Een vitamine D-tekort vaststellen kan alleen met een bloedtest die meet hoeveel vitamine D je lichaam echt in omloop heeft. Het getal op je labuitslag lijkt eenvoudig, maar er zit nuance in: dezelfde waarde kan bij de een geruststellend zijn en bij de ander een reden om iets te doen. En in Nederland is de boodschap duidelijk: volgens Thuisarts is het bijna nooit nodig om bloedonderzoek naar vitamine D te doen, omdat veel mensen gewoon het advies voor extra vitamine D kunnen volgen. In dit artikel lees je wat de test meet, hoe je je uitslag regel voor regel leest, wat lage en hoge waarden betekenen, welke andere waarden er meestal bij worden gelezen en wat het nieuwste onderzoek zegt over supplementen.

Wat meet een vitamine D-bloedtest?

Vitamine D gedraagt zich, ondanks de naam, meer als een hormoon dat je lichaam in stappen maakt dan als een gewone vitamine. Ultraviolet licht (UVB) op je huid zet een cholesterolachtige stof om in vitamine D3. Je lever maakt daar 25-hydroxyvitamine D van, geschreven als 25(OH)D. Je nieren maken daar vervolgens calcitriol van, de volledig actieve vorm die je darm opdracht geeft calcium op te nemen.

De test meet bijna altijd die middelste stap, 25(OH)D. Volgens de NVKC is dat de niet-werkzame vorm die als voorraad dient voor de werkzame vorm. Die blijft weken in het bloed en weerspiegelt je totale aanvoer uit zonlicht, voeding en supplementen. De actieve vorm wordt daarentegen van minuut tot minuut strak geregeld en kan er normaal uitzien terwijl de voorraad leeg is. Daarom leest je arts de uitslag ‘25-hydroxyvitamine D’ of ‘vitamine D (25-OH)’. Een aanvraag voor 1,25-dihydroxyvitamine D is een andere, veel zeldzamere test, bedoeld voor bepaalde nier-, bijschildklier- of ontstekingsziekten.

In Nederland geven laboratoria vitamine D op in nanomol per liter (nmol/L). In de Verenigde Staten gebruikt men nanogram per milliliter (ng/mL); vermenigvuldig ng/mL met 2,5 om op nmol/L te komen. Je hoeft niet nuchter te zijn, en het gaat om een gewone bloedafname uit een ader in je arm.

Wanneer wordt vitamine D gemeten, en wanneer voegt het weinig toe?

Artsen vragen een vitamine D-bepaling aan als iets in je voorgeschiedenis of klachten op een tekort wijst. De NVKC noemt een afwijkend calcium, zachte of gebroken botten (osteomalacie), onbegrepen spierzwakte, en ziekten waarbij de darm slecht opneemt, zoals de ziekte van Crohn of taaislijmziekte. Ook chronische nierziekte, leverziekte, sommige epilepsiemiddelen en heel weinig zonlicht zijn gebruikelijke redenen.

Wat de afgelopen jaren is veranderd, is de kijk op het testen van mensen zonder zulke kenmerken. Thuisarts schrijft dat het bijna nooit nodig is om bloedonderzoek te doen naar vitamine D, en dat de huisarts het heel soms wel nodig vindt, bijvoorbeeld als je botontkalking hebt en daar medicijnen voor krijgt. Ook internationale expertgroepen raden het routinematig meten bij gezonde mensen af, omdat onderzoeken niet hebben laten zien dat dit de gezondheid verbetert. Dat is een verschuiving in nadruk, geen reden om een test over te slaan die je huisarts juist aanraadt.

Is je uitslag gemarkeerd en vraag je je af waarom supplementen niet helpen, lees dan over de praktische hindernissen in onze uitleg over vitamine D-supplementen die niet lijken te werken.

Vitamine D waarde: welke waarde is een ernstig tekort?

Volgens de NVKC ligt de streefwaarde voor 25-hydroxyvitamine D tussen 50 en 150 nmol/L; de Amerikaanse NIH noemt een waarde onder 30 nmol/L een tekort dat samenhangt met rachitis en botverweking. Op je uitslag staan een waarde, een eenheid en referentiewaarden. Die verschillen iets per laboratorium, dus lees altijd je eigen uitslag. De indeling hieronder volgt de NIH-grenzen, aangevuld met de Nederlandse streefwaarde van de NVKC. Ze beschrijft de bevolking als geheel, geen doel dat ieder mens moet halen.

25(OH)D in nmol/L25(OH)D in ng/mLHoe het meestal wordt omschrevenWat het in het algemeen betekent
Onder 30Onder 12Tekort (ernstig)Samenhang met rachitis (Engelse ziekte) bij kinderen en botverweking (osteomalacie) bij volwassenen
30 tot 5012 tot 20OnvoldoendeBij de meeste mensen te weinig voor gezonde botten
50 tot 150 (streefwaarde NVKC)20 tot 60VoldoendeGenoeg voor gezonde botten bij vrijwel alle gezonde mensen
Boven 125 tot 150Boven 50 tot 60Mogelijk schadelijk bij langdurig hoge innameBijwerkingen worden waarschijnlijker; volgens de NVKC kunnen waarden boven 500 nmol/L met een hoog calcium organen beschadigen

Drie gewoonten maken het getal makkelijker te lezen. Kijk eerst naar de eenheid: een waarde van 75 is uitstekend in nmol/L, maar aan de hoge kant in ng/mL. Let op het seizoen: volgens Thuisarts is de zon in de winter minder sterk en maakt je huid dan minder vitamine D, dus de waarde is aan het eind van de winter vaak lager dan aan het eind van de zomer. En vergelijk met je eigen eerdere uitslagen, niet met die van een ander: het verloop over een jaar zegt veel meer dan één momentopname.

Wat zeggen een lage en een hoge vitamine D-waarde?

Wat zijn de oorzaken van een vitamine D-tekort?

Een vitamine D-tekort komt vaak voor en heeft meestal een gewone verklaring. Thuisarts noemt een getinte of donkere huid, ouder worden (je huid maakt dan minder vitamine D), niet elke dag overdag buitenkomen, de winter, en weinig producten met vitamine D eten, wat volgens Thuisarts de minst belangrijke oorzaak is. Ook medische oorzaken spelen mee. Bij slechte vetopname wordt minder opgenomen, omdat vitamine D in vet oplost. Bij overgewicht wordt het in vetweefsel opgeslagen. En bij vergevorderde nier- of leverziekte raken de twee activeringsstappen verstoord. Sommige epilepsiemiddelen kunnen volgens de NVKC de lever minder vitamine D laten aanmaken.

Een blijvend lage waarde zet je lichaam aan om meer bijschildklierhormoon te maken. Dat haalt calcium uit het bot om het calcium in het bloed op peil te houden. Na jaren kan het skelet daardoor dunner worden; Thuisarts schrijft dat je botontkalking kunt krijgen als je te weinig vitamine D en kalk binnenkrijgt. Daarom wordt een lage uitslag vaak bekeken naast de uitslag van het bijschildklierhormoon PTH. Klachten zijn, als ze er al zijn, vaag: pijnlijke botten, spierzwakte of krampen. Thuisarts is duidelijk dat moe zijn, duizeligheid, depressie en dementie niet door een vitamine D-tekort komen. Veel mensen met een lage waarde merken helemaal niets.

Is een vitamine D-tekort gevaarlijk?

Een licht tekort is meestal niet gevaarlijk, maar een langdurig, ernstig tekort wel: bij kinderen kan het de Engelse ziekte (rachitis) geven en bij volwassenen botverweking (osteomalacie) en botontkalking, waardoor botten sneller breken. Thuisarts noemt ook dat te weinig vitamine D je afweer misschien slechter maakt en tijdens de zwangerschap misschien problemen geeft, zoals meer kans op zwangerschapsdiabetes. Verbanden met hart- en vaatziekten, diabetes type 2, darmkanker en auto-immuunziekten zijn gevonden, maar volgens Thuisarts is niet duidelijk of die ziekten echt door te weinig vitamine D komen, en of extra slikken ze voorkomt.

Wat zijn de bijwerkingen van te veel vitamine D?

Te veel vitamine D komt bijna nooit door zonlicht, omdat je huid stopt met aanmaken zodra er genoeg is. In de praktijk komt het door supplementen, meestal hoog gedoseerde producten die maandenlang dagelijks worden genomen, of door een fout in de dosering. Te veel vitamine D jaagt de opname van calcium te hard aan. Het stijgende calcium in het bloed geeft misselijkheid, veel dorst, vaak plassen, verwardheid en op den duur nierstenen of nierschade. Volgens Thuisarts krijg je pas klachten als je heel erg lang veel te veel vitamine D slikt, en dat gebeurt bijna nooit. Wie een hoge uitslag heeft, laat het best tegelijk de uitslag van calcium in bloed beoordelen en de nierfunctie controleren via de uitslag van creatinine.

Welke bloedwaarden worden naast vitamine D gelezen?

Een vitamine D-waarde beantwoordt op zichzelf één smalle vraag. Artsen lezen hem als deel van een klein mineraalonderzoek, omdat vitamine D, calcium, fosfaat en bijschildklierhormoon elkaar voortdurend regelen. Volgens de NVKC zijn calcium, fosfaat, magnesium en PTH de verwante testen. De tabel hieronder laat zien waarom elke waarde erbij hoort.

WaardeWat het toevoegt aan een vitamine D-uitslag
Calcium (totaal en gecorrigeerd)Laat zien of het mineraal dat vitamine D regelt echt binnen de grenzen blijft
FosfaatBeweegt mee met calcium en helpt een tekort in voeding te onderscheiden van een oorzaak in de nieren
Bijschildklierhormoon (PTH)Stijgt als vitamine D al een tijd laag is, een teken dat er uit het bot wordt geput
Alkalische fosfataseStijgt als de botombouw versnelt, zoals bij botverweking
AlbumineDraagt een groot deel van het calcium in het bloed en is nodig om een calciumwaarde te lezen
MagnesiumNodig voor de enzymen die vitamine D activeren; een tekort dempt de reactie

Stonden deze waarden op je uitslag, lees ze dan een voor een: onze uitleg bespreekt fosfaat in bloed, de uitslag van alkalische fosfatase, de uitslag van albumine en het magnesium in bloed. Werd je uitslag aangevraagd vanwege dunner wordende botten, lees dan ook onze uitleg over botontkalking en behandeling.

Wie heeft de meeste kans op een tekort?

Je vitamine D-status wordt minder bepaald door wilskracht dan door geografie, je huid en hoe je je dag doorbrengt. Weten bij welke groep je hoort, verklaart veel van je eigen getal, en waarom twee mensen met bijna hetzelfde eetpatroon ver uit elkaar kunnen liggen.

Breedtegraad en seizoen bepalen het plafond. In Nederland is de zon in de winter minder sterk en maakt je huid minder vitamine D; volgens Thuisarts gebruik je dan de voorraad die je in de zomer hebt opgebouwd. Een test in februari en een test in augustus bij dezelfde persoon kunnen daardoor flink verschillen zonder dat er iets mis is. Je lichaam maakt ook vitamine D als het bewolkt is; ga daarom overdag naar buiten, met gezicht en handen onbedekt, en verbrand niet.

Huidskleur bepaalt het tempo. Melanine is een natuurlijke zonnebrandcrème: hoe donkerder je huid, hoe langer je buiten moet zijn om genoeg vitamine D te maken. Thuisarts adviseert mensen met een getinte of donkere huid daarom hun hele leven extra vitamine D. Leeftijd werkt dezelfde kant op: de huid maakt met de jaren minder vitamine D, en ouderen zijn vaak minder buiten. Daarom stijgt het advies vanaf 70 jaar.

Ook lichaamssamenstelling telt. Omdat vitamine D in vet oplost, verdeelt een grotere vetmassa dezelfde inname over een groter reservoir. Dat verlaagt de waarde in het bloed, zonder dat het lichaam per se uitgeput is. Na een maagverkleining komt daar een slechtere opname bij.

Tot slot zijn sommige groepen laag om redenen die niets met zonlicht te maken hebben: baby’s die alleen borstvoeding krijgen; mensen die hun huid buiten altijd bedekken, bijvoorbeeld met een sluier of boerka; bewoners van verpleeghuizen en mensen die vrijwel niet buitenkomen; en mensen die medicijnen gebruiken die vitamine D sneller afbreken, zoals verschillende epilepsiemiddelen en prednison-achtige middelen. Zwangerschap is een aparte situatie: in Nederland is het advies om tijdens de zwangerschap extra vitamine D te nemen, ongeacht een test.

Hoe krijg je vitamine D snel omhoog, en wat doe je na je uitslag?

Eén waarde vraagt zelden om drastische actie. De verstandige volgorde: controleer de eenheid en de referentiewaarden op je eigen uitslag, noteer je klachten, maak een lijst van alle supplementen met hun precieze dosis, en bespreek dat met je huisarts in plaats van zelf aan de dosis te gaan schuiven. Laat het bloedonderzoek een tekort zien, dan geeft je huisarts je volgens Thuisarts vaak een recept voor extra vitamine D.

Bij een bevestigd tekort zijn er drie knoppen. Voeding draagt bij via vette vis zoals zalm en forel, eieren, rundvlees en kaas, en via producten waaraan in Nederland vitamine D wordt toegevoegd, zoals margarine, halvarine en sommige bak- en braadvetten. Volgens het Voedingscentrum levert 100 gram forel ongeveer 9,4 microgram. Toch halen weinig mensen genoeg uit voeding alleen. Zonlicht helpt in voorjaar en zomer, zonder dat je bruin hoeft te worden. Supplementen zijn de betrouwbaarste weg. Het Voedingscentrum noemt een aanbevolen hoeveelheid van 10 microgram per dag voor iedereen en 20 microgram vanaf 70 jaar, en adviseert extra vitamine D voor deze groepen:

GroepAdvies vitamine D-supplement per dag
Kinderen van 0 tot en met 3 jaar10 microgram
Mensen van 4 tot en met 69 jaar met een donkere of getinte huid10 microgram
Mensen van 4 tot en met 69 jaar die overdag weinig buiten komen of hun gezicht bedekken10 microgram
Vrouwen van 50 tot en met 69 jaar10 microgram
Iedereen van 70 jaar en ouder20 microgram
Zwangeren10 microgram

Hogere doses horen onder medische begeleiding, niet bij zelfvoorschrijven. De EFSA hanteert voor volwassenen een aanvaardbare bovengrens van 100 microgram per dag, en volgens de Warenwet mag een supplement voor volwassenen maximaal 75 microgram bevatten. Op het etiket staat de dosis soms in internationale eenheden (IE): 400 IE is 10 microgram.

Twee praktische punten worden makkelijk vergeten. Vitamine D lost op in vet, dus innemen bij een maaltijd met wat vet verbetert de opname. En het werkt bij de botstofwisseling samen met andere in vet oplosbare vitaminen; daarom staat soms ook vitamine K op de uitslag, zie onze uitleg over vitamine K in bloed. Opnieuw meten, als dat al nodig is, gebeurt meestal na ongeveer drie maanden, omdat 25(OH)D langzaam verandert. Snel omhoog gaat het dus niet: reken op weken tot maanden.

Neem snel contact op met je huisarts, en wacht niet op een gewone afspraak, bij botpijn met herhaalde botbreuken, spierzwakte die erger wordt, of aan de hoge kant bij aanhoudende misselijkheid met ongewone dorst en vaak plassen.

Nieuw wetenschappelijk onderzoek

Het onderzoek naar vitamine D is de afgelopen drie jaar duidelijk van richting veranderd, en die richting kan verrassen wie het supplementenenthousiasme van de jaren 2010 nog kent. Dit vond recent onderzoek van goede kwaliteit, en dit betekent het in de praktijk.

Expertgroepen raden testen bij de meeste gezonde mensen af

Wat er werd gevonden: een richtlijn uit 2024 van de Amerikaanse Endocrine Society bekeek de gerandomiseerde onderzoeken, waarin deelnemers door het lot een behandeling of een placebo krijgen, en concludeerde dat er geen bewijs is voor routinematig meten van 25(OH)D bij de algemene bevolking. De groep stelde wel extra vitamine D voor bij kinderen en tieners, volwassenen boven de 75, zwangeren en mensen met een hoog risico op diabetes.

Wat dit voor jou betekent: ben je een gezonde volwassene zonder risicofactoren, dan hoef je niet om een vitamine D-test te vragen; het Nederlandse advies over extra vitamine D volgen is de eenvoudigere weg, en dat sluit aan bij wat Thuisarts schrijft. Hoor je bij een risicogroep, of heeft je huisarts een specifieke reden om te testen, dan ligt het anders en blijft de test nuttig.

Supplementen alleen voorkwamen geen botbreuken of vallen

Wat er werd gevonden: een grote systematische review uit 2026 in de BMJ bundelde 69 gerandomiseerde onderzoeken met meer dan 150.000 volwassenen die niet voor botontkalking werden behandeld. Er was weinig tot geen voordeel van calcium, vitamine D of de combinatie op het risico op botbreuken of vallen. De auteurs beoordeelden de zekerheid van die conclusie voor vitamine D als hoog; in gewone woorden: nieuwe onderzoeken zullen dit waarschijnlijk niet omgooien.

Wat dit voor jou betekent: supplementen zijn een behandeling voor een tekort, geen algemene verzekering tegen botbreuken bij mensen met een voldoende waarde. Je botten bescherm je nog steeds vooral met beweging waarbij je je eigen gewicht draagt, genoeg eiwit, niet roken en het behandelen van botontkalking als die is vastgesteld.

Hoge doses met lange tussenpozen lijken bij ouderen de verkeerde aanpak

Wat er werd gevonden: een meta-analyse uit 2024, een onderzoek dat de resultaten van eerdere onderzoeken statistisch combineert, bundelde zeven gerandomiseerde onderzoeken met ongeveer 72.000 gezonde mensen van 60 jaar en ouder. Het totale aantal botbreuken was niet lager met vitamine D, en bij de onderzochte vrouwen kwamen heupbreuken zelfs iets vaker voor. De onderzoeken gebruikten vooral grote, af en toe gegeven doses zonder calcium.

Wat dit voor jou betekent: dit is een waarschuwing over hoe vitamine D wordt gegeven, niet over vitamine D zelf. Grote losse doses met weken of maanden ertussen staan ter discussie; dezelfde richtlijngroep stelt voor mensen boven de 50 die extra vitamine D nodig hebben juist een gelijkmatige dagelijkse dosis voor. Resultaten bij gezonde ouderen gelden niet automatisch voor iemand met een bevestigd tekort, en de bevinding moet nog worden bevestigd in onderzoeken die voor die vraag zijn opgezet.

Samen wijzen deze drie onderzoekslijnen dezelfde kant op. Vitamine D testen en behandelen werkt het best bij mensen die een reden hebben om laag te zitten, en minder goed als je het op iedereen toepast.

Begrippenlijst

BegripUitleg
25-hydroxyvitamine D, of 25(OH)DDe voorraadvorm van vitamine D die de lever maakt. Dit meet de standaardtest, omdat het de aanvoer over enkele weken weergeeft.
CalcidiolEen andere naam voor 25-hydroxyvitamine D. Sommige labuitslagen gebruiken dit woord.
CalcitriolDe actieve vorm van vitamine D, gemaakt door de nieren. Die wordt alleen in bepaalde situaties gemeten, niet bij een gewone controle.
Colecalciferol en ergocalciferolVitamine D3 en vitamine D2. D3 wordt in de huid gemaakt en zit in dierlijke producten; D2 komt uit planten en schimmels en sommige voorgeschreven middelen.
MalabsorptieEen verminderd vermogen van de darm om voedingsstoffen op te nemen, bijvoorbeeld bij coeliakie, de ziekte van Crohn en na een maagverkleining.
OsteomalacieBotverweking bij volwassenen door een langdurig tekort aan vitamine D of mineralen. Bij kinderen heet dat rachitis (Engelse ziekte).
Bijschildklierhormoon (PTH)Een hormoon dat het calcium in het bloed verhoogt, deels door het uit het bot te halen. Het stijgt vaak als vitamine D lang laag is.
HypercalciëmieEen calcium in het bloed boven de referentiewaarden. Dit is de belangrijkste manier waarop te veel vitamine D schade doet.
ReferentiewaardenDe waarden die een laboratorium bij zijn eigen methode als verwacht ziet. Ze staan naast je uitslag en kunnen per laboratorium verschillen.
Microgram (µg) en internationale eenheid (IE)De eenheden voor vitamine D-doses op een etiket. 10 microgram is 400 IE.

Veelgestelde vragen

Hoe heet de vitamine D-test op een labuitslag?

Zoek naar 25-hydroxyvitamine D, vitamine D (25-OH), 25(OH)D of calcidiol. Ze verwijzen allemaal naar dezelfde meting. Sommige uitslagen splitsen het totaal in D2 en D3; dat laat alleen zien hoeveel uit plantaardige of voorgeschreven bronnen kwam en hoeveel uit zonlicht en dierlijke producten. Het totaal is het getal dat wordt gelezen. Een regel met 1,25-dihydroxyvitamine D is een andere, veel zeldzamere test.

Zit vitamine D in het gewone bloedbeeld?

Nee. Het bloedbeeld kijkt naar rode en witte bloedcellen en bloedplaatjes, en een gewoon chemisch onderzoek kijkt naar zouten, glucose en nierwaarden. Geen van beide bevat vitamine D. Het moet apart worden aangevraagd. Daarom zijn mensen soms verrast als er geen vitamine D op hun uitslag staat.

Kun je een vitamine D-tekort vaststellen zonder bloedtest?

Niet betrouwbaar. Klachten zoals moeheid, somberheid of pijnlijke spieren passen bij tientallen andere aandoeningen; volgens Thuisarts komen moe zijn en depressie niet door een vitamine D-tekort. Veel mensen met een echt lage waarde hebben helemaal geen klachten. Wel kun je zelf nagaan of je bij een groep hoort die volgens het Voedingscentrum extra vitamine D nodig heeft, en dan het advies volgen. Alleen een bloedmeting geeft een echte waarde.

Hoe lang duurt het om een lage vitamine D-waarde te verhogen?

De waarde beweegt langzaam. Met een vaste dagelijkse dosis duurt een duidelijke verandering meestal twee tot drie maanden; eerder opnieuw meten helpt daarom zelden. Lichaamsgewicht, de dosis, hoe goed je darm vet opneemt en of je de dosis bij een maaltijd neemt, beïnvloeden allemaal het tempo.

Veroorzaakt zonnebrandcrème een vitamine D-tekort?

Bij gewoon gebruik is het effect van zonnebrandcrème beperkt. Onderzoek naar gebruik in het dagelijks leven laat zien dat mensen minder smeren dan bij laboratoriumtesten en plekken overslaan, zodat er nog steeds aanmaak is. Gewoonten die licht helemaal tegenhouden, zoals binnen blijven, je huid helemaal bedekken of in de winter weinig buiten komen, wegen veel zwaarder. Verbranden moet je volgens Thuisarts wel altijd voorkomen.

Waar zit veel vitamine D in?

Vitamine D zit vooral in vette vis zoals forel en zalm, en in kleinere hoeveelheden in eieren, rundvlees en kaas. In Nederland wordt het ook toegevoegd aan margarine, halvarine, sommige bak- en braadvetten en flesvoeding voor baby’s. Fruit bevat vrijwel geen vitamine D. Voeding levert volgens Thuisarts maar een klein deel van wat je nodig hebt; het grootste deel komt van zonlicht.

Kun je te veel vitamine D binnenkrijgen via eten of zon?

Praktisch niet. De aanmaak in de huid stopt zodra er genoeg is gemaakt, en voedingsbronnen zijn te bescheiden om schadelijke waarden te bereiken. Bijna elk beschreven geval van vergiftiging met vitamine D komt door hoog gedoseerde supplementen die lang werden gebruikt, of door een fout bij het maken of etiketteren. Slik volgens Thuisarts niet meer pillen dan op de verpakking staat, tenzij je arts dat adviseert.

Bronnen

  • Nederlands Huisartsen Genootschap — Heb ik extra vitamine D nodig? — Thuisarts.nl, 2026 (thuisarts.nl)
  • Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde (NVKC) — Vitamine D — Alles over testen, geraadpleegd 2026 (allesovertesten.nl)
  • Voedingscentrum — Vitamine D — Encyclopedie Voedingscentrum, geraadpleegd 2026 (voedingscentrum.nl)
  • Office of Dietary Supplements, National Institutes of Health — Vitamin D: Fact Sheet for Health Professionals — NIH, updated 2026 (ods.od.nih.gov)
  • MedlinePlus, National Library of Medicine — Vitamin D Test — MedlinePlus Medical Test, reviewed 2025 (medlineplus.gov)
  • Cleveland Clinic — Vitamin D Deficiency — Cleveland Clinic Health Library, 2025 (my.clevelandclinic.org)
  • Demay MB, Pittas AG, Bikle DD, et al. — Vitamin D for the Prevention of Disease: An Endocrine Society Clinical Practice Guideline — The Journal of Clinical Endocrinology and Metabolism, 2024 (doi.org/10.1210/clinem/dgae290)
  • Massé O, Mercurio CM, Dupuis S, et al. — Calcium, vitamin D, or combined supplementation to prevent fractures and falls: systematic review and meta-analysis — BMJ, 2026 — doi.org/10.1136/bmj-2025 (doi.org/10.1136/bmj-2025-088050)
  • de Souza MM, Moraes Dantas RL, Leão Durães V, et al. — Vitamin D Supplementation and the Incidence of Fractures in the Elderly Healthy Population: A Meta-analysis of Randomized Controlled Trials — Journal of General Internal Medicine, 2024 — doi.org/10.1007/s11606-024-08933 (doi.org/10.1007/s11606-024-08933-1)

Verder lezen

Begrijp je labuitslag met BloodSense

Een vitamine D-waarde zegt veel meer als hij naast je calcium, fosfaat, bijschildklierhormoon en nierwaarden staat. BloodSense leest je labuitslag als geheel en legt in gewone taal uit wat elke regel zegt en hoe de getallen met elkaar samenhangen. Het helpt je je resultaten te begrijpen en betere vragen voor te bereiden voor je volgende afspraak; het stelt geen diagnose en vervangt je huisarts niet.

Upload je labuitslag en ontvang je rapport binnen enkele minuten