Polsloze elektrische activiteit (PEA) is een vorm van hartstilstand waarbij een hartmonitor nog georganiseerde elektrische signalen in het hart laat zien, terwijl het hart niet goed genoeg pompt om een voelbare pols te geven. Het is een van de hartritmes waar een ambulance- of reanimatieteam meteen naar kijkt als iemand in elkaar zakt, omdat de indeling van het ritme bepaalt welke behandeling volgt. In dit artikel lees je wat polsloze elektrische activiteit betekent, hoe PEA verschilt van andere ritmes bij een hartstilstand, zoals asystolie en ventrikelfibrilleren, wat de meest voorkomende oorzaken zijn, hoe hulpverleners PEA herkennen en behandelen, en wat familieleden goed kunnen weten. Het doel is uitleg en overzicht, geen handleiding om thuis zelf een hartstilstand te behandelen. Een hartstilstand is altijd een noodgeval: bel meteen 112 en begin direct met reanimeren.

Wat betekent polsloze elektrische activiteit?

In een gezond hart begint een elektrisch signaal in de sinusknoop en verspreidt het zich door de hartspier. Daardoor knijpt het hart gecoördineerd samen en pompt het bloed het lichaam in. Zorgverleners noemen dat normale patroon een normaal sinusritme. Een hartmonitor of elektrocardiogram (ECG, hartfilmpje) laat die activiteit zien als een zich herhalend golfpatroon. Bij polsloze elektrische activiteit is dat golfpatroon er nog, soms lijkt het zelfs bijna normaal, maar het pompen is uitgevallen of zo zwak geworden dat een hulpverlener geen pols meer voelt. Vroeger heette dit ook wel elektromechanische dissociatie: het elektrische en het mechanische deel van de hartslag zijn van elkaar losgeraakt.

PEA is geen ziekte op zich. Het beschrijft wat het hart op een bepaald moment doet, en het kan veel verschillende oorzaken hebben. Sommige daarvan zijn goed te behandelen als ze snel worden gevonden. Daarom draait de aanpak van PEA net zo veel om het zoeken naar de oorzaak als om het geven van borstcompressies.

Hoe verschilt PEA van andere ritmes bij een hartstilstand?

Ritmes bij een hartstilstand worden ingedeeld in schokbare en niet-schokbare ritmes. Dat onderscheid verklaart waarom de behandeling zo verschilt.

PEA en asystolie

Asystolie is het volledig ontbreken van elektrische activiteit in het hart; op de monitor zie je dan een vlakke lijn. Bij PEA is er juist nog georganiseerde of half georganiseerde elektrische activiteit, alleen zonder werkzame pompfunctie erachter. Beide zijn niet-schokbare ritmes: een stroomstoot met een defibrillator helpt bij geen van beide. Bij beide is de kern van de behandeling hetzelfde: goede borstcompressies, adrenaline en zoeken naar een omkeerbare oorzaak. Onderzoek naar hartstilstand in het ziekenhuis liet zien dat mensen met PEA als eerste ritme iets vaker weer een eigen circulatie kregen (ROSC, return of spontaneous circulation, het hart pompt weer zelf) dan mensen met asystolie. De overleving tot ontslag uit het ziekenhuis was in beide groepen wel vergelijkbaar.

PEA en ventrikelfibrilleren of polsloze ventrikeltachycardie

Ventrikelfibrilleren (VF) en polsloze ventrikeltachycardie (polsloze VT) zijn chaotische of veel te snelle elektrische ritmes waardoor het hart niet goed kan pompen. Anders dan PEA zijn dit schokbare ritmes: een defibrillator kan het afwijkende elektrische patroon vaak onderbreken, zodat een normaal ritme terug kan komen. Dit is een van de belangrijkste dingen voor familieleden om te begrijpen: een AED op een station of in de sportschool is bedoeld voor schokbare ritmes, niet voor PEA. Als het onderliggende ritme PEA is, zal een AED meestal geen schok adviseren, omdat een schok het echte probleem niet oplost. Bij gewoon lichamelijk onderzoek noteert een arts soms een regelmatig en normaal hartritme als de hartslag rustig en regelmatig klinkt; dat is iets anders dan de indeling van het ritme op een hartmonitor tijdens een hartstilstand.

Wat is de oorzaak van polsloze elektrische activiteit (PEA)?

PEA kan veel oorzaken hebben, daarom lopen hulpverleners tijdens de reanimatie de meest voorkomende omkeerbare oorzaken systematisch na met het ezelsbruggetje van de 4 H’s en 4 T’s. Door deze lijst snel af te werken, naast de borstcompressies, is de kans het grootst dat de onderliggende oorzaak wordt verholpen.

Omkeerbare oorzaakWat het betekent
HypovolemieGroot verlies van bloed of vocht, waardoor er te weinig volume in de bloedsomloop is om goed te kunnen pompen.
HypoxieEen zeer laag zuurstofgehalte in het bloed, vaak door een ademhalingsprobleem, waardoor de hartspier niet goed werkt.
Waterstofionen (acidose)Ophoping van zuur in het bloed, vaak na een lange periode van te weinig doorbloeding, die de elektrische en mechanische werking van het hart verstoort.
Hyper- of hypokaliëmieEen te hoog of te laag kalium (een zout dat helpt de elektrische signalen van het hart door te geven) kan de hartslag verstoren.
HypothermieEen gevaarlijk lage lichaamstemperatuur (onderkoeling) kan het pompen vertragen of stoppen.
TensiepneumothoraxIngesloten lucht in de borstholte (een klaplong onder spanning) drukt op het hart en de grote bloedvaten en blokkeert de bloedstroom.
Tamponnade van het hartVocht rond het hart in het hartzakje drukt de hartkamers samen, zodat ze zich niet meer met bloed kunnen vullen.
Toxische stoffenEen overdosis van bepaalde medicijnen of een vergiftiging kan de hartspier of de elektrische werking direct verstoren.
Trombose in de longen (longembolie)Een groot bloedstolsel in de longvaten zorgt dat er geen bloed meer bij de linkerkant van het hart komt.
Trombose in de kransslagadersEen stolsel in een kransslagader, zoals bij een hartinfarct, kan de pompkracht ernstig verzwakken.

Niet elke oorzaak speelt in elke situatie, en het team geeft voorrang aan de mogelijkheden die passen bij de voorgeschiedenis en de omstandigheden. Een jong iemand die na een klap op de borst in elkaar zakt, doet denken aan een tensiepneumothorax of tamponnade; bij iemand met een nierziekte ligt een verstoord kalium meer voor de hand. Een waarde uit het bloedgas, de base excess, kan het team ook helpen om een ernstige zuurophoping als bijdragende factor te herkennen.

Hoe wordt PEA herkend en behandeld bij een reanimatie?

PEA herkennen begint met dezelfde eerste stappen als bij elke vermoede hartstilstand: kijken of iemand reageert, of hij normaal ademt en of er een pols is. Vindt een hulpverlener geen pols terwijl de monitor wel georganiseerde activiteit laat zien, dan is PEA de werkdiagnose en begint de spoedbehandeling meteen.

De kern van de behandeling volgt de aanpak voor niet-schokbare ritmes. Er wordt direct gestart met goede borstcompressies, ongeveer 5 cm diep en in een tempo van zo’n 100 tot 120 compressies per minuut, waarbij de borstkas na elke compressie helemaal terugveert zodat het bloed weer naar het hart kan stromen. Het team legt een infuus in de ader of een botnaald (intraossale toegang), zodat elke drie tot vijf minuten adrenaline kan worden gegeven. Adrenaline helpt om tijdens de reanimatie bloed naar hart en hersenen te sturen. Een geavanceerde luchtweg kan worden toegevoegd om zuurstof en beademing te ondersteunen zonder de compressies veel te onderbreken. Opdrachten in deze fase zijn altijd cito: elke stap moet zonder uitstel gebeuren. In Nederland stelt de Nederlandse Reanimatie Raad de richtlijnen voor reanimatie op; in oktober 2025 presenteerde zij de Richtlijnen Reanimatie in Nederland 2025, aangepast na de nieuwe Europese richtlijnen en afgestemd op de Nederlandse situatie.

Ondertussen werkt het team de lijst met omkeerbare oorzaken af, vaak met een echo aan het bed (point-of-care-echo, POCUS) om te zoeken naar aanwijzingen zoals vocht rond het hart, een klaplong of tekenen van een groot stolsel, terwijl de borstcompressies zo kort mogelijk worden onderbroken. Een grote systematische review naar deze echo-aanpak vond dat sommige omkeerbare oorzaken zo tijdens de reanimatie kunnen worden opgespoord, maar dat de zekerheid van het bewijs laag is. Echobeelden zijn dus één aanwijzing naast andere, geen antwoord op zichzelf. De nieuwste richtlijn van de American Heart Association uit 2025 blijft de echo aan het bed ondersteunen als aanvulling tijdens specialistische reanimatie, zolang de borstcompressies er niet wezenlijk door worden onderbroken, en verfijnt de criteria voor wanneer het redelijk is om een reanimatie te stoppen.

Als de oorzaak gevonden is, richt de behandeling zich op het direct verhelpen daarvan, zoals vocht via een infuus bij hypovolemie, het ontlasten van de borstholte bij een tensiepneumothorax, of calcium en andere medicijnen bij een ernstig verstoord kalium. De oorzaak verhelpen, samen met doorgaan met reanimeren, geeft de beste kans dat het hart weer goed gaat pompen.

Waarom helpt een schok met een AED niet bij PEA?

PEA is een niet-schokbaar ritme: een stroomstoot herstelt hier geen werkzame hartslag. Defibrilleren werkt doordat alle elektrische activiteit in het hart even tegelijk wordt stilgelegd, zodat de natuurlijke gangmaker van het hart opnieuw een gecoördineerd ritme kan starten. Dat helpt bij ritmes zoals ventrikelfibrilleren, waar het probleem chaotische, ongeordende elektrische activiteit is. Bij PEA maakt het elektrische systeem al een georganiseerd signaal; het probleem zit in de mechanische reactie of in een onderliggende aandoening die het pompen verhindert. Een schok op een al georganiseerd ritme lost geen mechanisch of stofwisselingsprobleem op, en AED’s zijn zo geprogrammeerd dat ze dat herkennen en bij PEA geen schok adviseren. Daarom zal een AED een omstander die reanimeert bij PEA meestal laten doorgaan met borstcompressies in plaats van een schok te geven. Doorgaan met compressies en 112 laten bellen blijft dan het juiste. De Nederlandse Reanimatie Raad benadrukt wel dat je bij een hartstilstand altijd zo snel mogelijk een AED aansluit, want bij een schokbaar ritme daalt de kans op succes van defibrilleren met bijna 10% per minuut vertraging. Je weet als omstander niet welk ritme er is; de AED bepaalt dat.

Wat bepaalt de overlevingskans bij PEA?

De overleving na een hartstilstand met PEA hangt sterk af van hoe snel die wordt herkend, hoe snel goede reanimatie begint, hoe snel de ambulance er is en of een omkeerbare oorzaak wordt gevonden en behandeld. De Nederlandse Reanimatie Raad schrijft dat de overlevingskans het grootst is als iemand binnen 6 minuten ter plaatse is, begint met reanimeren en zo nodig een AED aansluit. Een studie onder de bevolking naar hartstilstand buiten het ziekenhuis vond dat een jongere leeftijd, een hartstilstand waar iemand bij was, een hartstilstand op een openbare plek of in een zorginstelling in plaats van thuis, en bepaalde bestaande longaandoeningen samenhingen met een betere overleving bij mensen met PEA als eerste ritme. Mensen met hartfalen met vochtophoping of een andere structurele hartziekte hebben al een hoger risico op een hartstilstand, en daarom is het behandelen van die aandoeningen belangrijk voor preventie op lange termijn. Opvallend was dat de overleving bij een PEA-hartstilstand waar iemand bij was, beter bleef dan verwacht, zelfs als de ambulance er pas na meer dan tien minuten was. Dat onderstreept waarom meteen beginnen met reanimeren, in plaats van wachten op de ambulance, zo belangrijk is.

Onderzoek naar PEA en asystolie bij hartstilstand in het ziekenhuis liet daarnaast zien dat mensen met PEA tijdens de reanimatie iets vaker weer een pols kregen, maar dat dit voordeel niet leidde tot duidelijk meer mensen die het ziekenhuis levend verlieten. ROSC is dus een belangrijke mijlpaal, maar niet hetzelfde als overleving op lange termijn. Samen laten deze resultaten zien dat reanimatie door omstanders, een snelle ambulance en zorg in het ziekenhuis om de oorzaak te vinden en te behandelen allemaal met elkaar samenhangen.

Wat moeten familieleden weten?

Als je begrijpt wat polsloze elektrische activiteit is, kun je beter volgen wat er tijdens en na de hartstilstand van een naaste gebeurt, gerichte vragen stellen aan het zorgteam en je in algemene zin beter voorbereid voelen. Het is niet bedoeld om een hartstilstand zonder professionele hulp te behandelen. Zakt iemand in elkaar, reageert hij niet en ademt hij niet normaal, dan is wat je moet doen altijd hetzelfde: bel direct 112 (of laat iemand bellen), begin met reanimeren als je dat kunt, en sluit een AED aan als die er is; het apparaat bepaalt of een schok nodig is. Een hartstilstand is nooit iets om thuis af te wachten: elke minuut zonder reanimatie en spoedhulp verlaagt de overlevingskans duidelijk. In Nederland kunnen burgerhulpverleners via het oproepsysteem HartslagNu worden opgeroepen bij een hartstilstand in de buurt, schrijft de Hartstichting.

Als de situatie in het ziekenhuis is gestabiliseerd, hoor je het zorgteam vaak praten over het eerste ritme, de vermoede of vastgestelde oorzaak en het plan voor verder onderzoek, zoals een echo van het hart of een hartkatheterisatie (coronairangiografie). Als de werking van de hersenen na een lange hartstilstand een zorg is, volgt het team soms de Glasgow Coma Scale om het bewustzijn in de tijd te volgen. Omdat PEA een patroon beschrijft en geen diagnose, kan het nieuws veranderen naarmate onderzoek de precieze oorzaak laat zien; dat maakt deze gesprekken makkelijker te volgen. Soms, vooral bij hoge leeftijd of een ernstige ziekte, zijn zulke gebeurtenissen voor families aanleiding om met het zorgteam te praten over een niet-reanimerenverklaring of een afspraak over niet intuberen (DNI). Die gesprekken staan helemaal los van hoe je een onverwachte hartstilstand bij iemand zonder zo’n afspraak aanpakt. Een reanimatiecursus volgen bij een door de Nederlandse Reanimatie Raad erkend cursuscentrum is een van de nuttigste dingen die je als familielid kunt doen, want reanimatie door omstanders voordat de ambulance er is, hangt sterk samen met een betere afloop bij alle ritmes, schokbaar en niet-schokbaar.

Laatste wetenschappelijke inzichten

Onderzoek naar polsloze elektrische activiteit richtte zich de afgelopen jaren vooral op twee dingen: echo aan het bed tijdens de reanimatie en vernieuwde richtlijnen. Een systematische review uit 2022 onderzocht of een echo tijdens de reanimatie betrouwbaar de oorzaak van een hartstilstand kan aantonen. Echo kan sommige oorzaken opsporen, zoals vocht rond het hart of aanwijzingen voor een stolsel in de longen, maar de kwaliteit van de onderliggende studies was laag en wisselend. Echo werkt dus het best als één ondersteunende aanwijzing, niet als beslissende test op zichzelf. Voor families en patiënten betekent dit dat artsen tijdens een reanimatie een echo kunnen gebruiken als hulpmiddel, maar altijd samen met andere informatie.

De belangrijkste recente ontwikkeling is de vernieuwing van de richtlijn voor specialistische reanimatie bij volwassenen door de American Heart Association, in oktober 2025 gepubliceerd in het tijdschrift Circulation. Die bevestigt dat PEA en asystolie dezelfde kernaanpak vragen: direct goede reanimatie, adrenaline met vaste tussenpozen en een gestructureerde zoektocht naar omkeerbare oorzaken. Daarnaast verfijnt de richtlijn het gebruik van echo tijdens de reanimatie en de criteria voor wanneer hulpverleners redelijkerwijs kunnen stoppen. Ook in Nederland verschenen in 2025 nieuwe richtlijnen van de Nederlandse Reanimatie Raad. Voor lezers is de praktische boodschap geruststellend: de basis bij een niet-schokbaar ritme, direct 112 bellen en starten met borstcompressies, blijft hetzelfde en wordt door de nieuwste richtlijnen bevestigd.

Ander onderzoek naar PEA en asystolie bij hartstilstand in het ziekenhuis, op basis van een groot landelijk Amerikaans reanimatieregister, vond dat deze twee niet-schokbare ritmes zich verschillend gedragen als het gaat om het terugkrijgen van een eigen circulatie, ook al was de overleving op lange termijn vergelijkbaar. Dat ondersteunt waarom richtlijnen en ziekenhuisprotocollen PEA steeds vaker als een eigen herkenbaar patroon met eigen waarschijnlijke oorzaken behandelen, in plaats van het samen met asystolie weg te zetten als ‘gewoon niet schokbaar’.

Woordenlijst

TermBetekenis
Polsloze elektrische activiteit (PEA)Een ritme bij hartstilstand met georganiseerde elektrische activiteit op de monitor, maar zonder voelbare pols.
AsystolieHet volledig ontbreken van elektrische activiteit in het hart, ook wel een vlakke lijn genoemd.
Ventrikelfibrilleren (VF)Een chaotisch, ongeordend elektrisch ritme waardoor het hart geen bloed pompt; een schokbaar ritme.
ROSC (terugkeer van eigen circulatie)Het moment tijdens de reanimatie waarop het hart weer zelf pompt en er weer een pols is.
Echo aan het bed (POCUS)Een draagbare echo die artsen tijdens de reanimatie gebruiken om naar mogelijke oorzaken van de hartstilstand te zoeken.
AED (automatische externe defibrillator)Een draagbaar apparaat dat het hartritme analyseert en alleen een schok geeft als het ritme schokbaar is.
ReanimatieBorstcompressies, met of zonder beademing, om het bloed te laten stromen tijdens een hartstilstand.
HypovolemieEen sterk verminderde hoeveelheid bloed of vocht in de bloedsomloop.
TensiepneumothoraxIngesloten lucht in de borstholte die op hart en longen drukt en de bloedstroom blokkeert.
HarttamponnadeVocht rond het hart dat de hartkamers samendrukt en het vullen met bloed beperkt.

Veelgestelde vragen

Is polsloze elektrische activiteit hetzelfde als een hartinfarct?

Nee. Bij een hartinfarct is de bloedtoevoer naar een deel van de hartspier afgesloten, vaak door een stolsel in een kransslagader. Polsloze elektrische activiteit is een ritme bij een hartstilstand: het hart pompt niet meer werkzaam. Een hartinfarct kan een van de oorzaken van PEA zijn, maar de twee begrippen beschrijven iets anders.

Kun je polsloze elektrische activiteit overleven?

Ja, overleving is mogelijk, en de kansen worden duidelijk beter met directe reanimatie door omstanders, een snelle ambulance en het snel vinden van een behandelbare oorzaak. De overleving bij PEA is van oudsher lager dan bij schokbare ritmes zoals ventrikelfibrilleren, maar onderzoek laat zien dat een flink aantal mensen het wel overleeft, vooral als iemand de hartstilstand zag en er meteen werd gereanimeerd.

Kunnen stroomstoten worden gebruikt om hartritmestoornissen te behandelen?

Ja, bij bepaalde ritmestoornissen wel. Een stroomstoot met een defibrillator is bedoeld om chaotische elektrische activiteit, zoals ventrikelfibrilleren, te onderbreken, zodat de natuurlijke gangmaker van het hart een gecoördineerd ritme kan herstellen. Bij PEA is het elektrische signaal al georganiseerd, maar levert het geen werkzaam pompen op, vaak door een onderliggend probleem zoals groot vochtverlies of een afgesloten bloedvat. Een schok lost dat niet op; daarom adviseren AED’s bij PEA geen schok.

Wat moet ik doen als ik denk dat iemand in mijn buurt een hartstilstand heeft?

Bel direct 112, of laat iemand bellen, en begin met reanimeren als je dat kunt, met stevige, snelle borstcompressies. Is er een AED, zet die dan aan en volg de gesproken aanwijzingen; het apparaat bepaalt of een schok nodig is. Ga door met reanimeren tot de ambulance het overneemt of tot de persoon zelf gaat ademen of bewegen.

Heeft iemand na PEA altijd langdurige zorg nodig?

Niet per se. De afloop na een hartstilstand met PEA verschilt sterk, afhankelijk van hoe snel er werd gereanimeerd, hoe snel de oorzaak werd gevonden en behandeld en hoe gezond iemand daarvoor was. Sommige mensen herstellen goed, anderen hebben langere ziekenhuiszorg, revalidatie of controles nodig voor de aandoening die de hartstilstand veroorzaakte. Het zorgteam kan meer vertellen over de persoonlijke situatie.

Komt PEA vaker voor in het ziekenhuis dan daarbuiten?

PEA en asystolie zijn samen het grootste deel van de eerste ritmes bij een hartstilstand in het ziekenhuis, en PEA komt ook buiten het ziekenhuis voor. Omdat PEA zo veel oorzaken kan hebben, van een ernstige allergische reactie tot stolsels en verstoorde zouten, zie je het in veel verschillende situaties en niet op één vaste plek.

Bronnen

  • Wigginton JG e.a. — Part 9: Adult Advanced Life Support: 2025 American Heart Association Guidelines for Cardiopulmonary Resuscitation and Emergency Cardiovascular Care — Circulation, 2025 — pubmed.ncbi.nlm.nih.gov
  • Reynolds JC e.a. — Diagnostic Test Accuracy of Point-of-Care Ultrasound During Cardiopulmonary Resuscitation to Indicate the Etiology of Cardiac Arrest: A Systematic Review — Resuscitation, 2022 — consensus.app
  • Andrea L e.a. — Pulseless electrical activity and asystole during in-hospital cardiac arrest: Disentangling the ‘nonshockable’ rhythms — Resuscitation, 2023 — pubmed.ncbi.nlm.nih.gov
  • Oregon Sudden Unexpected Death Study / Ventura PRESTO-onderzoekers — Determinants of survival in sudden cardiac arrest manifesting with pulseless electrical activity — Resuscitation, 2023 — consensus.app
  • American Heart Association (VS) — Treatment of Cardiac Arrest — heart.org, 2025 — heart.org
  • National Library of Medicine (VS) — Sudden Cardiac Arrest — MedlinePlus Health Topic, 2026 — medlineplus.gov
  • Mayo Clinic (VS) — Sudden cardiac arrest: Symptoms and causes — 2024 — mayoclinic.org
  • Nederlandse Reanimatie Raad — Wat is reanimeren? — reanimatieraad.nl, 2025
  • Nederlandse Reanimatie Raad — Richtlijnen Reanimatie in Nederland 2025 — reanimatieraad.nl, 2025
  • Hartstichting — Reanimatie en burgerhulpverlening (HartslagNu) — hartstichting.nl, 2025

Verder lezen

Na een hartstilstand met PEA volgt, als iemand stabiel is, vaak een bredere blik op de gezondheid van hart en bloedvaten, en labuitslagen spelen daarin een echte rol. Bloedonderzoek zoals troponine (een marker voor belasting of schade van de hartspier), nierfunctie en zouten zoals kalium en calcium, en een arterieel bloedgas helpen artsen een aantal van de omkeerbare oorzaken hierboven op te sporen. Begrijpen wat deze waarden betekenen, in plaats van alleen getallen en referentiewaarden te zien, maakt vervolgafspraken en bezoeken aan de cardioloog makkelijker te volgen voor patiënten en familie.

Begrijp je labuitslag met BloodSense

Laat je labuitslag binnen enkele minuten uitleggen