D-dimeer is een klein eiwitbrokstuk dat in je bloed verschijnt als er een stolsel ontstaat en weer wordt afgebroken. De D-dimeer test, door de NVKC ook wel trombosetest genoemd, meet hoeveel van dat brokstuk er in je bloed zit. Omdat je lichaam voortdurend kleine stolseltjes maakt en opruimt, is de uitslag zelden een simpel ja of nee. De test werkt als zeef: een lage waarde stelt echt gerust, terwijl een verhoogd D-dimeer je arts alleen vertelt dat er ergens stollingsactiviteit is. Niet waar, niet waarom en niet hoe ernstig. Dat verschil is de meest voorkomende bron van zorgen als een uitslag gemarkeerd terugkomt. In dit artikel lees je wat de test meet, hoe je het getal op je uitslag leest, welke afkapwaarde huisartsen in Nederland gebruiken, waarom de waarde om veel gewone redenen stijgt zonder dat er een stolsel is, en wat er meestal daarna gebeurt.

Wat is D-dimeer en wat meet de test?

Als een bloedvat beschadigd raakt, legt je lichaam een netwerk van fibrine aan: draderig eiwit dat als steiger een stolsel bij elkaar houdt. Is het herstel klaar, dan knipt een enzym, plasmine, dat netwerk weer in stukken. D-dimeer is een van de restjes. De NVKC beschrijft het als een verbinding die alleen in het bloed zit als er een stolsel is of is geweest, en die vrijkomt als het stolsel wordt afgebroken. Is het aanwezig, dan zijn er dus twee dingen na elkaar gebeurd: er is een stolsel gebouwd en er is een stolsel afgebroken.

Daarom is de waarde zo nuttig en zo makkelijk verkeerd te lezen. De test spoort niet direct stolsels op. Hij spoort de nasleep op van stollingsactiviteit overal in je lichaam. Een blauwe plek op je scheenbeen, een genezende operatiewond, een ontstoken gewricht of een stolsel in een longslagader laten allemaal hetzelfde brokstuk in je bloed los.

De test hoort bij een bredere familie van stollingsonderzoeken. Hoe de hele stollingscascade in elkaar zit, lees je in onze uitleg over stollingsonderzoek. De grondstof voor het fibrinenetwerk wordt apart gemeten; het eiwit dat je lever daarvoor levert, bespreken we in onze uitleg over fibrinogeen in je bloed.

Waarom vraagt je huisarts een D-dimeer test aan?

Artsen vragen deze waarde bijna nooit uit nieuwsgierigheid aan. Ze doen het bij een concrete verdenking, meestal een stolsel in een beenader (trombosebeen) of een stolsel dat naar de longen is gereisd (longembolie). De belangrijkste taak van de test is die verdenking uitsluiten, niet bevestigen.

De logica werkt andersom dan de meeste mensen verwachten. Artsen schatten eerst hoe waarschijnlijk een stolsel is met een vaste beslisregel die klachten, hartslag, een recente operatie, kanker in de voorgeschiedenis en zwelling van één been meeweegt. Alleen bij een lage of matige kans volgt een D-dimeer test. Ligt de waarde onder de afkapwaarde, dan is de kans op een stolsel zo klein dat een scan veilig kan worden overgeslagen. Dat bespaart je een injectie met contrastvloeistof en een dosis straling.

In Nederland gebeurt dat vaak via de huisarts. Thuisarts beschrijft het zo: bij een vermoeden van longembolie laat de huisarts vaak eerst je bloed onderzoeken op D-dimeer. Dat onderzoek gebeurt meteen op dezelfde dag en je krijgt de uitslag ook dezelfde dag. Een lage D-dimeer betekent geen longembolie; een hoge D-dimeer kan passen bij een longembolie, en dan stuurt de huisarts je door naar het ziekenhuis voor een CT-scan. Twee aandoeningen bepalen dus vooral waarom er wordt getest. Lees meer over het stolsel in je been dat dit onderzoek het vaakst in gang zet in onze uitleg over symptomen van een trombosebeen, en over het spoedgeval in de longen dat artsen zo graag willen uitsluiten in onze uitleg over longembolie.

Wat is de normale waarde van D-dimeer?

Bij Nederlandse laboratoria ligt de normaalwaarde van D-dimeer meestal onder 500 µg/L. Het laboratorium Star-shl hanteert sinds 17 februari 2025 voor alle leeftijden een referentiewaarde van minder dan 500 µg/L, in navolging van de NHG-Standaard Diepe veneuze trombose en longembolie uit 2024. Toch is het lezen van de uitslag lastiger dan het lijkt, vanwege de eenheden. Laboratoria gebruiken twee verschillende schalen, en de getallen zijn niet uitwisselbaar. Fibrinogeen-equivalente eenheden (FEU) geven voor hetzelfde monster getallen die ongeveer twee keer zo groot zijn als D-dimeer-eenheden (DDU). De uitslag kan bovendien in µg/L, ng/mL of mg/L staan, wat de komma verschuift: 500 µg/L is 0,5 mg/L.

Daarom heeft het geen zin je getal te vergelijken met een getal dat je online vond of met de uitslag van een kennis. De NVKC zegt het ook: de gemeten hoeveelheid hangt af van de testmethode, dus de referentiewaarden verschillen per laboratorium. Het enige getal dat telt, is de referentiewaarde op je eigen uitslag, van je eigen laboratorium, in je eigen eenheid.

Wat er op je uitslag staatWat het meestal betekentGebruikelijke volgende stap
Onder de afkapwaarde, met een lage verdenkingEen stolsel is zeer onwaarschijnlijk als oorzaak van je klachtenMeestal geen scan; er wordt naar andere verklaringen gezocht
Onder de afkapwaarde, maar de verdenking was al hoogDe uitslag weegt minder zwaar, omdat de test niet voor deze groep is bedoeldVaak toch beeldvorming, ongeacht het getal
Iets boven de afkapwaardeErgens is er meer stollingsactiviteit; een stolsel is mogelijk maar zeker niet bewezenEen echo van het been of een CT-scan van de longen geeft duidelijkheid
Ver boven de afkapwaardeVeel stollingsactiviteit, een flinke ontsteking of een ernstige ziekteSnel beeldvorming en een bredere beoordeling van het hele beeld
Alleen negatief of positief vermeldHet lab gebruikte een kwalitatieve methode in plaats van een getalDe uitleg volgt dezelfde regels, gestuurd door de klinische kans

Eén ongelijkheid is goed om te onthouden. Een negatieve uitslag zegt veel meer dan een positieve. De test is zo gemaakt dat hij bijna nooit een stolsel mist, en dat lukt alleen door veel vals alarm in de andere richting te accepteren.

Hoe hoog is het D-dimeer bij longembolie, en welke afkapwaarde geldt?

Er is geen D-dimeerwaarde die een longembolie bewijst; artsen werken met een afkapwaarde die een longembolie uitsluit. In Nederland schrijft de NHG-Standaard (2024) voor de huisarts volgens Star-shl deze afkapwaarden voor: 500 µg/L bij de eerstelijnsbeslisregel voor een trombosebeen, en bij het YEARS-algoritme voor longembolie 500 µg/L of 1000 µg/L, afhankelijk van de klinische kenmerken.

Internationaal is een vaste afkapwaarde bekritiseerd, omdat D-dimeer vanzelf stijgt met de leeftijd. Eén getal voor een dertigjarige en een tachtigjarige stuurt veel te veel ouderen naar een scan die ze niet nodig hadden. In veel ziekenhuizen in het buitenland wordt daarom vanaf 50 jaar een leeftijdsafhankelijke afkapwaarde gebruikt. De NHG-Standaard adviseert dat voor de Nederlandse huisartsenpraktijk nu juist niet, omdat er onvoldoende bewijs is dat het beter werkt dan de huidige afkapwaarde en eerstelijnsonderzoek ontbreekt. Star-shl heeft daarom per februari 2025 de leeftijdsafhankelijke referentiewaarden die het sinds 2021 gebruikte, losgelaten.

Wat betekent dit voor jou? Een uitslag die als hoog is gemarkeerd naast een algemene referentiewaarde, kan in het ziekenhuis anders worden gewogen dan bij de huisarts, afhankelijk van de beslisregel die wordt gebruikt. Zie je een markering maar leek je arts niet ongerust, dan is een andere afkapwaarde of een lage klinische kans vaak de reden. Vraag gerust welke afkapwaarde op je uitslag is toegepast; dat is een redelijke en nuttige vraag.

AanpakHoe de afkapwaarde wordt bepaaldGevolg in de praktijk
Vaste afkapwaarde (NHG, huisarts)Eén waarde voor alle volwassenen, 500 µg/LEenvoudig, maar markeert veel ouderen zonder stolsel
YEARS-algoritme500 of 1000 µg/L, afhankelijk van klinische kenmerkenBewaart scans voor mensen bij wie het verhaal echt op een stolsel wijst
Leeftijdsafhankelijke afkapwaardeVanaf 50 jaar berekend op basis van de leeftijd (vooral in het buitenland)Minder scans bij ouderen; de NHG adviseert dit niet voor de eerste lijn
Geen D-dimeerOvergeslagen als de verdenking al hoog isJe gaat direct door naar beeldvorming

Wat betekent een verhoogd D-dimeer als er geen stolsel is?

Een verhoogd D-dimeer betekent meestal geen levensgevaarlijk stolsel. Dit is het deel waarvoor de meeste lezers komen. Een verhoogde waarde komt vaak voor, en in de meeste gevallen is de oorzaak geen gevaarlijke trombose. Alles wat stolselvorming en -afbraak aanjaagt of een brede ontsteking veroorzaakt, duwt het getal omhoog.

GroepVoorbeeldenWaarom de waarde stijgt
Normale lichaamsprocessenHogere leeftijd, zwangerschapDe gewone stollingsactiviteit ligt van nature hoger
Recente weefselschadeOperatie, letsel, grote blauwe plekken, bevallingGenezende wonden bouwen en breken fibrine voortdurend op en af
Infectie en ontstekingLongontsteking, sepsis, ontstekingsreumaOntstekingssignalen zetten het stollingssysteem aan
Chronische ziekteKanker, leverziekte, nierziekte, hartfalenAanhoudende activatie of tragere opruiming van de brokstukken
Echte stollingsproblemenTrombosebeen, longembolie, diffuse intravasale stolling (DIS)Grootschalige aanmaak en afbraak van fibrine

Omdat ontsteking zo vaak de drijfveer is, lezen artsen deze waarde vaak naast andere. Schat de algemene ontsteking achter een verhoogde waarde in met onze uitleg over het CRP in je bloed, en bekijk de cellen die de stolselvorming beginnen in onze uitleg over trombocyten. Vaak hoort er een breder bloedonderzoek bij; het gebruikelijke basisonderzoek bespreken we in onze uitleg over het volledige bloedbeeld.

Wat gebeurt er na een afwijkende uitslag?

Een verhoogde waarde is een aanleiding voor de volgende stap en geen diagnose. Wat er volgt, hangt helemaal af van welk stolsel je arts zoekt en hoe overtuigend je klachten zijn.

  • Verdenking op een trombosebeen: een echo van de beenaders, die pijnloos is en zonder straling, zoekt direct naar een afsluiting.
  • Verdenking op een longembolie: een CT-scan van de longslagaders geeft het antwoord, of een ventilatie-perfusiescan als contrastvloeistof niet geschikt is.
  • Geen stolsel op de beelden: de aandacht gaat naar de andere verklaringen uit de tabel hierboven, en de verhoogde waarde wordt gezien als gevolg van die aandoening.
  • Een onduidelijk beeld: de test wordt soms herhaald, of het stollingsonderzoek wordt uitgebreid om te zien hoe snel en hoe goed je bloed stolt.

Dat uitgebreide onderzoek is het waard om vooraf te begrijpen. Hoe lang je bloed via de ene route nodig heeft om te stollen, lees je in onze uitleg over de protrombinetijd, en de aanvullende route staat in onze uitleg over de aPTT-waarde. Speelt pijn op de borst mee, dan voegen artsen vaak de waarde voor hartspierschade toe die we uitleggen in onze uitleg over troponine in je bloed.

Situaties die bepalen hoe je uitslag wordt gelezen

Zwangerschap

D-dimeer stijgt tijdens een normale zwangerschap gestaag, dus de gewone afkapwaarden voor volwassenen zijn in deze groep onbetrouwbaar. Een verhoogde waarde op zichzelf is te verwachten en niet alarmerend. Speciale beslisregels voor zwangeren, samen met echografie, sturen dan de beoordeling.

Kanker en kankerbehandeling

Kanker verhoogt de basiswaarde, en kanker vergroot ook echt het risico op stolsels. Beide zijn tegelijk waar. Daarom wordt een verhoogde uitslag bij iemand in behandeling serieus genomen, maar nooit zonder beeldvorming als bewijs van een stolsel gelezen.

Ouderen

De waarde schuift met de jaren omhoog. Bij ouderen is een verhoogde uitslag zonder stolsel daardoor vaker dan bij jongeren. Daarom zijn afkapwaarden en beslisregels zo belangrijk.

Na een recente infectie

Luchtweginfecties, waaronder COVID-19, kunnen de waarde nog weken na de acute ziekte verhoogd houden. De uitleg hangt af van het tijdstip en van de vraag of er nieuwe klachten zijn.

Wanneer zoek je medische hulp? De voorbodes van trombose

Wat je getal ook zegt, klachten gaan voor op laboratoriumwaarden. Bel 112 bij plotselinge benauwdheid, pijn op de borst die erger wordt bij inademen, bloed ophoesten, flauwvallen of een jagend hart. Bel direct je huisarts of de huisartsenpost bij zwelling, pijn, warmte of verkleuring van één been. Thuisarts noemt een dik, warm, pijnlijk en roder of donkerder onderbeen als teken van een trombosebeen, en sneller ademen met pijn bij het ademen als mogelijk teken van een bloedprop in een long. Een normaal D-dimeer heft zulke klachten niet op; het maakt een stolsel alleen minder waarschijnlijk, en het is nooit bedoeld als laatste woord.

Nieuwste wetenschappelijke inzichten

Onderzoek van de afgelopen drie jaar ging minder over het molecuul zelf en meer over slimmer beslissen rond de test. Vier bevindingen springen eruit voor patiënten.

Eén vraag kan een ingewikkelde score vervangen

Een grote studie op dertien Franse spoedeisendehulpafdelingen testte een opvallend eenvoudige regel. Artsen vroegen zich af of een longembolie de meest waarschijnlijke verklaring was voor de patiënt voor hen. Was het antwoord nee, dan gebruikten ze een hogere D-dimeer-afkapwaarde. In drie maanden opvolging werden geen stolsels gemist, en ongeveer een op de vijf patiënten ontliep een CT-scan in vergelijking met de oudere aanpak met een vaste afkapwaarde. Wat betekent dit voor jou? Minder scans, minder contrastvloeistof en minder straling, zonder in te leveren op veiligheid.

Aangepaste afkapwaarden zijn veilig, maar niet allemaal gelijk

Een systematische review, een studie die veel eerdere studies bundelt en opnieuw analyseert, verzamelde resultaten van ruim honderdduizend patiënten en vergeleek de verschillende manieren om de afkapwaarde aan te passen. Een afkapwaarde op maat van de patiënt verminderde steeds het aantal onnodige scans, terwijl het vermogen om stolsels te vinden dicht bij dat van de vaste afkapwaarde bleef. De auteurs benadrukten dat de strategieën onderling verschillen in betrouwbaarheid, zodat ziekenhuizen er bewust en niet willekeurig een kiezen. Voor jou verklaart dit waarom twee ziekenhuizen, of je huisarts en een ziekenhuis, hetzelfde getal anders kunnen lezen en toch allebei goed bewijs volgen.

Je uitslag wordt steeds vaker een persoonlijke kans

Onderzoekers, onder wie Nederlandse, bundelden individuele gegevens uit zestien studies met tienduizenden volwassenen. Ze bouwden een model dat je D-dimeerwaarde combineert met je leeftijd, geslacht en voorgeschiedenis tot één persoonlijke schatting van de kans op een stolsel. Dat model deed het beter dan de traditionele aanpak van score plus afkapwaarde. Het is nog een onderzoeksinstrument dat in de praktijk moet worden getest, maar het laat de richting zien: weg van één vaste streep in het zand, naar een getal dat je leest in de context van de hele persoon.

Ook bij een hoge kans kan de test misschien nuttig zijn

Richtlijnen adviseren al lang om mensen met een sterke klinische verdenking direct naar beeldvorming te sturen, zonder D-dimeer. Een analyse van drie Europese studies keek opnieuw naar die regel. Bij patiënten met een hoge verdenking bij wie de waarde onder de leeftijdsafhankelijke afkapwaarde lag, werden achteraf geen stolsels gemist. De onderzochte groep was klein, dus de auteurs zien dit als bemoedigend maar niet overtuigend. Het is een vraag waar onderzoekers nog mee bezig zijn en geen verandering die je vandaag in de praktijk moet verwachten.

Begrippenlijst

BegripUitleg
D-dimeerEen eiwitbrokstuk dat overblijft als een bloedstolsel wordt afgebroken. Is het aanwezig, dan zijn zowel stolselvorming als stolselafbraak gebeurd.
FibrineHet draderige eiwitnetwerk dat een stolsel bij elkaar houdt, tijdens de stolling gevormd uit fibrinogeen.
FibrinolyseHet natuurlijke proces waarmee het lichaam een stolsel oplost als een bloedvat is genezen.
PlasmineHet enzym dat de fibrinolyse uitvoert door het fibrinenetwerk in brokstukken te knippen, waaronder D-dimeer.
Veneuze trombo-embolie (VTE)Verzamelnaam voor een stolsel in een diepe ader en een stolsel dat naar de longen is gereisd.
Trombosebeen (diepe veneuze trombose, DVT)Een bloedstolsel in een diepe ader, meestal in de kuit of het bovenbeen.
Longembolie (LE)Een stolsel dat is losgeschoten en vastzit in een slagader van de longen. Dit is een spoedgeval.
Klinische kansEen vaste inschatting vooraf van hoe waarschijnlijk een stolsel is, op basis van klachten en voorgeschiedenis.
YEARS-algoritmeEen beslisregel voor longembolie die bepaalt of 500 of 1000 µg/L als afkapwaarde geldt.
Fibrinogeen-equivalente eenheden (FEU)Een van de twee rapportageschalen voor D-dimeer. De waarden verschillen van D-dimeer-eenheden, dus de schalen zijn niet direct te vergelijken.

Veelgestelde vragen

Moet je nuchter zijn voor een D-dimeer test?

Nee. De test vraagt een gewone bloedafname uit een ader in je arm, zonder nuchter te zijn of je speciaal voor te bereiden. Je mag eten, drinken en je gewone medicijnen nemen, tenzij je arts iets anders zegt. Bij een verdenking op longembolie gebeurt het onderzoek volgens Thuisarts op dezelfde dag en krijg je de uitslag ook dezelfde dag, omdat het antwoord direct bepaalt of je een scan nodig hebt.

Welke D-dimeerwaarde is gevaarlijk?

Er bestaat geen getal dat op zichzelf gevaarlijk is. De waarde weerspiegelt stollingsactiviteit en geen risico, en een heel hoge uitslag kan net zo goed door een infectie of een recente operatie komen als door een stolsel. Wat telt, is de combinatie van je uitslag, je klachten en je klinische risico. Beoordeel het getal dus niet los, maar vraag je arts wat je uitslag in jouw situatie betekent en welke afkapwaarde is gebruikt.

Is D-dimeer verhoogd bij kanker?

Vaak wel. Kanker verhoogt de basiswaarde van D-dimeer en vergroot ook de kans op trombose. Een verhoogde waarde bij iemand met kanker wordt daarom serieus genomen, maar bewijst zonder beeldvorming geen stolsel. Andersom is een verhoogd D-dimeer geen test om kanker op te sporen: infecties, ontstekingen, zwangerschap en leeftijd verhogen de waarde veel vaker.

Kun je een stolsel hebben ondanks een normaal D-dimeer?

Dat komt weinig voor, maar het kan. De test is zeer gevoelig gemaakt, dus een negatieve uitslag bij iemand met een lage klinische kans maakt een stolsel heel onwaarschijnlijk. De gevoeligheid daalt als de verdenking hoog is, als een stolsel klein is of als het al langer geleden is ontstaan en niet meer actief wordt afgebroken. Juist daarom verdienen aanhoudende of erger wordende klachten medische aandacht, ook bij een geruststellend getal.

Waarom is mijn D-dimeer verhoogd terwijl de scans niets vonden?

Dat is een veelvoorkomende en meestal onschuldige situatie. Verhoogde waarden ontstaan door leeftijd, zwangerschap, een recente operatie of letsel, infectie, ontstekingsziekten, kanker, lever- of nierziekte en hartfalen. Zijn de beelden schoon, dan zoekt je arts naar een van die verklaringen. De verhoogde waarde wordt dan een aanwijzing voor wat er verder speelt en geen openstaande waarschuwing over stolsels.

Geeft een verhoogd D-dimeer vermoeidheid?

Nee, D-dimeer zelf geeft geen klachten; het is alleen een meetwaarde. Ben je moe en is je D-dimeer verhoogd, dan komen beide vaak voort uit dezelfde oorzaak, zoals een infectie die nog naweeën geeft, een ontstekingsziekte of soms een stolsel. Bespreek aanhoudende moeheid met je huisarts, zeker als je ook benauwd bent.

Betekent een hoge uitslag dat je bloedverdunners nodig hebt?

Niet op zichzelf. Bloedverdunners worden voorgeschreven als een stolsel is bevestigd of als een specifieke situatie erom vraagt, nooit alleen op basis van een laboratoriumwaarde. Een getal behandelen zonder diagnose zou je blootstellen aan bloedingsrisico zonder voordeel. Beslissingen over antistolling volgen altijd na beeldvorming en een volledige beoordeling door je arts.

Hoe vaak moet de test worden herhaald?

Voor de meeste mensen is het een eenmalige test bij één periode van verdenking, en niets wat routinematig wordt gevolgd. Herhalen heeft specifieke toepassingen, bijvoorbeeld om bij bepaalde patiënten het risico op een nieuw stolsel in te schatten nadat de behandeling is gestopt. Je arts beslist over herhaling op basis van je voorgeschiedenis; er is geen algemeen advies om deze waarde bij gezonde mensen te volgen.

Bronnen

  • Star-shl — D-dimeer referentiewaarde wordt aangepast naar <500 µg/l — Star-shl Nieuws, 2025 (star-shl.nl)
  • Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde (NVKC) — D-dimeer — Alles over testen, geraadpleegd 2026 (allesovertesten.nl)
  • Thuisarts.nl (NHG) — Heb ik een longembolie? — Thuisarts, geraadpleegd 2026 (thuisarts.nl)
  • Thuisarts.nl (NHG) — Ik denk dat ik een trombosebeen heb — Thuisarts, geraadpleegd 2026 (thuisarts.nl)
  • Roussel M, Bannelier H, Lebal S, et al. — D-Dimer thresholds for diagnosis of pulmonary embolism based on a single question: is it the most likely diagnosis? A prospective, multicentre, open-label, single-arm interventional study — The Lancet Respiratory Medicine, 2025 (doi.org/10.1016/S2213-2600(25)00292-9)
  • Gerber JL, Messmer AS, Krebs T, et al. — Utility and limitations of patient-adjusted D-dimer cut-off levels for diagnosis of venous thromboembolism: a systematic review and meta-analysis — Journal of Internal Medicine, 2023 (doi.org/10.1111/joim.13650)
  • van Es N, Takada T, Kraaijpoel N, et al. — Diagnostic management of acute pulmonary embolism: a prediction model based on a patient data meta-analysis — European Heart Journal, 2023 (doi.org/10.1093/eurheartj/ehad417)
  • Bannelier H, Kapfer T, Roussel M, et al. — Failure rate of D-dimer testing in patients with high clinical probability of pulmonary embolism: ancillary analysis of three European studies — Academic Emergency Medicine, 2024 (doi.org/10.1111/acem.15032)
  • MedlinePlus, National Library of Medicine — D-Dimer Test — MedlinePlus Medical Test, herzien 2025 (medlineplus.gov)
  • Cleveland Clinic — D-Dimer Test — Cleveland Clinic Diagnostics and Testing, herzien 2025 (my.clevelandclinic.org)
  • Centers for Disease Control and Prevention — About Venous Thromboembolism (Blood Clots) — CDC Blood Clots, 2025 (cdc.gov)

Verder lezen

Begrijp je labuitslag met BloodSense

Een gemarkeerde D-dimeerwaarde is makkelijk verkeerd te lezen als je haar los bekijkt, zonder de referentiewaarde, de eenheid of de klinische context die haar betekenis geeft. BloodSense leest je labuitslag en legt elke waarde in gewone taal uit. Het laat zien hoe je D-dimeer zich verhoudt tot verwante uitslagen zoals fibrinogeen, trombocyten en de protrombinetijd. Het is gemaakt om je te helpen begrijpen waar je naar kijkt en betere vragen voor te bereiden voor je huisarts. Het stelt geen diagnose en vervangt je arts niet.

Upload je labuitslag en ontvang je rapport binnen enkele minuten