Norovirus: symptomen, PCR-test op ontlasting, behandeling en uitscheiding

Het belangrijkste
Het norovirus is het virus achter de meeste uitbraken van plotseling overgeven en diarree, en in Nederland de belangrijkste veroorzaker van buikgriep. De klachten beginnen meestal 12 tot 48 uur na besmetting en zijn bij volwassenen na 2 tot 3 dagen over. Er is geen medicijn tegen: het grootste risico is uitdroging, vooral bij jonge kinderen en ouderen. Je ontlasting blijft nog weken besmettelijk, en handalcohol werkt slecht tegen dit virus: water en zeep wel.
Wat is het norovirus, in het kort?
- Wat het is: een zeer besmettelijk virus dat een ontsteking van maag en darmen veroorzaakt[8]. Het is een van de oorzaken van buikgriep (gastro-enteritis) en heeft niets met het griepvirus te maken.
- Hoe vaak in Nederland: naar schatting krijgen ongeveer 2 miljoen Nederlanders per jaar buikgriep, bij ongeveer 900.000 van hen door het norovirus[8]. Gemiddeld 60% van de uitbraken van gastro-enteritis komt door dit virus, met een piek in de winter[9].
- Wereldwijd: ongeveer 685 miljoen gevallen per jaar, waarvan 200 miljoen bij kinderen onder de 5 jaar; in de Verenigde Staten jaarlijks 19 tot 21 miljoen zieken en 900 doden, vooral ouderen[2].
- Waarom het zo makkelijk overgaat: minder dan 100 virusdeeltjes kunnen al een infectie geven, en het virus overleeft goed op oppervlakken[5]. De LCI schat de besmettelijke dosis op ongeveer 18 deeltjes[9].
- Belangrijkste test: een PCR op ontlasting, als testen al nodig is[4][9].
Wat zijn de symptomen van het norovirus?
De klachten beginnen meestal 12 tot 48 uur na besmetting[1]; het RIVM spreekt van één tot drie dagen[8].
- vaak diarree, misselijkheid en overgeven; het overgeven begint vaak plotseling en is heftig[8];
- soms koorts, hoofdpijn, buikpijn of buikkramp[8];
- meestal geen bloed of slijm in de ontlasting[9].
Bij volwassenen zijn de klachten na 2 tot 3 dagen over, bij kinderen na ongeveer een week[9]. Het gevaar is dat je meer vocht verliest dan je binnenkrijgt. Tekenen van uitdroging zijn minder plassen, een droge mond en keel en duizeligheid bij het opstaan; bij kinderen huilen zonder of met weinig tranen en ongewone sufheid of hangerigheid[1].
Wanneer moet je met het norovirus de huisarts bellen?
Wanneer naar de dokter?
- Direct bellen: bel meteen de huisarts of de huisartsenpost als je in de war bent, suf wordt of het gevoel hebt dat je flauwvalt; bij een kind dat suf is of moeilijk wakker te krijgen[10][11]. Bij levensgevaar bel je 112.
- Dezelfde dag: als je 12 uur of langer niet hebt geplast, urenlang steeds blijft overgeven, bloed bij de ontlasting hebt, of diabetes, een nierziekte of hartfalen hebt; bij een kind dat minder dan de helft drinkt of meer dan 12 uur geen natte luier heeft[10][11]. Ook als je plaspillen, bloeddrukmedicijnen, metformine of NSAID's gebruikt en steeds diarree hebt of overgeeft[10].
- Bij je volgende afspraak als je na een week nog vaak diarree hebt, of als de diarree steeds terugkomt[3][10].
Hoe krijg je het norovirus, en wie loopt risico?
Het virus zit in de ontlasting en het braaksel van iemand die besmet is. Je raakt meestal indirect besmet, via handen of de wc-bril, maar ook via kleine druppeltjes in de lucht, bijvoorbeeld in een ruimte waar iemand heeft overgegeven[8]. Ook besmet eten of drinken, zoals rauwe oesters en mosselen uit vervuild water, kan de bron zijn[8][12]. Uitbraken zie je vooral in verpleeghuizen, kinderdagverblijven, ziekenhuizen, restaurants, op cruiseschepen en bij evenementen[9].
- Iedereen kan het krijgen, en vaak meerdere keren: er zijn veel types en de bescherming na een infectie is grotendeels typespecifiek en kortdurend[1][9].
- Meer kans op ernstige ziekte: jonge kinderen, ouderen, mensen met een slecht afweersysteem en mensen die al een andere ziekte hebben[8]. In Nederland wordt 0,5% van de sterfte bij mensen boven de 85 jaar aan het norovirus toegeschreven[9].
- Langdurige infectie: na een transplantatie en bij een andere sterk verminderde afweer kan het norovirus maandenlang diarree geven[6].
Welke test toont het norovirus aan, en hoe lees je de uitslag?
De meeste mensen hoeven niet getest te worden: de huisarts herkent het beeld van plotseling overgeven en diarree, vaak bij meerdere mensen tegelijk. Onderzoek van de ontlasting gebeurt vooral bij uitbraken, in het ziekenhuis, bij een verminderde afweer, als je heel ziek bent of als de diarree langer dan 2 weken duurt[3][10].
- PCR op ontlasting: de voorkeurstest; een portie ontlasting is het beste monster[4]. De meeste Nederlandse laboratoria gebruiken zo'n moleculaire test, met een zeer hoge gevoeligheid[9]. "Positief" voor norovirus genogroep I of II bevestigt de infectie.
- Multiplex-PCR op feces: één test die veel ziekteverwekkers tegelijk zoekt, met een gevoeligheid voor het norovirus die dicht bij de losse PCR ligt[4].
- Antigeentest op virus in ontlasting: mist veel gevallen (gevoeligheid 50 tot 75%), dus een negatieve uitslag sluit het norovirus niet uit; een positieve uitslag is wel veelzeggend[4][9].
- Feceskweek: vindt geen virussen, maar zoekt naar bacteriën als het beeld niet klopt[3].
Bloedonderzoek toont het norovirus niet aan, maar laat in het ziekenhuis de gevolgen van vochtverlies zien: het nierfunctie-bloedonderzoek meet onder meer natrium, kalium, bicarbonaat en kreatinine.
| Bepaling | Uitslag | Referentie | Vlag |
|---|---|---|---|
| Norovirus GI/GII PCR (feces) | Positief (GII) | Negatief | A |
| Kalium | 3,2 mmol/L | 3,5-5,0 mmol/L | L |
| Bicarbonaat | 19 mmol/L | 22-29 mmol/L | L |
| Ureum | 10,4 mmol/L | 2,5-7,5 mmol/L | H |
| Kreatinine | 98 µmol/L | 60-110 µmol/L |
- PCR "Positief": erfelijk materiaal van het virus is in de ontlasting gevonden; GII is de groep achter de meeste uitbraken[9].
- Laag kalium en bicarbonaat: zouten en base gaan verloren met diarree en braken.
- Hoog ureum bij een normaal kreatinine: een hoge ureum-kreatinineratio past vaak bij uitdroging.
- Referentiewaarden: de grenzen hier zijn voorbeelden; alleen die op jouw eigen uitslag gelden.
Een fecesonderzoek, bloedwaarden en een bloedbeeld na een bezoek aan het ziekenhuis? BloodSense legt elke regel van je volledige uitslag in gewone taal uit, zodat je ziet wat weer normaal is en wat je met je arts bespreekt.
Laat mijn uitslag uitleggenWelke controle is nodig na het norovirus?
De meeste mensen hebben geen controle nodig zodra eten en drinken weer normaal gaan. Waren de bloedwaarden afwijkend, dan kan de arts kalium, natrium en de nierfunctie na het aanvullen van vocht opnieuw laten bepalen. Bij een verminderde afweer en aanhoudende diarree helpt een herhaalde PCR op ontlasting om de infectie te volgen[6]; bij ouderen en mensen met een slechte afweer kan de uitscheiding weken tot meer dan een jaar duren[9].
Wat helpt tegen het norovirus?
- Eerst drinken: 2 tot 3 liter per dag, ongeveer 8 tot 12 glazen, bijvoorbeeld water, thee of bouillon; neem kleine slokjes als je overgeeft[10]. ORS (een drankje met zouten en druivensuiker) helpt tegen uitdroging en is zonder recept verkrijgbaar[13]; sportdrankjes vullen belangrijke mineralen niet altijd aan[1].
- Eten als je trek hebt: een paar dagen minder eten is niet erg, en een speciaal dieet is niet nodig[10].
- Geen specifiek medicijn: antibiotica helpen niet, want ze werken tegen bacteriën en niet tegen virussen[1].
- Loperamide: alleen voor volwassenen die echt ergens naartoe moeten, niet langer dan 2 dagen, en niet bij koorts, bloed bij de diarree, zwangerschap of borstvoeding[10]. Geef het niet aan kinderen, en zeker niet onder de 8 jaar[11].
- Ernstige uitdroging: behandeling in het ziekenhuis met vocht via een infuus[1].
Hoe voorkom je dat je het norovirus krijgt of verspreidt?
- Was je handen met water en zeep na het toiletbezoek en vóór het eten of klaarmaken van eten; handalcohol werkt slecht tegen het norovirus[7][9].
- Laat iemand met buikgriep tot 4 dagen na het verdwijnen van de klachten geen eten klaarmaken voor anderen, en laat de zieke zo mogelijk een apart toilet gebruiken[12].
- Maak het toilet elke dag schoon met een bleekwateroplossing, van schoon naar vies: eerst deurknop, lichtschakelaar en spoelknop, als laatste bril en binnenkant[12]. Voor vervuilde oppervlakken adviseert de CDC een chlooroplossing van 1000 tot 5000 ppm die minstens 5 minuten inwerkt[7]; de LCI noemt 1000 ppm bij een uitbraak[9].
- Was besmet beddengoed en vuile kleren zo snel mogelijk op minimaal 60 °C en strijk ze na het drogen[12]; schud vuil wasgoed niet uit[7].
- Eet geen rauwe oesters en mosselen en was groente en fruit onder stromend water; het virus sterft door verhitting boven de 70 °C, maar overleeft invriezen[12].
- Denk eraan dat je ontlasting tot wel 3 weken besmettelijk kan blijven nadat je je weer goed voelt[8][9].
Vragen om aan je arts te stellen
- Is een onderzoek van de ontlasting nodig, of kunnen we dit thuis uitzieken?
- Hoeveel moeten we drinken, en hoe gebruiken we ORS het best?
- Bij welke tekenen van uitdroging moeten we terugbellen?
- Moet ik mijn medicijnen tijdelijk aanpassen zolang ik diarree heb of overgeef?
- Moeten mijn kalium of nierfunctie opnieuw gecontroleerd worden?
Veelgestelde vragen
Hoe lang scheid je het norovirus uit na herstel?
Tijdens het overgeven en de diarree ben je het meest besmettelijk, maar de uitscheiding in de ontlasting gaat meestal nog 3 weken na herstel door[9]. Blijf daarom je handen wassen en het toilet schoonmaken.
Kun je het norovirus twee keer krijgen?
Ja, zelfs meerdere keren per jaar. De bescherming na een infectie is typespecifiek en loopt tussen 3 en 27 maanden na de infectie terug tot bijna niets[9].
Is het norovirus hetzelfde als voedselvergiftiging?
Het norovirus kan een voedselinfectie geven, maar ongeveer 60% van de besmettingen gaat van mens op mens[12]. Een "voedselvergiftiging" kan ook door bacteriën zoals Salmonella komen, die een feceskweek wel kan vinden.
Wat is het verschil met het rotavirus?
Beide geven overgeven en diarree. Het rotavirus is bij kinderen jonger dan 2 jaar vaak de oorzaak van buikgriep[11]; het wordt aangetoond met een rotavirustest op ontlasting.
Gerelateerde artikelen
- BuikgriepAlle oorzaken van overgeven en diarree
- UitdrogingHet grootste gevaar van het norovirus
- Multiplex-PCR op fecesHoe één test veel ziekteverwekkers zoekt
- Virus in ontlastingWaarom een negatieve sneltest het norovirus kan missen
- Kalium in het bloedVaak laag na overgeven en diarree
- Nierfunctie-bloedonderzoekHet bloedonderzoek naar zouten en nieren
- Centers for Disease Control and Prevention. About norovirus. April 24, 2024. cdc.gov (geraadpleegd op 27 oktober 2026)
- Centers for Disease Control and Prevention. Norovirus facts and stats. May 8, 2024. cdc.gov (geraadpleegd op 27 oktober 2026)
- MedlinePlus Medical Encyclopedia. Viral gastroenteritis (stomach flu). Reviewed April 27, 2026. US National Library of Medicine. medlineplus.gov (geraadpleegd op 27 oktober 2026)
- Centers for Disease Control and Prevention. Laboratory testing for norovirus. April 24, 2024. cdc.gov (geraadpleegd op 27 oktober 2026)
- Robilotti E, Deresinski S, Pinsky BA. Norovirus. Clin Microbiol Rev. 2015;28(1):134-164. doi:10.1128/CMR.00075-14 (geraadpleegd op 27 oktober 2026)
- Bok K, Green KY. Norovirus gastroenteritis in immunocompromised patients. N Engl J Med. 2012;367(22):2126-2132. doi:10.1056/NEJMra1207742 (geraadpleegd op 27 oktober 2026)
- Centers for Disease Control and Prevention. Preventing norovirus. January 13, 2025. cdc.gov (geraadpleegd op 27 oktober 2026)
- Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Norovirus. rivm.nl (geraadpleegd op 27 oktober 2026)
- RIVM, Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding (LCI). LCI-richtlijn Norovirus. Gewijzigd 8 januari 2026. lci.rivm.nl (geraadpleegd op 27 oktober 2026)
- Thuisarts.nl (NHG). Ik heb buikgriep. Gewijzigd 14 juli 2026. thuisarts.nl (geraadpleegd op 27 oktober 2026)
- Thuisarts.nl (NHG). Mijn kind heeft buikgriep. Gewijzigd 23 februari 2026. thuisarts.nl (geraadpleegd op 27 oktober 2026)
- Voedingscentrum. Norovirus. voedingscentrum.nl (geraadpleegd op 27 oktober 2026)
- Apotheek.nl (KNMP). ORS. Bijgewerkt 29 april 2025. apotheek.nl (geraadpleegd op 27 oktober 2026)
Deze pagina geeft algemene informatie. Ze vervangt het advies van een arts niet; een arts beoordeelt de uitdroging en beslist over onderzoek en behandeling.



