IGF-1 in je bloed: normaalwaarden per leeftijd, SD-score en wat je uitslag betekent

Een IGF-1-bloedonderzoek meet hoeveel insuline-achtige groeifactor 1 er in je bloed zit. Het is de meest gebruikte manier waarop artsen nagaan of je lichaam de juiste hoeveelheid groeihormoon maakt. Groeihormoon zelf schommelt de hele dag in stootjes, dus één meting daarvan zegt weinig. IGF-1 is veel stabieler: één gewone bloedafname geeft een betrouwbaar beeld van de groeihormoonactiviteit in de uren en dagen ervoor. In dit artikel lees je wat de test meet, waarom je arts hem aanvraagt, hoe referentiewaarden en de SD-score werken en waarom ze per lab verschillen, wat een te hoge of te lage IGF-1 kan betekenen en welke gewone dingen je waarde laten schuiven zonder dat er een ziekte is.
Waar staat IGF voor en wat meet een IGF-1-test?
IGF staat voor insulin-like growth factor, in het Nederlands insuline-achtige groeifactor; IGF-1 wordt ook somatomedine C genoemd. Het is een hormoon dat vooral je lever maakt. Je hypofyse, een klein kliertje onder in je hersenen, geeft groeihormoon (GH) af. Groeihormoon gaat naar de lever en geeft die opdracht IGF-1 te maken. Bijna al het groeiwerk dat aan groeihormoon wordt toegeschreven, doet in de weefsels eigenlijk IGF-1: het laat bot-, spier- en kraakbeencellen delen, voedingsstoffen opnemen en in leven blijven.
De test meet de concentratie van dat hormoon in serum: het vocht dat overblijft als bloed gestold is. Hij meet niet direct groeihormoon en vertelt niet waar een probleem vandaan komt. Hij laat zien of het groeihormoonsysteem als geheel snel, langzaam of in het verwachte tempo voor je leeftijd werkt.
Waarom artsen IGF-1 meten in plaats van groeihormoon
Groeihormoon komt in stootjes vrij, vooral ’s nachts en na inspanning. Tussen die stootjes kan het bij een gezond mens bijna tot nul dalen, waardoor een losse groeihormoonmeting nauwelijks te lezen is. IGF-1 gedraagt zich anders. Het reist gebonden aan transporteiwitten die het tegen afbraak beschermen, zodat het over de dag redelijk vlak blijft. Het Slingeland Ziekenhuis schrijft daarom dat een losse groeihormoonbepaling voor het opsporen van een tekort niet langer nodig is en dat de IGF-1-bepaling wordt gebruikt.
Het belangrijkste transporteiwit heeft een eigen test, en artsen vragen de twee soms samen aan als een uitslag twijfel geeft. Over die marker lees je meer in onze uitleg over IGFBP-3 in bloed.
Wat is de functie van IGF-1?
Bij kinderen en tieners zorgt IGF-1 voor lengtegroei: het is het signaal dat botten bij de groeischijven laat groeien. Na het sluiten van de groeischijven verandert de rol. Bij volwassenen helpt het spieren en botten onderhouden, wonden herstellen en de stofwisseling regelen. Het overlapt ook met de werking van insuline. Daarom kan IGF-1 meebewegen met bloedsuikerwaarden zoals die in onze uitleg over nuchtere glucose.
Waarom vraagt je arts een IGF-1-test aan?
Een IGF-1-test hoort niet bij een gewoon bloedonderzoek. Hij wordt aangevraagd als klachten, het groeipatroon of een scan een concrete vraag over groeihormoon oproepen. Volgens de NVKC gaat het om een vermoeden van schade of een tumor in de hypofyse, te weinig of te veel groeihormoon, achterblijvende groei bij kinderen, en de controle van behandeling met groeihormoon of tegen acromegalie.
Bij volwassenen
Bij volwassenen wordt de test meestal aangevraagd bij een vermoeden van te veel groeihormoon: acromegalie. Typische aanleidingen zijn ringen en schoenen die niet meer passen, een kaak of voorhoofd dat zichtbaar van vorm verandert, nieuwe gewrichtspijn, een dikkere huid, veel zweten, hoofdpijn of een nieuw vastgestelde slaapapneu. Het Slingeland Ziekenhuis noemt de IGF-1-bepaling bij volwassenen een vast onderdeel van diagnose en controle van acromegalie. De test wordt ook andersom gebruikt: om een groeihormoontekort op te sporen na een hypofyseoperatie, bestraling of hoofdletsel. Omdat hypofyseaandoeningen vaak meer dan één hormoon raken, vragen artsen er vaak onderzoek bij zoals in onze uitleg over prolactine en een controle van de bijnieren uit onze uitleg over cortisol in het bloed.
Bij kinderen en tieners
Bij kinderen gaat het bijna altijd om groei. Een kind dat van zijn groeicurve afbuigt, een vertraagde puberteit heeft of opvallend snel groeit, krijgt soms een IGF-1-test als onderdeel van het onderzoek. Volgens Thuisarts onderzoekt de kinderarts dan waarom een kind klein is of langzamer groeit, onder andere met een röntgenfoto van hand en pols en bloedonderzoek. Omdat schildklierproblemen de groei op een vergelijkbare manier vertragen, wordt vaak tegelijk de schildklier gecontroleerd met de waarden uit onze uitleg over de TSH-waarde.
Hoe gaat het IGF-1-bloedonderzoek en hoe bereid je je voor?
Voor de test is één gewoon buisje bloed nodig, meestal uit een ader in je arm. Het duurt een paar minuten.
Vóór de bloedafname
Sommige labs vragen je nuchter te komen, vooral omdat IGF-1 vaak samen met glucose of insuline wordt geprikt, waarvoor dat wel nodig is. Volg altijd de instructies op je aanvraagformulier of van je huisarts. Vertel wie het bloed afneemt over al je medicijnen en supplementen: oestrogeen in tabletvorm, corticosteroïden, schildkliermedicatie en groeihormoonproducten beïnvloeden allemaal de uitslag. Was je de weken ervoor acuut ziek, ondervoed of op een streng dieet, meld dat dan ook, want IGF-1 daalt in die situaties snel.
Hoe je uitslag eruitziet
In Nederland staat IGF-1 meestal in nanomol per liter (nmol/L) op je uitslag, naast een referentiewaarde voor je leeftijd en vaak je geslacht. Veel Nederlandse labs geven ook een SD-score: een getal dat laat zien hoe ver je waarde van het gemiddelde voor jouw leeftijd ligt. Volgens de NVKC worden de referentiewaarden uitgedrukt als geharmoniseerde SD-score, en als een arts IGF-1 aanvraagt, wordt die score automatisch naast de concentratie gerapporteerd. Een score rond nul is gemiddeld; een score rond plus of min twee ligt aan de rand van het gebruikelijke bereik. Die gestandaardiseerde score is meestal nuttiger dan het ruwe getal, omdat er al rekening is gehouden met je leeftijd.
IGF-1 normaalwaarde per leeftijd
Er is geen normale IGF-1-waarde die voor iedereen geldt; de waarde hangt sterk af van je leeftijd. IGF-1 is laag in de vroege kindertijd, stijgt sterk in de puberteit, piekt halverwege of eind tienerjaren en daalt daarna geleidelijk. Star-shl gebruikt geharmoniseerde leeftijdsafhankelijke referentiewaarden van het Erasmus MC. Voor mannen is dat bijvoorbeeld 18,5-74,1 nmol/L tussen 13 en 16 jaar, 12,5-41,3 nmol/L tussen 25 en 30 jaar en 6,4-26,5 nmol/L tussen 55 en 65 jaar; voor vrouwen liggen de grenzen iets anders. Een waarde die gezond is voor een zestienjarige, is opvallend hoog voor een zestigjarige, en andersom. Je getal vergelijken met dat van een vriend of met een getal van internet zegt dus niets.
| Levensfase | Gebruikelijk IGF-1-patroon | Wat het betekent voor de uitleg |
|---|---|---|
| Baby’s en jonge kinderen | De laagste waarden van het hele leven | Lage getallen zijn normaal; de groeisnelheid zegt meer dan de waarde alleen |
| Basisschoolleeftijd | Langzame, gelijkmatige stijging | Uitslagen worden met smalle leeftijdsgroepen vergeleken, dus een juiste geboortedatum is belangrijk |
| Puberteit | Scherpe piek, de hoogste van het leven | Het puberteitsstadium, niet alleen de leeftijd, bepaalt de verwachte waarde |
| Jonge volwassenen | Daalt terug vanaf de tienerpiek | Een waarde die bij een 25-jarige nog op tienerniveau ligt, verdient een tweede blik |
| Middelbare leeftijd | Geleidelijke verdere daling | Een lichte daling hoort bij ouder worden en is op zich geen hormoonziekte |
| Ouderen | De laagste volwassen waarden | Een waarde net onder de grens komt vaak voor en zegt alleen zelden iets |
Waarom normaal afhangt van het lab
Labs gebruiken verschillende meetmethoden, en die komen niet altijd overeen. De NVKC schrijft dat er daarom niet één tabel met standaardwaarden is. Een monster dat op het ene apparaat licht verhoogd is, kan op een ander normaal zijn. Referentiewaarden zijn ook gebaseerd op verschillende groepen gezonde mensen. De praktische les: vergelijk je uitslag altijd met de grenzen op je eigen uitslag, en laat herhalingen liefst door hetzelfde lab doen. De Nederlandse harmonisatie van IGF-1-referentiewaarden helpt die verschillen kleiner te maken.
De grenzen op je uitslag lezen
Een uitslag net buiten de grenzen is niet automatisch afwijkend. Referentiewaarden zijn zo gemaakt dat een klein deel van de gezonde mensen erbuiten valt. Artsen kijken hoe ver erbuiten, of het past bij je klachten en wat andere uitslagen laten zien. Een getal ver boven de bovengrens bij iemand met de lichamelijke veranderingen van acromegalie weegt heel anders dan een waarde één punt boven de grens bij iemand die zich prima voelt. Een waarde buiten de referentiewaarden betekent niet meteen dat je ziek bent; je huisarts beoordeelt je uitslag samen met je klachten en voorgeschiedenis.
IGF-1 verhoogd: wat kan het betekenen?
Een echt verhoogd IGF-1 betekent dat het groeihormoonsysteem te actief is. Volgens de NVKC is een overmaat aan IGF-1 het gevolg van een overmaat aan groeihormoon, meestal door een goedaardige groeihormoonmakende tumor in de hypofyse.
Wat zijn de eerste symptomen van acromegalie?
De eerste symptomen van acromegalie zijn vaak vaag en langzaam: ringen en schoenen die te klein worden, grover wordende gelaatstrekken, gewrichtspijn, veel zweten en hoofdpijn. Bij volwassenen, bij wie de groeischijven gesloten zijn, worden botten dikker in plaats van langer. De NVKC beschrijft extra groei van handen en voeten en meer kraakbeenweefsel, met een geleidelijke vergroving van de gelaatstrekken. Bij kinderen en tieners met open groeischijven geeft hetzelfde probleem reuzengroei (gigantisme) en een opvallend snelle lengtegroei. Volgens het Amerikaanse NIDDK is acromegalie zeldzaam, verschijnt het meestal op middelbare leeftijd en wordt het door het langzame verloop vaak laat herkend. Een verhoogd IGF-1 is meestal de eerste labaanwijzing. Ter bevestiging volgt meestal een glucosetolerantietest, waarbij groeihormoon na een suikerdrankje zou moeten dalen maar dat niet doet, en daarna een scan van de hypofyse.
Andere redenen voor een hoge uitslag
Niet elke hoge IGF-1 komt door een tumor. De puberteit zelf geeft heel hoge waarden. Zwangerschap verhoogt IGF-1. Gebruik van groeihormoon of IGF-1-preparaten, voorgeschreven of niet, doet dat ook. Slecht geregelde diabetes en nierziekte kunnen de meting vertekenen; daarom kijken artsen ook naar je nierfunctie met waarden zoals in onze uitleg over kreatinine.
IGF-1 te laag: wat zijn de gevolgen?
Een te lage IGF-1 is veel minder specifiek dan een te hoge, en heeft veel vaker een andere oorzaak dan een probleem met de hypofyse. Het Slingeland Ziekenhuis schrijft dat een lage IGF-1 niet direct bewijst dat er een groeihormoontekort is, omdat ook aan een trage schildklier of een slechte voedingstoestand gedacht moet worden.
Groeihormoontekort
Volgens de NVKC leidt een tekort aan IGF-1 door te weinig groeihormoon bij kinderen tot een te kleine lengte, en bij volwassenen tot minder spiermassa, botontkalking en meer cholesterol in het bloed. Bij kinderen wordt een groeihormoontekort bevestigd met een stimulatietest, niet met IGF-1 alleen. Bij volwassenen volgt een tekort meestal op schade aan de hypofyse door een tumor, operatie, bestraling of ernstig hoofdletsel. De klachten zijn op zichzelf vaag: moeheid, minder spiermassa, meer buikvet, somberheid en dunner bot. Een normale IGF-1 sluit een tekort bij volwassenen niet uit; de test is dus een begin en geen eindoordeel.
Oorzaken in voeding, lever, nieren en schildklier
Omdat de lever IGF-1 maakt, verlaagt alles wat de lever beperkt of de grondstoffen wegneemt het getal. Ondervoeding, streng lijnen, eetstoornissen, slechte opname in de darm, chronische leverziekte, gevorderde nierziekte, slecht geregelde diabetes, een onbehandelde trage schildklier en elke ernstige acute ziekte verlagen IGF-1. Een lage eiwitstatus draagt vaak bij; artsen kijken daarom ook naar de waarden uit onze uitleg over albumine. Speelt de bloedsuiker mee, dan worden uitslagen vaak gelezen naast de insulinegevoeligheid uit onze uitleg over HOMA-IR en de bredere context in onze uitleg over diabetes.
Wat kan je IGF-1-waarde laten schuiven?
Voordat ze concluderen dat een uitslag op ziekte wijst, lopen artsen de gewone invloeden na die IGF-1 bij gezonde mensen veranderen. De tabel groepeert de belangrijkste.
| Invloed | Gewoonlijke richting | Waarom |
|---|---|---|
| Leeftijd | Piek in de puberteit, daarna daling | De aanmaak van groeihormoon daalt geleidelijk na de jongvolwassenheid |
| Ondervoeding of crashdieet | Lager | De lever maakt minder IGF-1 als energie en eiwit schaars zijn |
| Chronische leverziekte | Lager | Een beschadigde lever maakt het hormoon minder goed |
| Onbehandelde trage schildklier | Lager | Schildklierhormoon is nodig voor een normale groeihormoonwerking |
| Oestrogeen in tabletvorm | Lager | Oestrogeen via de mond gaat door de lever en remt de IGF-1-aanmaak |
| Zwangerschap | Hoger | De placenta maakt een eigen signaal dat op groeihormoon lijkt |
| Groeihormoonproducten | Hoger | Extra groeihormoon laat de lever direct meer IGF-1 maken |
| Meetmethode van het lab | Beide richtingen | Andere apparaten en referentiegroepen verschuiven de grenzen |
Botgezondheid hangt nauw samen met hetzelfde hormoonsysteem. Een afwijkende IGF-1 wordt daarom vaak bekeken samen met de informatie over botombouw uit onze uitleg over alkalische fosfatase.
Wanneer naar de huisarts?
Maak een afspraak bij je huisarts als je als volwassene merkt dat je handen, voeten, ringmaat of schoenmaat langzaam groter worden; als de vorm van je kaak, voorhoofd of gezicht in een paar jaar zichtbaar verandert; als er nieuwe ruimtes tussen je tanden ontstaan; bij aanhoudende hoofdpijn samen met veranderd zicht, vooral minder zijzicht; bij veel zweten en een dikkere huid zonder duidelijke reden; of bij nieuwe gewrichtspijn met klachten van een carpaletunnelsyndroom.
Laat een kind onderzoeken als de lengte bij twee of meer metingen van de groeicurve afbuigt, als het opvallend snel groeit, of als de puberteit duidelijk te vroeg of te laat begint. Zoek snel hulp bij plotselinge hevige hoofdpijn of een plotseling veranderd zicht: bel je huisarts of, ’s avonds en in het weekend, de huisartsenpost, en bij levensgevaar 112. Hypofyseproblemen kunnen een enkele keer een spoedgeval zijn. Begin, stop of verander geen hormoonbehandeling op basis van één labwaarde; de uitleg hoort bij de arts die je voorgeschiedenis kent. Worden je uitslagen samen met andere hormonen gevolgd, dan helpt onze uitleg over insuline om de stofwisselingskant van hetzelfde gesprek te volgen.
Nieuw wetenschappelijk onderzoek
Onderzoek van de afgelopen drie jaar ging minder over nieuwe toepassingen van de IGF-1-test en meer over het betrouwbaarder maken van de bestaande test. Dat is goed nieuws voor iedereen met een uitslag op het randje.
Een review uit 2026 over de labdiagnose van acromegalie in Vitamins and Hormones concludeerde dat IGF-1 de hoeksteen blijft, omdat het de groeihormoonproductie stabiel en ‘opgeteld’ weergeeft. Dezelfde review merkte op dat groeihormoon en IGF-1 bij een flink deel van de patiënten elkaar tegenspreken, onder andere door overgewicht, diabetes, leverziekte en nierziekte. Voor jou: lijken je IGF-1 en groeihormoon verschillende verhalen te vertellen, dan is dat een bekende situatie en geen labfout. Daarom voegen artsen een glucosetolerantietest toe, waarbij je een afgemeten suikerdrankje drinkt en daarna de hormonen worden gevolgd, in plaats van op één getal te vertrouwen.
Een uitgebreide review in Critical Reviews in Clinical Laboratory Sciences onderzocht waarom hetzelfde monster in verschillende labs verschillende antwoorden geeft. De onderzoekers beschreven storing door de bindingseiwitten van IGF-1, verschillen tussen commerciële testkits en de moeilijkheid om referentiewaarden te maken die overal werken. Ze noemden massaspectrometrie, een techniek die een molecuul heel precies weegt in plaats van het met een antistof te vangen, als weg naar meer eenduidige uitslagen. Voor jou: een waarde uit het ene lab vergelijken met grenzen van een ander lab is echt onbetrouwbaar; laat herhalingen liefst op dezelfde plek doen.
Een studie uit 2025 bij gezonde jonge mannen in Korea, in Translational and Clinical Pharmacology, maakte lokale referentiewaarden voor IGF-1 en zijn belangrijkste bindingseiwit. De waarden verschilden merkbaar per seizoen. Het ging om één bevolkingsgroep en één meetmethode, dus het is een signaal en geen vaststaand feit. Voor jou: een kleine verandering tussen twee tests met maanden ertussen betekent niet automatisch dat er iets met je gezondheid veranderd is.
Tot slot stelde een review uit 2025 in Expert Review of Endocrinology and Metabolism dat acromegalie nog steeds te weinig en meestal pas in een laat stadium wordt herkend, omdat de vroege lichamelijke veranderingen subtiel zijn en makkelijk aan ouder worden worden toegeschreven. IGF-1 meten is de eerste stap als de aandoening wordt vermoed, en groeihormoon en IGF-1 moeten altijd samen worden gelezen. Voor jou: een langzame lichamelijke verandering bespreken met je huisarts is de moeite waard, ook als het klein lijkt, want de test die volgt is eenvoudig.
Begrippenlijst
| Begrip | Uitleg |
|---|---|
| IGF-1 | Insuline-achtige groeifactor 1, een hormoon dat vooral de lever maakt onder invloed van groeihormoon. Het voert de meeste effecten van groeihormoon in de weefsels uit. |
| Groeihormoon (GH) | Een hormoon dat de hypofyse in stootjes afgeeft. Zorgt voor groei bij kinderen en helpt spieren, botten en stofwisseling bij volwassenen. |
| Hypofyse | Een klein kliertje onder in de hersenen dat meerdere hormoonsystemen aanstuurt, waaronder de afgifte van groeihormoon. |
| Acromegalie | Een aandoening door langdurig te veel groeihormoon bij volwassenen, met geleidelijke vergroting van handen, voeten en gezichtsbotten. |
| Gigantisme (reuzengroei) | Te veel groeihormoon dat begint in de kindertijd, vóór het sluiten van de groeischijven, met opvallend snelle lengtegroei. |
| IGFBP-3 | Insuline-achtige-groeifactor-bindend eiwit 3, het belangrijkste transporteiwit dat IGF-1 in het bloed vervoert en beschermt. |
| Referentiewaarden | De waarden die bij gezonde mensen van een bepaalde leeftijd en geslacht worden verwacht, naast je uitslag vermeld. |
| SD-score | Een getal dat laat zien hoe ver je waarde van het gemiddelde voor je leeftijd ligt. Nul is gemiddeld. |
| Glucosetolerantietest | Een test waarbij je een afgemeten suikerdrankje drinkt en daarna bloed wordt afgenomen om te zien hoe een hormoon reageert. |
| Groeischijf | Groeiend kraakbeen bij de uiteinden van de lange botten van een kind. Als die na de puberteit sluit, groei je niet meer in lengte. |
Veelgestelde vragen over IGF-1
Wat is de normale waarde van IGF-1?
Er is geen vast getal voor iedereen. IGF-1 is laag in de vroege kindertijd, piekt in de puberteit en daalt daarna geleidelijk. Elk lab vermeldt daarom grenzen per leeftijd en vaak per geslacht, en Nederlandse labs geven meestal ook een SD-score. Een SD-score tussen ongeveer min twee en plus twee valt binnen het gebruikelijke bereik. Gebruik de grenzen op je eigen uitslag; de SD-score zegt het meest, omdat er al rekening is gehouden met je leeftijd.
Wat zijn de gevolgen van een te lage IGF-1-waarde?
Een te lage IGF-1 door een echt groeihormoontekort geeft bij kinderen een te kleine lengte en bij volwassenen minder spiermassa, botontkalking en meer cholesterol in het bloed (NVKC). Vaak heeft een lage waarde echter een andere oorzaak, zoals ondervoeding, een trage schildklier, een leverziekte of ouderdom. Een lage waarde alleen is dus nog geen diagnose.
Wat is een IGF-1-bloedonderzoek?
Een IGF-1-bloedonderzoek is een gewone bloedafname waarbij het lab de hoeveelheid IGF-1 in je bloed meet. Het geeft een stabiel beeld van hoeveel groeihormoon er de afgelopen tijd werkzaam was. Het wordt vooral gebruikt bij vragen over groei bij kinderen, acromegalie en groeihormoontekort, en om behandeling te volgen.
Moet ik nuchter zijn voor een IGF-1-bloedtest?
Dat verschilt per lab. IGF-1 zelf wordt weinig beïnvloed door een maaltijd, maar wordt vaak samen met glucose of insuline geprikt, waarvoor je wel nuchter moet zijn. Water drinken mag meestal. Volg de instructies op je aanvraagformulier. Neem je gewone medicijnen in tenzij je arts iets anders zegt, en noem alles wat je gebruikt.
Wordt een IGF-1-test vergoed?
Laboratoriumonderzoek dat je huisarts of specialist aanvraagt, valt onder de basisverzekering en gaat meestal van je eigen risico af. Een test die je zelf online bestelt, betaal je meestal zelf; die valt niet onder de basisverzekering. Check je polis als je twijfelt.
Kunnen sport of voeding mijn IGF-1 veranderen?
Ja, maar meestal binnen het normale bereik. Langdurige ondervoeding, heel caloriearme diëten en te weinig eiwit verlagen IGF-1 merkbaar, omdat de lever energie en bouwstoffen nodig heeft. Regelmatige krachttraining en voldoende eiwit ondersteunen normale waarden. Eén training of één maaltijd verandert je uitslag niet. Extreme pogingen om IGF-1 omhoog of omlaag te krijgen zijn niet verstandig, want zowel heel hoge als heel lage waarden hangen samen met gezondheidsproblemen.
Betekent een hoge IGF-1 dat ik een tumor heb?
Niet op zichzelf. Een hoge uitslag roept de vraag op en leidt tot verder onderzoek, maar puberteit, zwangerschap, gebruik van groeihormoonproducten en verschillen in meetmethode geven ook hoge waarden zonder tumor. Voor de diagnose acromegalie is meer nodig dan één afwijkend getal: meestal een glucosetolerantietest en, als die ook afwijkt, een scan van de hypofyse.
Wat is het verschil tussen een IGF-1-test en een groeihormoontest?
Een groeihormoontest meet het hormoon dat de hypofyse direct afgeeft. Dat komt in stootjes en kan bij een gezond mens tussen de stootjes bijna nul zijn, waardoor een losse meting lastig te lezen is. Een IGF-1-test meet een hormoon dat de lever als reactie op groeihormoon maakt, en dat blijft over de dag veel stabieler. In de praktijk wordt IGF-1 gebruikt om op te sporen en te volgen, en groeihormoon onder gecontroleerde omstandigheden, zoals bij een remtest of stimulatietest.
Bronnen
- NVKC — IGF-1 — Allesovertesten.nl, 2026 — allesovertesten.nl
- NVKC — Insulin-like growth factor-I in serum of plasma (geharmoniseerde SD-score) — NVKC Wie doet wat-database, 2026 — nvkc.nl
- Star-shl — Insulin-like growth factor-1, geharmoniseerde leeftijdsafhankelijke referentiewaarden — Laboratoriumbepalingen Star-shl, 2026 — star-shl.nl
- Slingeland Ziekenhuis — IGF-I (aanvraagindicaties en interpretatie) — Laboratoriumgids Slingeland — slingeland.nl
- Thuisarts.nl (NHG) — Mijn kind is klein en is doorgestuurd naar de kinderarts — Thuisarts, 2025 — thuisarts.nl
- National Institute of Diabetes and Digestive and Kidney Diseases — Acromegalie — NIDDK Health Information, herzien 2025 — niddk.nih.gov
- MedlinePlus, National Library of Medicine — Groeihormoontests — MedlinePlus Medical Test, herzien 2025 — medlineplus.gov
- Cleveland Clinic — Acromegalie — Cleveland Clinic Health Library, herzien 2025 — my.clevelandclinic.org
- Mayo Clinic — Acromegalie: diagnose en behandeling — Mayo Clinic, herzien 2025 — mayoclinic.org
- Cardoso LM, Silva G, Jesus B, Monsanto A, Vinagre J, Gomes L — Acromegalie: de labdiagnose — Vitamins and Hormones, 2026 — doi.org/10.1016/bs.vh.2026.01.002
- Huang R, Shi J, Wei R, Li J — De uitdagingen van het meten van IGF-1 — Critical Reviews in Clinical Laboratory Sciences, 2024 — doi.org/10.1080/10408363.2024.2306804
- Jung SM, Lee SH, Lee H, Kim EN, Bae KS — IGF-1 en IGFBP-3 bij gezonde Koreaanse mannen van 19-40 jaar: referentiewaarden en seizoensvariatie — Translational and Clinical Pharmacology, 2025 — doi.org/10.12793/tcp.2025.33.e13
- Freda PU — Acromegalie: diagnostische uitdagingen en behandeling op maat — Expert Review of Endocrinology and Metabolism, 2025 — doi.org/10.1080/17446651.2024.2448784
Verder lezen
- Ontdek het hormoon dat spiermassa en botdichtheid mee bepaalt in onze uitleg over testosteron.
- Bekijk de marker voor de balans van de vrouwelijke hormonen in onze uitleg over oestradiol.
- Lees over de voedingsstof achter calciumopname en sterke botten in onze uitleg over vitamine D in het bloed.
- Begrijp hoe zwakke botten ontstaan en behandeld worden in onze uitleg over botontkalking.
- Bekijk de klier die het calcium in je bloed fijn afstelt in onze uitleg over de PTH-waarde.
Begrijp je labuitslag met BloodSense
Een IGF-1-uitslag staat zelden alleen. Hij wordt meestal gelezen naast groeihormoon, het bindingseiwit IGFBP-3, schildklier- en bloedsuikerwaarden en de werking van lever en nieren, elk met eigen grenzen per leeftijd. BloodSense zet die groep getallen om in uitleg in gewone taal, zodat je ziet hoe je waarden samenhangen en met betere vragen naar je huisarts gaat. Het BloodSense-rapport wordt gemaakt door kunstmatige intelligentie, alleen ter informatie. Het is geen diagnose en geen behandeladvies, en het vervangt het oordeel van je huisarts niet.
Upload je labuitslag en ontvang je rapport binnen enkele minuten



