In het kort

De coombstest, ook antiglobulinetest genoemd, zoekt naar antistoffen tegen rode bloedcellen. De directe coombstest (DAT) kijkt of er al antistoffen op je rode bloedcellen vastzitten; de indirecte coombstest (antistoffenscreening) zoekt antistoffen die vrij in het plasma zitten, vóór een bloedtransfusie of tijdens de zwangerschap. Een normale uitslag is negatief. Een positieve uitslag is een aanwijzing, geen diagnose: je leest hem samen met het bloedbeeld en de tekenen van afbraak van rode bloedcellen.

Hoe lees je de uitslag van een coombstest?

De test geeft geen getal met een eenheid. Het lab voegt een reagens (antiglobuline) toe aan rode bloedcellen: klonteren ze samen, dan is de uitslag positief[1]. Hieronder een fictief voorbeeld in de opmaak van een Nederlands laboratorium, met een directe coombstest en een antistoffenscreening.

Fictief voorbeeld van een labuitslag (Nederlandse opmaak)
BepalingUitslagReferentiewaardeOpmerking
Directe antiglobulinetest (DAT, directe coombs), polyspecifiekpositief (2+)negatief* afwijkend
DAT monospecifiek anti-IgGpositiefnegatief* afwijkend
DAT monospecifiek anti-C3dnegatiefnegatief-
Screening irregulaire erytrocytenantistoffen (indirecte coombs)negatiefnegatief-
  1. Polyspecifieke DAT: de eerste screening. Positief betekent dat antistoffen of complementeiwitten je rode bloedcellen bedekken[3][13].
  2. Sterkte (2+): het lab geeft aan hoe sterk het samenklonteren is. Hoe sterker, hoe meer antistof op de cellen, maar dat zegt niet altijd iets over hoe ziek je bent[3].
  3. Anti-IgG en anti-C3d: vertellen welk eiwit vastzit. IgG wijst op een warme auto-immuunvorm; alleen complement (C3d) wijst op koude-agglutininenziekte[5].
  4. Antistoffenscreening: een aparte test op het plasma. Negatief betekent dat er geen antistoffen tegen de testcellen zijn gevonden[1].
  5. Sterretje: afwijkende uitslag. Een positieve DAT zegt pas iets naast je hemoglobine (Hb) en de afbraakwaarden.

Een positieve DAT, plusjes of een antistoffenscreening die je niet begrijpt? BloodSense legt elke regel van je labuitslag uit en helpt je vragen voor je arts voor te bereiden.

Laat mijn coombstest uitleggen

Wat is het verschil tussen een directe en indirecte coombstest?

Directe en indirecte coombstest naast elkaar
Direct (DAT)Indirect (antistoffenscreening)
Wat wordt getestJe eigen rode bloedcellenJe plasma of serum
Wat hij vindtAntistoffen of complement die al op je rode bloedcellen zittenVrije antistoffen die andere rode bloedcellen kunnen aanvallen
WanneerOnverklaarde bloedarmoede of geelzucht, vermoeden van transfusiereactie, geelzucht bij een pasgeboreneVóór een bloedtransfusie, tijdens de zwangerschap

Je arts kan een directe test aanvragen bij tekenen van bloedarmoede of geelzucht (gele huid of ogen)[1][13]. De indirecte test dient vooral om te weten of je op een bloedtransfusie kunt reageren, en in de zwangerschap om antistoffen tegen het bloed van het kind op te sporen[1][12]. Hij wordt meestal samen met je bloedgroep en rhesusfactor bepaald.

Wat is een normale uitslag van de coombstest?

Normaal is de uitslag negatief: geen samenklontering en geen antistoffen tegen rode bloedcellen[1][13]. Er zijn geen waarden per leeftijd of geslacht, en de uitslag van jouw lab is leidend.

Hoe de coombstest wordt gerapporteerd
UitslagWat het betekentBron
NegatiefNormaal: rode bloedcellen niet bedekt met antistoffenNVKC[13]
Positief, met een sterkte (zwak tot sterk)Antistoffen of complement aanwezig; de sterkte zegt iets over de hoeveelheid, niet over de ernstTesting.com[3]
Positief voor anti-IgG en/of anti-C3dWelk eiwit de cellen bedekt; gebruikt om auto-immuun hemolytische anemie in te delenBarcellini 2015[5]

Wat betekent een positieve directe coombstest?

Er zijn antistoffen die tegen je rode bloedcellen gericht zijn. Die cellen kunnen te snel worden afgebroken (hemolyse), maar dat hoeft niet[1][3]. Mogelijke oorzaken, van vaak naar zeldzaam:

  • Vaak Geen ziekte: een klein deel van de gezonde mensen heeft een positieve DAT zonder hemolyse[3], vaker op oudere leeftijd[1]. Van 152.564 bloeddonors hadden er 16 een positieve DAT (ongeveer 1 op 10.000); gepubliceerde cijfers lopen van 1 op 1.000 tot 1 op 36.000[7].
  • Vaak Een pasgeborene met een andere bloedgroep dan de moeder: de meest voorkomende oorzaak van hemolytische ziekte bij pasgeborenen is nu ABO-onverenigbaarheid tussen een moeder met bloedgroep O en haar baby[3].
  • Mogelijk Auto-immuun hemolytische anemie: warme vormen zijn ongeveer 70% van de gevallen (IgG), koude-agglutininenziekte ongeveer 20% (complement), gemengde vormen minder dan 10%[5]. De arts zoekt ook naar een onderliggende oorzaak[6]; zie onze uitleg over klachten en oorzaken van bloedarmoede.
  • Mogelijk Een geneesmiddel, zoals penicilline; de hemolyse gaat meestal over als het middel wordt gestopt[3]. Stop nooit zelf met een behandeling.
  • Mogelijk Infecties zoals een mycoplasma-longontsteking of de ziekte van Pfeiffer[1].
  • Mogelijk Auto-immuunziekten, vooral lupus[1].
  • Zeldzaam Een transfusiereactie, bijvoorbeeld na niet goed passend bloed[1][13].
  • Zeldzaam Bloedkanker zoals chronische lymfatische leukemie of een lymfoom[1][3].

Na een transfusie, een infectie of een geneesmiddel kan de DAT 48 uur tot 3 maanden positief blijven; bij een auto-immuunziekte soms lang[3]. Het omgekeerde komt ook voor: sommige auto-immuun hemolytische anemieën hebben een negatieve DAT en zijn vaak moeilijker te behandelen[5].

Welke andere bloedwaarden laten zien dat rode bloedcellen worden afgebroken?

De coombstest toont antistoffen, niet de afbraak zelf. Hemolyse zie je aan verhoogde reticulocyten (jonge rode bloedcellen), een verhoogd LD (LDH), een verlaagd haptoglobine en een verhoogd indirect (ongeconjugeerd) bilirubine[5]. Deze waarden kunnen ook om andere redenen veranderen[5]. Reticulocyten stijgen niet altijd: bij ongeveer 20% van de volwassenen met auto-immuun hemolytische anemie blijven ze laag[5]. Het volledig bloedbeeld laat zien of er echt bloedarmoede is.

Waarom wordt er in de zwangerschap op antistoffen getest?

Ben je rhesus-negatief en is je kind rhesus-positief, dan kan je lichaam antistoffen maken tegen de rode bloedcellen van het kind. Een eerste zwangerschap merkt daar meestal niets van, maar een volgend rhesus-positief kind kan bloedarmoede en geelzucht krijgen[2][9]. In Nederland krijgen alle zwangeren rond week 12 een bloedonderzoek op bloedgroepantistoffen aangeboden; in week 27 wordt het herhaald bij zwangeren met bloedgroep rhesus D-negatief of rhesus c-negatief[12]. Bij ongeveer 1 op de 5 vrouwen met een positieve uitslag blijkt bij vervolgonderzoek dat er toch geen antistoffen zijn[12]. Anti-D-immunoglobuline na de bevalling verlaagde het aantal immunisaties bij risicozwangerschappen van ongeveer 13-16% naar 0,5-1,8%, en een extra dosis tijdens de zwangerschap naar 0,14-0,2%[8]. Ook andere bloedgroepen kunnen antistoffen geven; zie hoe vaak elke bloedgroep voorkomt.

Na de geboorte kan een baby met flinke geelzucht een DAT krijgen, samen met de bloedgroep van moeder en kind[13]. De uitslag wordt gelezen naar de sterkte van de reactie en of de moeder in de zwangerschap anti-D heeft gekregen. Een DAT op navelstrengbloed is niet bedoeld om op zichzelf ernstige geelzucht te voorspellen[10].

Moet je nuchter zijn, en wat kan de coombstest beïnvloeden?

Je hoeft je niet voor te bereiden en niet nuchter te zijn[1][2]. De DAT is eenvoudig en veel gebruikt, maar kan vals-positief en vals-negatief uitvallen[4]. Meld vóór de bloedafname:

  • Of je in deze zwangerschap een anti-D-prik hebt gekregen: dat verandert hoe de DAT van je baby wordt gelezen[10].
  • Of je de afgelopen 3 maanden een bloedtransfusie hebt gehad[3].
  • Alle medicijnen die je gebruikt, ook recente antibiotica[3].
  • Of je daratumumab krijgt voor multipel myeloom: dan reageert de antistoffenscreening met alle testcellen, en de bloedbank gebruikt een speciale methode[11].

Praktische tips staan in onze uitleg hoe een bloedafname verloopt.

Wanneer naar de huisarts met een positieve coombstest?

Wanneer contact opnemen

  • Spoed: bel 112 bij koorts, rillingen, rugpijn of donkere of rode urine tijdens of na een bloedtransfusie, ernstige benauwdheid, flauwvallen, of als een pasgeborene erg geel of erg slaperig is of slecht drinkt.
  • Binnen 24 tot 48 uur (buiten kantoortijd: de huisartsenpost) als een positieve DAT samengaat met nieuwe moeheid, bleekheid, gele ogen of donkere urine, of als je zwanger bent en er antistoffen zijn gevonden.
  • Bij je volgende afspraak als je je goed voelt en een positieve DAT toevallig is gevonden bij een normaal Hb.

Vragen voor je arts

  1. Gaat het om een directe coombstest of een antistoffenscreening?
  2. Wijzen mijn Hb, LD, haptoglobine en bilirubine op afbraak van rode bloedcellen?
  3. Gaat het om IgG, complement of beide?
  4. Kan een van mijn medicijnen deze uitslag verklaren?
  5. Als ik zwanger ben: welke antistof is gevonden, en zijn extra controles nodig?

Veelgestelde vragen

Is een positieve coombstest ernstig?

Niet altijd. Sommige gezonde mensen hebben een positieve DAT zonder hemolyse[3]. Hij telt vooral mee bij bloedarmoede met tekenen van afbraak van rode bloedcellen[5].

De DAT van mijn baby is positief: wat gebeurt er nu?

Het team volgt in de uren en dagen daarna het bilirubine en het bloedbeeld van je baby, en leest de uitslag samen met de bloedgroep van moeder en kind[10].

Is de antistoffenscreening hetzelfde als een kruisproef?

Niet precies. De screening zoekt vóór een transfusie naar elke antistof in je plasma; de kruisproef test daarna je plasma tegen het gekozen donorbloed. Beide horen bij het compatibiliteitsonderzoek van de bloedbank[1][11].

Gerelateerde bloedwaarden

  1. MedlinePlus Medical Encyclopedia. Coombs test. US National Library of Medicine. medlineplus.gov (geraadpleegd op 30 oktober 2026)
  2. Cleveland Clinic. Coombs Test: Purpose, Procedure & Results. my.clevelandclinic.org (geraadpleegd op 30 oktober 2026)
  3. Testing.com. Direct Antiglobulin Test. testing.com (geraadpleegd op 30 oktober 2026)
  4. Parker V, Tormey CA. The Direct Antiglobulin Test: Indications, Interpretation, and Pitfalls. Arch Pathol Lab Med. 2017;141(2):305-310. doi:10.5858/arpa.2015-0444-RS (geraadpleegd op 30 oktober 2026)
  5. Barcellini W, Fattizzo B. Clinical Applications of Hemolytic Markers in the Differential Diagnosis and Management of Hemolytic Anemia. Dis Markers. 2015;2015:635670. doi:10.1155/2015/635670 (geraadpleegd op 30 oktober 2026)
  6. Jäger U, Barcellini W, Broome CM, et al. Diagnosis and treatment of autoimmune hemolytic anemia in adults: recommendations from the First International Consensus Meeting. Blood Rev. 2020;41:100648. doi:10.1016/j.blre.2019.100648 (geraadpleegd op 30 oktober 2026)
  7. Bharti J, Solanki A, Singh A, Agarwal M. Prevalence of direct antiglobulin test positive in whole blood donors: study at a tertiary blood center Northern India. Asian J Transfus Sci. 2024;18(2):237-241. doi:10.4103/ajts.ajts_188_23 (geraadpleegd op 30 oktober 2026)
  8. American College of Obstetricians and Gynecologists. Practice Bulletin No. 181: Prevention of Rh D Alloimmunization. Obstet Gynecol. 2017;130(2):e57-e70. doi:10.1097/AOG.0000000000002232 (geraadpleegd op 30 oktober 2026)
  9. American College of Obstetricians and Gynecologists. The Rh Factor: How It Can Affect Your Pregnancy. acog.org (geraadpleegd op 30 oktober 2026)
  10. National Institute for Health and Care Excellence. Jaundice in newborn babies under 28 days (CG98), recommendations. nice.org.uk (geraadpleegd op 30 oktober 2026)
  11. Chapuy CI, Nicholson RT, Aguad MD, et al. Resolving the daratumumab interference with blood compatibility testing. Transfusion. 2015;55(6 Pt 2):1545-1554. doi:10.1111/trf.13069 (geraadpleegd op 30 oktober 2026)
  12. RIVM, Prenatale Screening. Bloedgroepantistoffen tijdens de zwangerschap: informatie voor verloskundig zorgverleners. pns.nl (geraadpleegd op 30 oktober 2026)
  13. Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde (NVKC). DAT (directe antiglobuline test). Alles over testen. allesovertesten.nl (geraadpleegd op 30 oktober 2026)

Deze pagina geeft algemene informatie. Ze vervangt niet het advies van een arts, die je uitslagen beoordeelt samen met je klachten, voorgeschiedenis en onderzoek.