag bel je de huisarts, of buiten kantooruren de huisartsenpost, als je kuit of been dik is, glanst, pijn doet en warmer is dan normaal, vooral na een operatie, een botbreuk of lang stilzitten[7]. Krijg je daarbij sneller of pijnlijker ademhalen? Bel dan direct[7]. Een trombosebeen kan leiden tot een levensgevaarlijke bloedprop in de long[2].
  • Bij je volgende afspraak bespreek je je risico op trombose als er trombose in de familie voorkomt, als een grote operatie gepland staat of als je meerdere risicofactoren hebt[1][3].

Soms geeft een bloedstolsel geen klachten tot er ernstige gevolgen zijn[1]. Heb je risicofactoren en een van deze klachten, wacht dan niet tot het vanzelf overgaat.

Hoe herken je een bloedstolsel?

  • Been of arm (trombosebeen, trombosearm). Het been of de arm is dik, doet pijn, voelt warm aan en is roder of donkerder. Bij een lichte huid is de roodheid goed te zien, bij een donkere huid minder goed. Dat begint plotseling of in enkele dagen[7]. Een trombosebeen zit meestal in het onderbeen, het bovenbeen of het bekken, soms in een arm, vooral bij een infuuslijn[4][1].
  • Long (longembolie). Moeilijker ademen, een benauwd gevoel, pijn bij het ademen, bloed ophoesten, een snelle en harde hartslag of flauwvallen. Sommige mensen merken er niets van[8].
  • Hersenen (beroerte). Een zwakke arm of been, een scheve mond, onduidelijk praten of plotseling slechter zien: bel 112[9].

Stolsels bij de menstruatie of in de ontlasting zijn een ander onderwerp. Zwarte ontlasting staat bijvoorbeeld in ons artikel over zwarte ontlasting.

Wat veroorzaakt een bloedstolsel en wie loopt risico?

Een stolsel ontstaat als het bloed langzamer stroomt, de samenstelling van het bloed verandert of de vaatwand beschadigd is. Meestal spelen er meerdere dingen tegelijk[10][3]. Volgens de Trombosestichting krijgen in Nederland per jaar ongeveer 30.000 mensen een veneuze trombose en ongeveer 70.000 een arteriële trombose[10].

  • Vaak Weinig bewegen: bedrust, een ziekenhuisopname, een gipsverband, na een operatie (het risico is de eerste 3 maanden het grootst) en een reis van vier uur of langer[7][10][3].
  • Vaak Een recente operatie, verwonding of ernstige infectie, ook COVID-19[1][3].
  • Vaak Hogere leeftijd en roken: vanaf 40 jaar verdubbelt de kans ongeveer elke 10 jaar[3]. Beschadigde vaatwanden door ouderdom of roken geven ook meer kans[7].
  • Vaak Vrouwelijke hormonen: zwangerschap en kraambed, de pil, prikpil, hormoonring of hormoonpleister, en hormonen in de overgang[7].
  • Mogelijk Ziekten: kanker en de behandeling ervan, diabetes, een hartinfarct of hartfalen, hoge bloeddruk, nierschade, overgewicht en een dwarslaesie[3][7].
  • Mogelijk Trombose in de familie: broers en zussen van iemand met trombose hebben meer dan twee keer zoveel kans[3].
  • Zeldzaam Een erfelijke of verworven stollingsziekte, soms pas ontdekt na een eerste stolsel[3][7].

Welke onderzoeken laten een bloedstolsel zien?

De huisarts vraagt naar je klachten en risicofactoren, onderzoekt je been en schat zo de kans op trombose in[7]. Is die kans groot, dan word je dezelfde dag naar het ziekenhuis gestuurd voor een echo van het been; is die klein, dan kan eerst bloedonderzoek volgen[7].

Veelgebruikte onderzoeken bij een vermoeden van een bloedstolsel
OnderzoekWat het laat zienGoed om te weten
D-dimeer (bloed)Een afbraakproduct dat vrijkomt als een stolsel wordt opgelost[11]Kan trombose uitsluiten als de kans klein is; de test is niet specifiek[7][11]
Echo van het been (duplex)Of de bloedstroom in de aderen vrij is of een prop zichtbaar is[7]Het onderzoek bij een groot vermoeden van een trombosebeen[7]
CT-angiografie van de longenBloedproppen in de longvatenHet belangrijkste onderzoek voor een longembolie[2]
Ventilatie-perfusiescan (V/Q)Luchtstroom en bloeddoorstroming van de longenAlternatief voor de CT-scan[2]
Zuurstofgehalte in het bloedHoe goed de longen werkenEen laag gehalte kan wijzen op een stolsel[2]

Andere bloedtesten, zoals de protrombinetijd (met de INR), de aPTT, het aantal trombocyten en fibrinogeen, laten zien hoe je bloed stolt. De arts vraagt ze soms extra aan bij herhaalde stolsels of bij gebruik van bloedverdunners.

Hoe lees je een D-dimeeruitslag?

D-dimeer is een eiwitfragment dat ontstaat als een bloedstolsel wordt afgebroken. Het zit normaal niet in het bloed, tenzij het lichaam stolsels maakt of afbreekt[4][11]. Een normale waarde maakt een stolsel zeer onwaarschijnlijk[11], maar bloedverdunners kunnen een vals negatieve uitslag geven[4]. Een hoge waarde kan op een stolsel wijzen, maar stijgt ook bij zwangerschap, een operatie, een verwonding, infectie, lever- of nierziekte, hart- en vaatziekten, kanker en hogere leeftijd[11][4]. Hieronder staat een fictieve uitslag.

Fictief voorbeeld van een laboratoriumuitslag (Nederlands formaat)
BepalingUitslagReferentiewaardeVlag
D-dimeer0,82 mg/L FEU< 0,50 mg/L FEUH
Trombocyten245 x10^9/L150-400 x10^9/L-
INR1,00,8-1,2-
  1. Uitslag en eenheid: D-dimeer wordt in FEU of DDU uitgedrukt, en die eenheden zijn niet uitwisselbaar. De referentiewaarde hangt af van de testmethode en verschilt per laboratorium; vergelijk alleen met de grens op je eigen uitslag[11].
  2. Vlag H: boven de referentiewaarde. Dit bewijst op zichzelf geen stolsel; de arts weegt klachten en risico mee voordat een echo of CT volgt.
  3. Leeftijdsafhankelijke grens: na je 50e gebruiken veel ziekenhuizen als grens je leeftijd maal 10 µg/L (dus 0,01 mg/L per levensjaar), om onnodige scans te beperken[6].

Staat er een H bij je D-dimeer of stollingsuitslag? BloodSense legt elke regel van je uitslag uit en helpt je vragen voor je huisarts voor te bereiden.

Laat mijn uitslag uitleggen

Wat noteer je voordat je naar de huisarts gaat?

  • Wanneer de zwelling, pijn of benauwdheid begon, en aan welke kant.
  • Een recente operatie, verwonding, opname, lange reis of periode in bed.
  • Eerdere stolsels, en stolsels bij naaste familieleden.
  • Al je medicijnen en supplementen, ook bloedverdunners, de pil en andere hormonen.
  • Kanker of kankerbehandeling, en een recente infectie.

Vragen om aan je arts te stellen

  1. Is mijn kans op een bloedstolsel hoger dan gemiddeld, en waarom?
  2. Heb ik een D-dimeertest, een echo of een CT-scan nodig?
  3. Hoe zie ik het verschil tussen een stolsel en een verrekte spier of infectie in mijn been?
  4. Verhoogt een van mijn medicijnen mijn risico?
  5. Hoe verklein ik mijn risico bij lange reizen of na een operatie?

Veelgestelde vragen

Sluit een normale D-dimeer een bloedstolsel uit?

Een normale D-dimeer maakt een stolsel zeer onwaarschijnlijk, maar bloedverdunners kunnen een vals negatieve uitslag geven. De arts weegt ook je klachten en risico mee[11][4].

Kan een bloedstolsel vanzelf verdwijnen?

Het lichaam lost stolsels op, en een prop die alleen in de kuit zit, lost vaak vanzelf op[4][7]. Een stolsel in een diepe ader kan echter losraken en naar de longen gaan; laat het daarom altijd beoordelen[1].

Kun je een bloedstolsel hebben zonder klachten?

Ja. Een stolsel in een ader geeft soms pas klachten als er ernstige gevolgen zijn[1]. Sommige mensen merken een longembolie niet[8].

Hoe verklein ik de kans op bloedstolsels?

Vraag voor een grote operatie naar voorbehoedsmaatregelen, beweeg regelmatig tijdens lange reizen en ziekenhuisopnames, en laat aandoeningen zoals diabetes en hoge bloeddruk behandelen[3]. Niet roken, gezond eten en veel bewegen helpen ook[10]. Bij een hoog risico kan de arts medicijnen voorschrijven[1].

Gerelateerde artikelen

  1. National Heart, Lung, and Blood Institute. Venous Thromboembolism. National Institutes of Health. nhlbi.nih.gov (geraadpleegd op 23 oktober 2026)
  2. National Heart, Lung, and Blood Institute. Venous Thromboembolism: Diagnosis. nhlbi.nih.gov (geraadpleegd op 23 oktober 2026)
  3. National Heart, Lung, and Blood Institute. Venous Thromboembolism: Causes and Risk Factors. nhlbi.nih.gov (geraadpleegd op 23 oktober 2026)
  4. MedlinePlus. D-Dimer Test. US National Library of Medicine. medlineplus.gov (geraadpleegd op 23 oktober 2026)
  5. National Heart, Lung, and Blood Institute. Stroke: Symptoms. nhlbi.nih.gov (geraadpleegd op 23 oktober 2026)
  6. Konstantinides SV, Meyer G, Becattini C, et al. 2019 ESC guidelines for the diagnosis and management of acute pulmonary embolism. Eur Heart J. 2020;41(4):543-603. doi:10.1093/eurheartj/ehz405 (geraadpleegd op 23 oktober 2026)
  7. Thuisarts.nl (NHG en Federatie Medisch Specialisten). Ik denk dat ik een trombosebeen heb. thuisarts.nl (geraadpleegd op 23 oktober 2026)
  8. Thuisarts.nl (NHG en Federatie Medisch Specialisten). Heb ik een longembolie? thuisarts.nl (geraadpleegd op 23 oktober 2026)
  9. Thuisarts.nl (NHG en Federatie Medisch Specialisten). Ik wil weten hoe je een beroerte herkent. thuisarts.nl (geraadpleegd op 23 oktober 2026)
  10. Trombosestichting Nederland. Wat is trombose? trombosestichting.nl (geraadpleegd op 23 oktober 2026)
  11. Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde (NVKC). D-dimeer. Alles over testen. allesovertesten.nl (geraadpleegd op 23 oktober 2026)

Deze pagina geeft algemene informatie. Ze vervangt het advies van een arts niet; een arts beoordeelt je uitslagen samen met je klachten, voorgeschiedenis en onderzoek.