Een proteïne C bloedtest meet een van de eigen remmen van je lichaam op de bloedstolling. Proteïne C is een natuurlijk antistollingseiwit dat in de lever wordt gemaakt. Is het te laag, dan kan je bloed makkelijker stollen dan zou moeten. Daarom staat de test meestal op een aanvraagformulier na een onverklaarde trombose, een trombose op jonge leeftijd of veel trombose in de familie.

In dit artikel lees je wat de test meet, hoe een activiteitsbepaling verschilt van een antigeenbepaling, hoe je de percentages op je uitslag leest, wat proteïne C omlaag duwt en waarom het tijdstip van je bloedafname belangrijker is dan de meeste mensen denken. Je leest ook wat recent onderzoek zegt over wie echt baat heeft bij de test.

Wat meet een proteïne C bloedtest?

Een proteïne C bloedtest meet hoeveel proteïne C er is en hoe goed het werkt. Stolling is een gecontroleerde kettingreactie. De ene factor activeert de volgende, en binnen enkele seconden dicht een netwerk van fibrine een beschadigd bloedvat. Zonder rem zou diezelfde kettingreactie doorgaan en gezonde bloedvaten afsluiten. Daarom draait het lichaam er een reeks tegengewichten naast, en proteïne C is een van de belangrijkste. Let op: proteïne C is iets heel anders dan het C-reactief proteïne (CRP), de bekende ontstekingswaarde.

Proteïne C gaat in een niet-actieve vorm rond tot trombine, het enzym dat de stolselvorming afrondt, zich bindt aan een receptor op de vaatwand: trombomoduline. Die koppeling verandert trombine van een stolselbouwer in een activator van proteïne C. Geactiveerd proteïne C schakelt vervolgens twee versnellende factoren uit, factor Va en factor VIIIa, zodat de cascade afremt voordat ze doorschiet. De Cyberpoli beschrijft het ook zo: proteïne C kan de bloedstolling afremmen door factor Va en factor VIIIa te inactiveren. Wil je het bredere beeld van hoe deze stappen samenhangen, bekijk dan de hele volgorde in onze uitleg over stollingsonderzoek.

Twee details verklaren het meeste van wat er op een uitslag verschijnt. Ten eerste heeft proteïne C vitamine K nodig om goed te worden gebouwd. Dat verbindt het direct met de leverfunctie en met vitamine K-remmers zoals acenocoumarol en fenprocoumon. Ten tweede werkt proteïne C niet alleen: het heeft een helper nodig om volledig te werken, en artsen vragen de twee bijna altijd samen aan. Volgens de Cyberpoli heeft proteïne C proteïne S nodig om goed te kunnen werken. Die partner bespreken we in onze uitleg over proteïne S.

Activiteit of antigeen: twee manieren om proteïne C te meten

Laboratoria kunnen twee verschillende vragen over proteïne C beantwoorden, en dat onderscheid telt als je je uitslag leest. De NVKC noemt de test daarom ook wel proteïne C activiteit of proteïne C antigeen.

Proteïne C activiteit

Een activiteitsbepaling, ook functionele bepaling genoemd, vraagt hoe goed je proteïne C werkt. Het laboratorium voegt een extract van slangengif of een vergelijkbare activator aan je plasma toe en meet hoeveel de stolling vertraagt. Dit is de gebruikelijke eerste test, omdat ze beide problemen tegelijk vangt: te weinig proteïne C, en proteïne C dat er wel is maar niet goed werkt.

Proteïne C antigeen

Een antigeenbepaling, of immunologische bepaling, telt alleen hoeveel proteïne C-moleculen er zijn, ongeacht of ze werken. Die wordt meestal pas toegevoegd als de activiteit laag terugkomt, omdat de combinatie een tekort in een van twee groepen indeelt.

UitslagpatroonWat het doet vermoedenHoe artsen het noemen
Activiteit laag, antigeen laagHet lichaam maakt te weinig proteïne C-moleculen, en de moleculen die er zijn werken normaalType I-deficiëntie (te weinig)
Activiteit laag, antigeen normaalEr worden genoeg moleculen gemaakt, maar ze werken niet goedType II-deficiëntie (werkt niet goed)
Activiteit normaal, antigeen normaalGeen aanwijzing voor een proteïne C-tekort in dit monsterNormale uitslag
Activiteit grensgeval, antigeen normaalVaak een effect van tijdstip of medicijnen en geen echt tekortVraagt om een nieuw monster

Omdat één lage meting zelden iets beslist, vragen de meeste laboratoria en specialisten om een bevestigend monster weken of maanden later, afgenomen onder omstandigheden die de uitslag niet vertekenen.

Wat is de normaalwaarde van proteïne C, en hoe lees je je uitslag?

Volgens de NVKC wordt voor de activiteit van proteïne C vaak een normaalwaarde van 70 tot 130 procent gehanteerd. Proteïne C wordt weergegeven als percentage van de normale activiteit bij volwassenen en niet als concentratie. Een waarde van 100 procent betekent dat je plasma de stolling ongeveer net zoveel afremt als gemengd plasma van gezonde volwassenen. Referentiewaarden verschillen een beetje per laboratorium; sommige laboratoria hanteren een bovengrens tot rond 140 procent. Vergelijk je getal dus altijd met de band op je eigen uitslag.

UitslagHoe het meestal wordt omschrevenGebruikelijke volgende stap
Ongeveer 70 tot 130 à 140 procentBinnen de verwachte band voor volwassenenGeen verder onderzoek naar proteïne C
Net onder de ondergrensGrensgeval, vaak tijdelijkHerhalen zonder bloedverdunners en buiten een acute trombose
Ongeveer 20 tot 60 procentLichte tot matige verlaging, het patroon van een erfelijke deficiëntie met één veranderde genkopieBevestigen in een tweede monster, daarna eigen en familiegeschiedenis bekijken
Onder ongeveer 20 procentErnstige verlaging, zeldzaam buiten de pasgeborenenperiode en acute ziekteSnelle beoordeling door een specialist
Boven de bovengrensHoog proteïne C, niet gekoppeld aan een bekende ziekteGeen actie nodig

Een hoog proteïne C verdient een geruststellende zin, omdat het vaak zorgen geeft. De NVKC zegt het duidelijk: verhoogde hoeveelheden proteïne C veroorzaken normaal gesproken geen ziekte, en een hoge waarde wordt niet behandeld. Laboratoria melden haar omdat de bepaling in beide richtingen meet, niet omdat het getal een risico inhoudt.

Een structureel punt wordt vaak gemist: proteïne C hoort bij dezelfde vitamine K-afhankelijke familie als de factoren die stollingstijden meten. Je leest de uitslag dus het best naast die tijden. Vergelijk haar met de metingen uit onze uitleg over de protrombinetijd, en bekijk hoe de sterkte van antistolling wordt gestandaardiseerd in onze uitleg over de INR-waarde.

Proteïne C-deficiëntie: wat verlaagt proteïne C?

Een lage uitslag heeft twee heel verschillende verklaringen, en het onderscheid bepaalt alles wat volgt. Een erfelijke deficiëntie is blijvend en komt in families voor. Een verworven deficiëntie is een tijdelijk gevolg van iets anders in het lichaam en verdwijnt als die oorzaak verdwijnt.

Volgens de Cyberpoli komt een erfelijke proteïne C-deficiëntie voor bij 0,5 procent van de mensen, oftewel een op de tweehonderd. Wie haar heeft, maakt 30 tot 60 procent van de normale hoeveelheid proteïne C aan, waardoor de bloedstolling minder goed wordt geremd. Meestal is er pas na het twintigste jaar kans op trombose, en ongeveer een op de twee mensen met een proteïne C-deficiëntie heeft voor het vijftigste jaar een trombose doorgemaakt.

OorzaakErfelijk of verworvenWaarom proteïne C daaltGaat het over?
Variant in het PROC-genErfelijkHet gen voor proteïne C heeft een verandering die de aanmaak of werking vermindertNee, het is levenslang
Vitamine K-remmer (acenocoumarol, fenprocoumon)VerworvenHet middel blokkeert vitamine K, en proteïne C is vitamine K-afhankelijkJa, als het middel stopt
Actieve tromboseVerworvenProteïne C wordt verbruikt terwijl het lichaam op het stolsel reageertJa, in de weken na de gebeurtenis
LeverziekteVerworvenDe lever maakt proteïne C, dus een beschadigde lever maakt er minderVerbetert als de leverfunctie verbetert
Ernstige infectie of sepsisVerworvenWijdverspreide stollingsactivatie verbruikt proteïne C sneller dan het wordt gemaaktJa, met herstel
Tekort aan vitamine KVerworvenZonder vitamine K kan het molecuul niet goed worden opgebouwdJa, als de voorraad is aangevuld
PasgeborenenperiodeNormaalBij de geboorte is de waarde van nature laag en ze stijgt in de eerste levensjarenJa, met de normale ontwikkeling

Het punt over vitamine K-remmers verdient nadruk, omdat het de meest voorkomende reden is waarom een proteïne C-uitslag verkeerd wordt gelezen. Deze middelen verlagen proteïne C snel. Een test tijdens de behandeling kan er dus uitzien als een erfelijke deficiëntie terwijl er niets erfelijks is. De vitamine K-status ligt onder dezelfde route, wat onze uitleg over vitamine K in je bloed verder uitlegt.

Een acute trombose is de tweede veelvoorkomende vertekening. Wordt het bloed afgenomen terwijl een stolsel nog actief is, dan wordt proteïne C verbruikt en daalt het getal om redenen die niets met erfelijkheid te maken hebben. De activiteit van een stolsel zelf wordt meestal met een andere waarde gevolgd, beschreven in onze uitleg over de D-dimeer test.

Wanneer verandert een proteïne C-test iets, en wanneer niet?

Hier is het advies duidelijk verschoven. Jarenlang kon iedereen met een trombose een breed trombofiliepakket krijgen. Het huidige advies van specialisten is veel selectiever, omdat een uitslag alleen zin heeft als ze een beslissing verandert.

Gebruik de vragen hieronder als praktische zeef voordat je wordt getest, en neem ze mee naar je afspraak in plaats van ze als vervanging ervan te zien.

Testen helpt eerder als

  • Een naast familielid een bevestigde proteïne C-, proteïne S- of antitrombinedeficiëntie heeft, en je een pil met oestrogeen of een zwangerschap overweegt.
  • Een trombose op een ongewone plek ontstond, zoals in de aders van de hersenen of de buik.
  • Een eerste trombose voor je vijftigste ontstond zonder operatie, letsel, stilliggen of hormonen als verklaring.
  • De antistolling anders zou worden gestopt, en de uitslag die beslissing echt kan doen kantelen.

Testen helpt zelden als

  • Een trombose volgde op een duidelijke, tijdelijke aanleiding, zoals een grote operatie of lang stilliggen.
  • Je op dit moment een vitamine K-remmer of een DOAC gebruikt, of je pas enkele weken na een acute trombose zit.
  • Het gaat om het screenen van gezonde mensen voordat ze met de combinatiepil beginnen, zonder trombose in de familie.
  • Het plan voor antistolling al op klinische gronden vaststaat.

Proteïne C hoort bij een kleine familie van natuurlijke antistollingseiwitten, en een specialist leest het meestal naast de andere en niet los. De naaste verwant staat in onze uitleg over antitrombine III. Het helpt ook om de aandoening te begrijpen die het hele pakket probeert te voorzien; onze uitleg over symptomen en behandeling van een trombosebeen beschrijft de waarschuwingstekens die je goed kunt kennen.

Bijzondere situaties die de uitleg veranderen

Pasgeborenen en baby’s

Baby’s worden geboren met een proteïne C-activiteit die ver onder de waarden van volwassenen ligt, en de waarde stijgt geleidelijk in de eerste maanden en jaren. Leg je een band voor volwassenen naast een pasgeborene, dan lijkt er een tekort te zijn waar er geen is. Kinderhematologen gebruiken daarom referentiewaarden per leeftijd. Een ernstige erfelijke deficiëntie toont zich wel in de pasgeborenenperiode, maar dan heftig en niet stil, met wijdverspreide stolsels in huid en bloedvaten. De Cyberpoli beschrijft dat heel zelden kinderen worden geboren die helemaal geen proteïne C aanmaken.

Zwangerschap en hormonen

Zwangerschap verschuift het stollingsevenwicht naar meer stolselvorming, en de pil met oestrogeen doet iets vergelijkbaars. De activiteit van proteïne C zelf verandert minder dan andere waarden, maar de context verandert sterk. Uitslagen uit de zwangerschap worden daarom voorzichtig gelezen en vaak daarna herhaald. Andere stollingswaarden stijgen sterk tijdens de zwangerschap, waaronder de waarde uit onze uitleg over fibrinogeen in je bloed.

Mensen die al bloedverdunners gebruiken

Vitamine K-remmers maken een proteïne C-test onbetrouwbaar, en DOAC’s kunnen de laboratoriumreactie van activiteitsbepalingen in beide richtingen verstoren. De Trombosestichting noemt DOAC’s sinds 2016 de eerste keus bij de meeste indicaties. Specialisten plannen de test meestal na een geplande, begeleide onderbreking van de behandeling, zodat het risico op trombose niet stijgt. Stop nooit op eigen houtje met een bloedverdunner om een zuiverder laboratoriumgetal te krijgen.

Hoe gaat de test en hoe bereid je je voor?

De afname zelf is gewoon: een bloedafname uit een ader, meestal in je arm, in een buisje met een antistollingsmiddel zodat het plasma testbaar blijft. Voor proteïne C alleen hoef je niet nuchter te zijn, al kunnen andere tests op dezelfde dag eigen instructies hebben. Volg altijd de instructies op je aanvraagformulier.

De voorbereiding draait minder om wat je vooraf doet en meer om wanneer het monster wordt afgenomen. Drie regels over het tijdstip dekken het meeste.

  1. Wacht tot er minstens enkele weken voorbij zijn sinds een acute trombose, zodat verbruik de uitslag niet meer vertekent.
  2. Laat testen zonder vitamine K-remmer, volgens een schema dat je arts vaststelt en niet een schema dat je zelf bedenkt.
  3. Bevestig elke afwijkende uitslag in een tweede monster voordat je haar als diagnose ziet.

Vertel het laboratorium over elk medicijn dat je gebruikt, ook vrij verkrijgbare supplementen. Supplementen met vitamine K, recente antibioticakuren en hormoonbehandelingen kunnen de uitleg allemaal beïnvloeden. Hoort er bij je onderzoek ook een bredere blik op de vaatgezondheid, dan beschrijft onze uitleg over homocysteïne in je bloed een andere waarde die vaak naast stollingsonderzoek wordt aangevraagd.

Nieuwste wetenschappelijke inzichten

Onderzoek van de afgelopen drie jaar veranderde het gesprek over proteïne C minder in hoe de test wordt gedaan en meer in wie hem zou moeten krijgen en wat een lage uitslag echt voorspelt. Dit meldt de recente literatuur, in gewone taal.

Richtlijnen beperkten wie getest wordt

Een expertpanel van de American Society of Hematology bekeek het bewijs en gaf uitgebreide aanbevelingen over trombofilie-onderzoek, de verzamelnaam voor tests die zoeken naar een erfelijke neiging tot stolling. De conclusie was opvallend terughoudend. Het panel raadde af om de algemene bevolking te testen voordat iemand met de combinatiepil begint, en steunde testen alleen in specifieke situaties, zoals een familiegeschiedenis van proteïne C-, proteïne S- of antitrombinedeficiëntie, of stolsels op ongewone plekken. Het panel gaf ook eerlijk toe dat het vertrouwen in veel van het onderliggende bewijs laag is.

Wat betekent dit voor jou? Vraagt je arts na een trombose geen proteïne C-test aan, dan is dat vaak een weloverwogen keuze en geen vergissing. De vraag die het testen stuurt, is of het antwoord je behandeling zou veranderen.

Een grote databank laat zien hoe een tekort zich echt gedraagt

Een studie uit 2025 bracht duizenden gepubliceerde gevallen van erfelijke proteïne C-deficiëntie samen in één doorzoekbare databank en zocht naar patronen. Twee bevindingen springen eruit voor patiënten. Ten eerste gedragen mensen die van beide ouders een verandering erfden zich heel anders dan mensen die er één erfden, met eerdere en ernstiger klachten in de eerste groep. Ten tweede voorspelde bij mensen met één erfelijke verandering de proteïne C-activiteit alleen niet wanneer problemen zouden optreden. Dat wijst erop dat er meestal andere risicofactoren naast moeten staan voordat een stolsel ontstaat.

Wat betekent dit voor jou? Een proteïne C-variant is een risicofactor en geen voorspelling. Het maakt het belangrijker om aan te pakken wat je zelf kunt veranderen, zoals bewegen tijdens lange reizen, en om goede preventieve zorg rond een operatie te krijgen.

Aandacht ook voor stolsels in slagaders

Een redactioneel stuk uit 2024 bekeek meldingen die proteïne C-deficiëntie niet alleen koppelen aan stolsels in aders, waar ze klassiek mee samenhangt, maar ook aan problemen in slagaders zoals een hartinfarct of herseninfarct. De auteurs beschreven dit zorgvuldig als een opkomend verband uit casusbeschrijvingen en niet als bewezen oorzaak, en riepen op tot systematischer onderzoek.

Wat betekent dit voor jou? Dit is voorlopig en moet worden bevestigd. Het is geen reden om bij een laag proteïne C slagaderziekte te verwachten, maar wel een reden voor specialisten om naar het hele hart- en vaatbeeld te kijken en niet alleen naar de aders.

De uitleg blijft het moeilijke deel, niet de bepaling

Een overzicht uit 2025 over trombofilie-onderzoek bij trombose maakte een praktisch punt dat laboratoria al lang kennen: welke tests worden aangevraagd en wanneer het monster wordt afgenomen, verschilt sterk tussen centra, en zowel het testen als de uitleg vragen specifieke deskundigheid. Het overzicht concludeerde dat de rol van deze uitslagen bij de beslissing hoe lang iemand antistolling houdt, nog wordt uitgezocht.

Wat betekent dit voor jou? Een proteïne C-getal spreekt niet voor zich. De betekenis hangt af van wanneer het is afgenomen, welke medicijnen je gebruikte en wat er op dat moment verder in je lichaam speelde.

Begrippenlijst

BegripUitleg
Proteïne CEen natuurlijk antistollingseiwit uit de lever dat de bloedstolling afremt door twee versnellende stollingsfactoren uit te schakelen.
Geactiveerd proteïne CDe werkende vorm van proteïne C, aangezet als trombine zich bindt aan trombomoduline op de vaatwand.
AntistollingsmiddelAlles wat de stolselvorming vertraagt. Het lichaam maakt zijn eigen; medicijnen versterken dat effect.
TrombofilieEen verhoogde neiging tot bloedstolsels, erfelijk of verworven.
TrombomodulineEen receptor op de binnenwand van bloedvaten die trombine omvormt tot een activator van proteïne C.
ActiviteitsbepalingEen laboratoriumtest die meet hoe goed een eiwit werkt, niet hoeveel ervan aanwezig is.
AntigeenbepalingEen laboratoriumtest die telt hoeveel moleculen van een eiwit er zijn, of ze nu werken of niet.
Veneuze trombo-embolie (VTE)Verzamelnaam voor een trombosebeen en een longembolie, een stolsel dat naar de longen reist.
HeterozygootEen erfelijke verandering hebben op één van de twee kopieën van een gen.
PROC-genHet gen met de instructies voor proteïne C. Veranderingen erin veroorzaken een erfelijke deficiëntie.

Veelgestelde vragen

Is een laag proteïne C hetzelfde als een stollingsstoornis hebben?

Niet op zichzelf. Eén lage waarde komt meestal door het tijdstip of medicijnen en niet door een erfelijke aandoening. Vitamine K-remmers, een actieve trombose, leverproblemen en een ernstige infectie verlagen proteïne C allemaal tijdelijk. Voor de diagnose erfelijke deficiëntie is een bevestigde lage uitslag in een tweede monster nodig, afgenomen onder zuivere omstandigheden, en die wordt gelezen samen met je eigen en familiegeschiedenis en niet als los getal.

Wat is erfelijke trombofilie?

Erfelijke trombofilie is een aangeboren neiging tot trombose door een verandering in een gen dat de stolling regelt. Voorbeelden zijn een tekort aan proteïne C, proteïne S of antitrombine, en factor V Leiden. De NVKC noemt dat proteïne C vaak samen met proteïne S, factor V Leiden, de protrombinemutatie, lupus anticoagulans en antitrombine wordt onderzocht, zeker bij relatief jonge mensen. De meeste mensen met een erfelijke trombofilie krijgen nooit een trombose.

Is longembolie erfelijk?

Een longembolie zelf erft niet over, maar de neiging tot trombose kan wel erfelijk zijn. Een erfelijke proteïne C-deficiëntie is daar een voorbeeld van: elk kind van een ouder met één veranderde genkopie heeft een kans van een op twee om die te erven. Ook dan ontstaat een longembolie meestal pas als er andere risicofactoren bijkomen, zoals een operatie of lang stilliggen.

Welke bloedwaarden wijzen op trombose?

Geen enkele bloedwaarde bewijst een trombose. De D-dimeer helpt een trombose uit te sluiten als hij laag is; een hoge waarde vraagt om beeldvorming. Proteïne C, proteïne S en antitrombine zeggen iets over een neiging tot trombose, niet over een stolsel dat er nu is. Bij klachten zoals een dik, pijnlijk been of plotselinge benauwdheid bel je direct je huisarts of de huisartsenpost, en bij levensgevaar 112.

Wat is het verschil tussen proteïne C en het C-reactief proteïne (CRP)?

Het zijn twee heel verschillende eiwitten met een verwarrend gelijke naam. Proteïne C remt de bloedstolling. Het C-reactief proteïne (CRP) is een ontstekingswaarde die stijgt bij infecties en ontstekingen. De normale waarde van CRP lees je in onze uitleg over het CRP in je bloed.

Waardoor is proteïne C in het bloed hoog?

Achter een hoog proteïne C zit geen bekende ziekte, en het heeft geen bekende medische gevolgen. Waarden kunnen boven de band uitkomen door gewone verschillen tussen mensen of door verschillen in laboratoriummethoden. Omdat er geen aandoening met te veel proteïne C bestaat, wordt een hoge uitslag niet behandeld en hoeft hij meestal niet herhaald te worden. Staat hij naast andere onverwachte bevindingen, dan richt je arts zich op die.

Moet proteïne C samen met proteïne S worden getest?

Ze worden bijna altijd samen aangevraagd, omdat ze als paar werken. Proteïne S is een hulpstof die geactiveerd proteïne C veel effectiever maakt, dus een tekort aan een van beide geeft een vergelijkbare neiging tot stolling. Beide testen, meestal samen met antitrombine, geeft een vollediger beeld van het natuurlijke remsysteem van je lichaam dan een losse uitslag.

Kun je proteïne C verbeteren met voeding of leefstijl?

Er is geen dieet of supplement dat proteïne C zo verhoogt dat het aantoonbaar het risico op trombose verlaagt, en een erfelijke deficiëntie is niet met leefstijl te herstellen. Leefstijl beïnvloedt wel je totale risico op trombose: in beweging blijven tijdens lange reizen, een gezond gewicht houden en niet roken tellen allemaal. Is een deficiëntie bevestigd, dan wordt preventie opgebouwd rond specifieke risicomomenten, zoals een operatie, stilliggen en zwangerschap.

Hoe lang na een trombose moet je wachten met testen?

Specialisten raden meestal aan te wachten tot de acute fase ruim voorbij is, en tot de antistolling veilig en onder begeleiding kan worden onderbroken. Tijdens een actief stolsel wordt proteïne C verbruikt, dus een vroeg monster valt meestal laag uit, ongeacht je basiswaarde. De precieze tussenpoos hangt af van je behandelplan en je trombosegeschiedenis, en daarom bepaalt de arts die je behandelt het tijdstip.

Geef je een proteïne C-deficiëntie door aan je kinderen?

Een erfelijke proteïne C-deficiëntie volgt een eenvoudig patroon: elk kind van een ouder met één veranderde kopie heeft een kans van een op twee om die kopie te erven. De meeste mensen met één kopie krijgen nooit een trombose, en velen worden alleen via familieonderzoek gevonden. Een veranderde kopie van beide ouders erven is zeldzaam en veel ernstiger, en toont zich meestal in de pasgeborenenperiode. Erfelijkheidsadvies bij een klinisch geneticus is de juiste plek voor deze vragen.

Bronnen

  • Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde (NVKC) — Proteïne C — Alles over testen, geraadpleegd 2026 (allesovertesten.nl)
  • Cyberpoli — Wat is proteïne C-deficiëntie? — Cyberpoli, Trombose, geraadpleegd 2026 (cyberpoli.nl)
  • Trombosestichting Nederland — Behandeling en herstel: vitamine K-remmers en DOAC’s — Trombosestichting, geraadpleegd 2026 (trombosestichting.nl)
  • MedlinePlus, National Library of Medicine — Protein C and Protein S Tests — MedlinePlus Medical Test, 2025 (medlineplus.gov)
  • Centers for Disease Control and Prevention — About Blood Clots — CDC Venous Thromboembolism, 2025 (cdc.gov)
  • National Heart, Lung, and Blood Institute — Venous Thromboembolism — NHLBI Health Topics, 2025 (nhlbi.nih.gov)
  • Mayo Clinic — Deep Vein Thrombosis (DVT): Symptoms and Causes — Mayo Clinic Diseases and Conditions, 2025 (mayoclinic.org)
  • Middeldorp S, Nieuwlaat R, Baumann Kreuziger L, et al. — American Society of Hematology 2023 Guidelines for Management of Venous Thromboembolism: Thrombophilia Testing — Blood Advances, 2023 (doi.org/10.1182/bloodadvances.2023010177)
  • Zhang S, Dong S, Hou Z, et al. — Novel Insights into Inherited Protein C Deficiency from an Interactive PROC Variant Database — Journal of Thrombosis and Haemostasis, 2025 (doi.org/10.1016/j.jtha.2025.07.030)
  • Vrotniakaite-Bajerciene K, Angelillo-Scherrer A, Castellucci LA — Thrombophilia Testing in Venous Thromboembolism — Medical Clinics of North America, 2025 (doi.org/10.1016/j.mcna.2025.01.008)
  • Zhang N, Sun DK, Tian X, Zheng XY, Liu T — Protein C Deficiency with Venous and Arterial Thromboembolic Events — World Journal of Clinical Cases, 2024 (doi.org/10.12998/wjcc.v12.i12.2000)

Verder lezen

Begrijp je labuitslag met BloodSense

Een proteïne C-percentage zegt op zichzelf weinig. De betekenis komt uit het gezelschap: proteïne S, antitrombine, de protrombinetijd en de D-dimeer bepalen allemaal hoe één getal moet worden gelezen. BloodSense zet die groep waarden om in gewone taal die je mee kunt nemen naar je volgende afspraak. Het helpt je begrijpen wat je uitslag zegt; het stelt geen diagnose en vervangt nooit de arts die beslist wat er moet gebeuren.

Upload je labuitslag en ontvang je rapport binnen enkele minuten