Klachten aan je borst zijn voor de meeste mensen de reden om antwoorden te gaan zoeken. Het eerlijke beginpunt is dat de meeste veranderingen aan een borst goedaardig blijken te zijn. Een nieuw knobbeltje is veel vaker een cyste of een stukje vast bindweefsel dan kanker. Tegelijk verdient een nieuw knobbeltje een goede controle in plaats van afwachten, omdat borstkanker die vroeg wordt ontdekt veel beter te behandelen is. Beide helften van die zin zijn waar, en ze samen vasthouden is de rustigste manier om over je eigen borsten na te denken.

Borstkanker is de meest voorkomende kanker bij vrouwen. Volgens KWF krijgen in Nederland elk jaar ongeveer 17.300 mensen borstkanker, inclusief ongeveer 1.900 mensen met een mogelijk voorstadium. Volgens het RIVM krijgt 1 op de 7 vrouwen in Nederland borstkanker. In dit artikel lees je welke veranderingen aan je borst belangrijk zijn, hoe het bevolkingsonderzoek in Nederland werkt, wat dicht borstweefsel betekent, hoe de diagnose wordt gesteld, en waarom geen enkele bloedtest borstkanker opspoort.

Wat is borstkanker en hoe begint het?

Borstweefsel is opgebouwd rond twee structuren: de melkklieren (lobjes), die melk maken, en de melkgangen, die de melk naar de tepel brengen. Borstkanker begint als cellen in de wand van een van die structuren zich gaan delen zonder de normale stopsignalen. De medische naam is mammacarcinoom. Volgens KWF begint de meest voorkomende soort in de melkgangen (ductaal). Een kleiner deel is lobulair: dat groeit meer in slierten dan als een stevig bolletje, en kan daardoor moeilijker te voelen en te zien zijn op een borstfoto.

Wat is het voorstadium van borstkanker? In situ tegenover invasief

Pathologen maken onderscheid tussen kanker die binnen de melkgang of het lobje blijft en kanker die door de wand is gegroeid naar het weefsel eromheen. Ductaal carcinoom in situ (DCIS) is niet doorgegroeid en kan zich niet verspreiden zolang het in die toestand blijft. KWF noemt DCIS een mogelijk voorstadium van borstkanker: het kan borstkanker worden, en daarom krijgen deze mensen wel een behandeling. Dat is meestal een operatie en soms bestraling, en geen chemotherapie. Invasieve borstkanker is wel door die grens gegaan en kan lymfeklieren of organen verder weg bereiken. Dat onderscheid bepaalt het grootste deel van wat er daarna gebeurt.

Waarom het soort net zo belangrijk is als de grootte

Twee tumoren van precies dezelfde grootte kunnen zich heel anders gedragen, afhankelijk van welke eiwitten hun cellen dragen. Die biologie, die verderop in dit artikel aan bod komt, is de reden dat twee mensen met hetzelfde stadium heel verschillende medicijnen kunnen krijgen.

Wat zijn de eerste tekenen van borstkanker?

De meeste knobbels in de borst komen door aandoeningen die geen kanker zijn, zoals goedaardige veranderingen in het klierweefsel en cysten. KWF schrijft ook dat veranderingen aan je borst, tepel of oksel door kanker kunnen komen, maar dat het vaak om een goedaardige aandoening gaat. De alarmsignalen kennen gaat niet over jezelf een diagnose geven. Het gaat erom dat je weet wanneer je een afspraak maakt.

Knobbels, verdikkingen en zwelling

Volgens KWF is het meest voorkomende symptoom een knobbeltje in je borst: een verdikking of verharding die anders aanvoelt dan de bobbeligheid die je normaal voelt. Ook een zwelling of knobbeltje in de oksel telt mee. Kwaadaardige knobbels zijn vaak stevig, zitten vast en doen geen pijn, maar dat is een neiging en geen regel: sommige zijn gevoelig en sommige bewegen. Een groter gebied dat dikker aanvoelt zonder duidelijk knobbeltje telt ook, vooral als het aan één kant zit en niet meegaat met je cyclus.

Veranderingen aan huid, tepel en vorm

Verschillende belangrijke tekenen hebben niets te maken met het voelen van een knobbel. KWF noemt onder meer:

  • deukjes of kuiltjes in de huid;
  • een wondje dat niet geneest;
  • een verdikte huid met putjes, als een soort sinaasappelschil;
  • een borst die warm aanvoelt en rood ziet;
  • vrij plotselinge veranderingen in vorm en grootte van de borst;
  • een ingetrokken tepel;
  • vocht uit de tepel: bloederig, groen, waterig of melkachtig;
  • zwelling, roodheid, huidschilfertjes of een soort eczeem op de tepel of het tepelhof.

Deze tekenen zie je eerder dan dat je ze voelt. Daarom worden ze vaak eerst in de spiegel opgemerkt.

Inflammatoire borstkanker ziet er anders uit

Inflammatoire borstkanker komt weinig voor, maar gedraagt zich anders dan de rest en geeft meestal geen los knobbeltje. De borst wordt in enkele weken rood, gezwollen, warm en zwaar, en de huid kan putjes krijgen zoals een sinaasappelschil. In het begin wordt het vaak aangezien voor een borstontsteking. Thuisarts noemt dit ook als reden voor onderzoek in het ziekenhuis: je borst is rood en warm en doet pijn, je geeft geen borstvoeding en bent niet zwanger, en antibiotica hebben niet geholpen. De praktische regel is dus eenvoudig: gaat een vermoedelijke ontsteking na een korte kuur niet duidelijk over, dan is beeldvorming en een specialist nodig, geen tweede kuur.

Wanneer ga je naar de huisarts?

  • Een nieuw knobbeltje of een stevige plek die er na een hele menstruatiecyclus nog is, of elk nieuw knobbeltje na de overgang.
  • Deukjes, intrekking van de huid, roodheid die blijft, schilfers of een sinaasappelhuid op één borst.
  • Een tepel die nieuw naar binnen trekt, of vocht uit de tepel dat bruin of bloederig is, of na de overgang elk vocht, ook helder of wit.
  • Een borst die rood, gezwollen en warm wordt en niet binnen een week of twee rustiger wordt na behandeling voor een vermoedelijke ontsteking.
  • Een knobbel in je oksel of boven je sleutelbeen die niet weggaat.
  • Elke verandering waar je je zorgen over maakt, ook als die niet in deze lijst staat.

Het RIVM is duidelijk: heb je klachten of veranderingen aan een borst, ga dan altijd naar je huisarts. Wacht niet op de uitnodiging voor het bevolkingsonderzoek. De huisarts voelt aan je borsten en oksels. Weet de huisarts niet zeker of het goedaardig is, dan word je doorgestuurd naar het ziekenhuis, meestal naar de polikliniek voor borstonderzoek: de mammapoli.

Wat verhoogt de kans op borstkanker?

KWF schrijft dat de precieze oorzaak van borstkanker niet bekend is, maar dat een aantal dingen de kans groter maakt.

Factoren die je niet kunt veranderen

Vrouw zijn en ouder worden zijn de twee grootste factoren; borstkanker komt volgens het RIVM het meest voor bij vrouwen boven de 50. Een eerstegraads familielid met borst- of eierstokkanker verhoogt de kans, net als erfelijke afwijkingen in genen zoals BRCA1 en BRCA2. Volgens KWF krijgt ongeveer 5 tot 10% van de vrouwen met borstkanker de ziekte door een erfelijke aanleg. Komt borstkanker vaker voor in één familie, dan is dat meestal toeval, omdat borstkanker veel voorkomt. Een vroege eerste menstruatie, een late overgang, niet zwanger geweest zijn of een eerste kind na je 35e verlengen de tijd dat je lichaam de hormonen oestrogeen en progesteron maakt. Ook eerdere bestraling op de borst en dicht borstklierweefsel verhogen de kans. Dicht weefsel maakt een borstfoto bovendien moeilijker te beoordelen.

Factoren waar je invloed op hebt

Alcohol hangt steeds samen met borstkanker: hoe meer je drinkt, hoe hoger de kans. Volgens KWF wordt het iets hogere risico van roken nog hoger in combinatie met alcohol. Overgewicht na de overgang verhoogt de kans, omdat vetweefsel oestrogeen kan maken. Hormoonpillen tegen overgangsklachten en de pil of andere hormonale anticonceptie geven een iets grotere kans zolang je ze gebruikt. Regelmatig bewegen en borstvoeding geven hangen samen met een kleinere kans. Geen van deze factoren garandeert iets in één mensenleven. Daarom staat leefstijl naast het bevolkingsonderzoek, en niet in plaats daarvan. Bij vragen over hormonen hoort soms een bloedtest voor estradiol.

Afwijkingen met een hoger risico in een biopt

Soms laat een biopt geen kanker zien, maar wel atypische ductale hyperplasie, atypische lobulaire hyperplasie of lobulair carcinoom in situ. Dit zijn geen kankers, maar ze laten zien dat de borst later vaker kanker kan krijgen. Meestal leidt dit tot een persoonlijk plan voor controles, niet tot behandeling.

Bevolkingsonderzoek borstkanker, dicht borstweefsel en extra onderzoek

Het bevolkingsonderzoek in Nederland

Alle vrouwen van 50 tot en met 75 jaar krijgen een uitnodiging voor het bevolkingsonderzoek borstkanker. Bevolkingsonderzoek Nederland voert het uit in opdracht van de overheid. Volgens het RIVM krijg je in principe elke 2 jaar een uitnodiging, maar door personeelstekort kan er op dit moment tot ongeveer 3 jaar tussen 2 uitnodigingen zitten. Het onderzoek vindt meestal plaats in een mobiel onderzoekscentrum, een bus bij jou in de buurt. Een speciaal opgeleide medewerker maakt 2 röntgenfoto’s van elke borst (een mammografie). Daarna bekijken 2 artsen de foto’s, en binnen 2 weken krijg je de uitslag. Is er iets te zien, dan krijgt ook je huisarts de uitslag en word je via de huisarts doorverwezen naar het ziekenhuis. Je beslist zelf of je meedoet; het bevolkingsonderzoek heeft voordelen en ook nadelen.

Ter vergelijking: in de Verenigde Staten adviseert de US Preventive Services Task Force sinds 2024 een mammografie elke twee jaar vanaf 40 jaar tot en met 74 jaar voor vrouwen met een gemiddeld risico. Volgens diezelfde richtlijn is het bewijs onvoldoende om voor- en nadelen af te wegen vanaf 75 jaar, en ook onvoldoende om extra echo’s of MRI aan te raden als de mammografie goed is maar het borstweefsel dicht is. Heb je een grotere kans op borstkanker, bijvoorbeeld door erfelijkheid? Dan krijg je volgens Thuisarts extra borstonderzoek, buiten het bevolkingsonderzoek om.

Dicht borstweefsel

Dichte borsten bevatten verhoudingsgewijs meer klierweefsel en bindweefsel en minder vet. Dichtheid kun je niet voelen; het is een beschrijving van de radioloog op een schaal met vier niveaus. Het telt om twee redenen. Dicht weefsel is wit op een borstfoto, net als de meeste tumoren, waardoor een tumor minder goed opvalt. En dichtheid zelf geeft een iets hogere kans op borstkanker. In de Verenigde Staten moet sinds september 2024 in elke uitslag in gewone taal staan of het borstweefsel dicht is. Een bericht dat je weefsel dicht is, is informatie voor een gesprek, geen diagnose.

Extra beeldvorming, eerlijk bekeken

Een extra echo of MRI na een goede borstfoto vindt bij dichte borsten wel extra kankers. Maar het geeft ook meer vals alarm, meer biopten van goedaardige afwijkingen en meer zorgen, en het is nog niet bewezen dat er daardoor minder mensen overlijden. Daarom geven landelijke organisaties geen algemeen advies, terwijl een specialist het wel kan aanraden bij iemand met veel borstkanker in de familie of een bekende erfelijke afwijking.

Moet je zelf je borsten onderzoeken?

Het is goed om te weten hoe je borsten normaal voelen en eruitzien, zodat je een verandering opmerkt. Maar volgens Thuisarts denken artsen dat vast elke maand je borsten onderzoeken geen voordeel heeft voor de kans om te genezen of voor hoe lang je leeft, als je geen borstkanker hebt gehad. Vaak controleren kan wel nadelen hebben: je maakt je steeds zorgen, of je krijgt onderzoeken die niet nodig zijn. KWF zegt hetzelfde: er is geen wetenschappelijk bewijs voor hoe vaak je het moet doen. Heb je wel borstkanker gehad, dan is het volgens Thuisarts goed om je borsten en oksels zelf te onderzoeken; je arts of verpleegkundige vertelt hoe vaak.

Hoe wordt borstkanker vastgesteld?

Eerst beeldvorming, dan weefsel

Het onderzoek volgt drie stappen: lichamelijk onderzoek, beeldvorming die past bij je leeftijd en situatie, en een biopt als de beelden niet duidelijk goedaardig zijn. Volgens Thuisarts krijg je op de mammapoli 1 of meer van deze onderzoeken: borstfoto’s (mammogram), een echo van je borst, een punctie (een prik om cellen en vocht uit je borst te halen), een biopsie (een prik om een klein stukje weefsel weg te halen) of een MRI. Als er meer onderzoeken nodig zijn, krijg je die zoveel mogelijk op één dag. Een echo maakt onderscheid tussen een cyste en een vaste knobbel. Een MRI beantwoordt specifieke vragen, zoals hoe groot het gebied is. Bij een biopsie worden onder plaatselijke verdoving kleine staafjes weefsel weggehaald. Alleen de patholoog die ze onderzoekt, kan kanker bevestigen of uitsluiten.

De periode voor en tijdens de onderzoeken kan spannend zijn. Thuisarts raadt aan om erover te praten met iemand die je goed kent, zoals een partner, familielid of goede vriend.

Wat bloedtests wel en niet doen

Hier zorgt een hardnekkig misverstand voor echte schade. Geen enkele bloedtest spoort borstkanker op, en geen enkele bloedtest stelt de diagnose. Tumormarkers zoals CA 15-3 en CEA kunnen stijgen als er veel kanker in het lichaam is, maar ze zijn vaak normaal bij een vroeg stadium en vaak verhoogd bij goedaardige aandoeningen. Ze kunnen dus geen kanker vinden bij iemand zonder diagnose. Hun vaste rol is het volgen van bekende, vergevorderde ziekte, samen met scans. Mensen die al onder controle zijn, bekijken soms een uitslag van de tumormarker CA 15-3, en oncologen volgen in dezelfde situatie soms een uitslag van de tumormarker CEA.

BloedtestWaar hij echt voor wordt gebruiktKan hij borstkanker opsporen?
CA 15-3Het effect van behandeling volgen bij bekende, vergevorderde borstkankerNee, en hij wordt niet gebruikt voor opsporing of diagnose
CEAEen extra marker bij sommige vergevorderde kankers, ook borstkankerNee, hij is niet specifiek en niet gevoelig genoeg
Volledig bloedbeeldControleren of bloedcellen veilig herstellen tussen behandelrondesNee, hij laat alleen de algemene gezondheid van het bloed zien
Lever- en botwaardenAanleiding voor extra scans als klachten op uitzaaiing wijzenNee, afwijkende uitslagen hebben veel goedaardige oorzaken
DNA-onderzoek naar BRCA1 en BRCA2Erfelijke kans inschatten en preventie of behandeling sturenNee, het meet aanleg, niet of er een tumor is

Gewone bloedwaarden spelen een ondersteunende rol als de diagnose al bekend is. Bij botpijn kan een arts eerst de alkalische fosfatase meten voordat er een scan komt, en bij het bepalen van het stadium hoort soms een meting van LDH. Geen van beide bewijst op zichzelf iets.

Receptoren, genen en hoe ze de behandeling bepalen

ER, PR en HER2

Elke invasieve borstkanker wordt getest op drie kenmerken van de tumorcellen zelf. De oestrogeenreceptor en de progesteronreceptor laten zien of de kanker groeit op hormonen. Ongeveer twee derde is hormoongevoelig en kan behandeld worden met medicijnen die oestrogeen blokkeren of de aanmaak ervan verlagen. HER2 is een eiwit dat groei stimuleert en bij een kleiner deel van de tumoren in grote hoeveelheid aanwezig is. Die kankers reageren op medicijnen op basis van antistoffen die zich op HER2 richten. Ontbreken alle drie, dan heet de kanker triple-negatief. Er zijn dan minder medicijnen mogelijk, maar wel nog steeds opties.

Genentests op de tumor

Bij veel hormoongevoelige, HER2-negatieve borstkankers in een vroeg stadium kan een laboratorium de activiteit van een groep genen in de tumor meten. Dat geeft een score voor de kans dat de kanker terugkomt, en voor hoeveel chemotherapie toevoegt bovenop hormoontherapie. Door deze tests kunnen veel vrouwen veilig chemotherapie overslaan die ze vroeger automatisch zouden krijgen.

BRCA1, BRCA2 en erfelijkheidsadvies

Erfelijke afwijkingen in BRCA1 en BRCA2 verhogen de kans op borst- en eierstokkanker in je leven sterk. Genen zoals PALB2, ATM en CHEK2 geven een kleinere verhoging. Je kunt DNA-onderzoek krijgen op basis van je eigen ziektegeschiedenis en die van je familie, en dat gaat meestal samen met erfelijkheidsadvies. Een uitslag verandert namelijk de controles, de mogelijkheden voor preventie en soms de keuze van medicijnen, voor de hele familie. Families met een BRCA-afwijking doen er goed aan ook de klachten en risico’s van eierstokkanker te kennen.

De behandeling van borstkanker nu

Meestal krijg je bij borstkanker volgens Thuisarts meerdere behandelingen tegelijk of na elkaar. Je bespreekt met de arts welke behandeling het beste bij je situatie past.

Plaatselijke behandeling

Een operatie haalt de tumor weg: met een borstsparende operatie, waarbij je een deel van je borst houdt, of met een amputatie van de hele borst. Met een schildwachtklierprocedure worden de eerste lymfeklieren onderzocht waar de borst op afvoert. Een borstsparende operatie met daarna bestraling geeft bij de meeste geschikte kankers dezelfde overleving als het weghalen van de hele borst. De keuze gaat dus meestal over de bouw van je borst en je eigen voorkeur. Bestralingsseries zijn ook korter geworden.

Behandeling in het hele lichaam, per soort

Hormoongevoelige borstkanker wordt vijf jaar of langer behandeld met hormoontherapie, met tamoxifen of een aromataseremmer, en bij een hoger risico steeds vaker samen met gerichte medicijnen. HER2-positieve borstkanker wordt behandeld met antistoffen tegen HER2 en soms met antistof-medicijncombinaties die chemotherapie direct naar de tumor brengen. Triple-negatieve borstkanker wordt vooral behandeld met chemotherapie, vaak vóór de operatie, met immunotherapie voor veel patiënten en PARP-remmers voor mensen met een BRCA-afwijking. Gezwollen lymfeklieren hebben veel oorzaken. Bij een ongewoon patroon denken artsen ook aan lymfeklierkanker en andere aandoeningen van de lymfeklieren.

Bloedonderzoek tijdens en na de behandeling

Bloedtests tijdens de behandeling controleren je veiligheid, niet de kanker. Voor elke chemokuur controleert je team een volledig bloedbeeld, om te zien of witte bloedcellen, rode bloedcellen en bloedplaatjes zijn hersteld. Ben je halverwege een kuur erg moe, dan meet het team vaak opnieuw je hemoglobine (Hb). Voordat een uitgestelde kuur weer start, kijken ze nog eens naar het aantal bloedplaatjes. Controles na een behandeling die gericht was op genezing, rusten op klachten en een jaarlijkse borstfoto, niet op vaste tumormarkers of scans.

Nieuwste wetenschappelijke inzichten

De afgelopen drie jaar brachten concrete veranderingen, geen enkele grote doorbraak. Dit is wat het onderzoek zegt en wat het in de praktijk betekent.

In de Verenigde Staten begint screening nu bij 40 jaar

De US Preventive Services Task Force bekeek het bewijs opnieuw en verschoof de aanbevolen startleeftijd van 50 naar 40 jaar, met een mammografie elke twee jaar tot en met 74 jaar. De richtlijn zegt ook duidelijk dat het bewijs nog niet sterk genoeg is om extra beeldvorming bij dichte borsten aan te raden of af te raden, of om screening na je 75e aan te raden. Wat dit voor jou betekent: in Nederland begint het bevolkingsonderzoek bij 50 jaar. Ben je jonger en maak je je zorgen, bijvoorbeeld door borstkanker in je familie, bespreek dat dan met je huisarts.

Kunstmatige intelligentie die meekijkt met radiologen

Een grote Zweedse gerandomiseerde studie, een studie waarin het toeval bepaalt wie welke aanpak krijgt en dus de eerlijkste manier om te vergelijken, liet bij de helft van de vrouwen de borstfoto’s beoordelen met hulp van kunstmatige intelligentie (AI) en bij de andere helft op de gewone manier door twee radiologen. In de AI-groep werden ongeveer een kwart meer kankers gevonden, zonder dat meer vrouwen onnodig werden teruggeroepen, en het leeswerk nam met bijna de helft af. Wat dit voor jou betekent: ondersteuning door software wordt een realistische manier om meer kankers vroeger te vinden zonder extra vals alarm, al is het nog geen standaard.

AI gebruiken om te kiezen wie baat heeft bij een extra MRI

Een andere gerandomiseerde studie gebruikte een AI-score op een borstfoto die al goed was, om een kleine groep vrouwen te kiezen voor een extra MRI. Die aanpak vond ongeveer vier keer zoveel kankers per uitgevoerde MRI als kiezen op basis van alleen de dichtheid van de borst. Wat dit voor jou betekent: extra beeldvorming wordt waarschijnlijk gerichter, in plaats van voor iedereen met dichte borsten. Dit is nog voorlopig en verandert het huidige advies niet.

Goedaardige biopten die toch controle nodig hebben

Een gepoolde analyse van zeventig studies, met samen meer dan zevenenveertigduizend mensen, keek naar wat er gebeurt nadat een biopt atypische hyperplasie of lobulair carcinoom in situ laat zien: afwijkende cellen, maar geen kanker. De kans op latere borstkanker bleef minstens tien jaar verhoogd, ongeveer 1 op 8 tot 1 op 6 in die periode, afhankelijk van de afwijking. Wat dit voor jou betekent: een atypisch biopt in plaats van kanker is echt goed nieuws, en ook een reden om de controles te houden die je krijgt aangeboden.

Bloedtests die bekende kanker volgen

Onderzoekers verfijnen superfijne tests die zoeken naar kleine stukjes tumor-DNA in het bloed. Bij mensen die al behandeld waren voor borstkanker in een vroeg stadium, gaven deze tests een signaal dat de kanker terugkwam gemiddeld (mediaan) ongeveer vijftien maanden voordat het in de kliniek zichtbaar werd. Iedereen bij wie de test negatief bleef, bleef tijdens de controleperiode vrij van terugkeer. Wat dit voor jou betekent: dit is een hulpmiddel in onderzoek voor mensen die al een diagnose hebben, geen screeningstest. Niemand weet nog of handelen op een vroeg signaal de overleving verbetert. Het laat het bredere punt zien: bij borstkanker volgt bloedonderzoek bekende ziekte, het vindt die niet.

Woordenlijst

BegripUitleg
Biopsie (biopt)Het weghalen van een klein stukje weefsel zodat een patholoog de cellen kan onderzoeken. Het is de enige manier om kanker te bevestigen of uit te sluiten.
Ductaal carcinoom in situ (DCIS)Afwijkende cellen die binnen een melkgang blijven. Zolang ze daar blijven, kunnen ze zich niet verspreiden; daarom is de behandeling meestal plaatselijk.
Invasieve borstkankerKanker die door de wand van een melkgang of lobje is gegroeid naar het borstweefsel eromheen en lymfeklieren kan bereiken.
HormoonreceptorstatusOf tumorcellen oestrogeenreceptoren (ER) of progesteronreceptoren (PR) hebben. Een positieve uitslag maakt behandeling met hormoonremmers mogelijk.
HER2Een eiwit dat groei aanjaagt als het in grote hoeveelheid aanwezig is. HER2-positieve kankers reageren op medicijnen op basis van antistoffen.
Triple-negatieve borstkankerKanker zonder oestrogeenreceptoren, zonder progesteronreceptoren en zonder te veel HER2. Deze wordt vooral behandeld met chemotherapie en immunotherapie.
Dichtheid van de borstDe beschrijving van de radioloog, op vier niveaus, van hoeveel klier- en bindweefsel een borst bevat. Dicht weefsel maakt borstfoto’s moeilijker te beoordelen.
Inflammatoire borstkankerEen zeldzame vorm waarbij de borst in enkele weken rood, gezwollen en warm wordt, meestal zonder duidelijk knobbeltje.
SchildwachtklierDe eerste lymfeklier of -klieren waar de borst op afvoert. Door die te onderzoeken zie je of de kanker zich begint te verspreiden, zonder alle klieren weg te halen.
TumormarkerEen stof in het bloed die bij bepaalde kankers kan stijgen. Bij borstkanker volgen deze markers bekende ziekte; ze sporen die niet op.
MammapoliDe polikliniek voor borstonderzoek in het ziekenhuis, waar je onderzoeken zoveel mogelijk op één dag krijgt.

Veelgestelde vragen

Wat zijn 4 vroege signalen van borstkanker?

Vier tekenen die vaak als eerste opvallen: een nieuw knobbeltje of een verharding in je borst of oksel, deukjes of kuiltjes in de huid, een tepel die nieuw naar binnen trekt, en vocht uit de tepel (vooral bruin of bloederig) of schilfers op of rond de tepel. Ook een plotselinge verandering in vorm of grootte van één borst, of een rode, warme borst met sinaasappelhuid, hoort erbij. Zie of voel je zoiets, ga dan naar je huisarts. Meestal is het goedaardig, maar alleen onderzoek kan dat zeker zeggen.

Wat is de overlevingskans bij borstkanker?

Volgens KWF is de 5-jaarsoverleving van borstkanker in Nederland flink verbeterd: van 52% in 1955 naar 89% nu. Dat betekent dat 89 van de 100 mensen vijf jaar na de diagnose nog leven. Het is een gemiddelde over iedereen. Je eigen kans hangt sterk af van het stadium bij de diagnose, het soort borstkanker (hormoongevoelig, HER2-positief of triple-negatief), je leeftijd en je gezondheid. Borstkanker die vroeg ontdekt wordt, is meestal beter te behandelen, vaak ook met een minder ingrijpende behandeling. Vraag je behandelend arts wat de cijfers voor jouw situatie betekenen.

Welke borstkanker heeft de slechtste prognose?

Gemiddeld hebben triple-negatieve borstkanker en inflammatoire borstkanker een minder gunstig vooruitzicht, omdat ze vaak sneller groeien en er minder gerichte medicijnen voor zijn. Ook borstkanker die bij de diagnose al is uitgezaaid naar andere organen (stadium 4) is moeilijker te genezen; de behandeling richt zich dan vaak op het remmen van de ziekte en zo goed mogelijk leven. Het blijven gemiddelden. Ook bij deze soorten zijn de behandelingen de laatste jaren verbeterd, bijvoorbeeld met immunotherapie bij triple-negatieve borstkanker.

Waar zaait borstkanker het snelst naar uit?

Borstkanker verspreidt zich meestal eerst naar de lymfeklieren in de oksel. Op afstand zijn de botten de plek waar borstkanker het vaakst naartoe uitzaait. Ook de lever, de longen en de hersenen kunnen worden bereikt. Botpijn die niet weggaat, aanhoudende kortademigheid of hoesten, of nieuwe hoofdpijn en uitvalsverschijnselen na borstkanker zijn redenen om je arts te bellen. Thuisarts heeft aparte informatie over uitzaaiingen van borstkanker en over onderzoek naar uitzaaiingen in de hersenen.

Kan borstkanker ontstaan zonder knobbeltje?

Ja. Een belangrijk deel van de borstkankers wordt gevonden door deukjes in de huid, een tepel die nieuw naar binnen trekt, vocht uit één tepel, schilfers rond de tepel die blijven, of een verandering in de vorm van één borst. Vooral inflammatoire borstkanker geeft meestal geen knobbeltje, maar wel roodheid, zwelling en warmte in een paar weken. Kankers die bij het bevolkingsonderzoek worden gevonden, zijn bovendien vaak te klein om te voelen. Daarom tellen zowel het bevolkingsonderzoek als goed kijken naar je borsten, en is een verandering die je ziet een afspraak waard, ook als je niets voelt.

Kan een bloedtest zeggen of ik borstkanker heb?

Nee. Er is geen bloedtest die borstkanker opspoort of vaststelt. Markers zoals CA 15-3 en CEA worden gebruikt om ziekte te volgen waarvan al bekend is dat die vergevorderd is. Bij een vroeg stadium zijn ze onbetrouwbaar: een normale uitslag stelt je niet gerust, en een verhoogde uitslag komt meestal door iets goedaardigs. DNA-onderzoek naar BRCA1 en BRCA2 meet erfelijke aanleg, niet of er een tumor is. Voor de diagnose zijn beeldvorming en een biopt nodig. Bloedonderzoek heeft wel een echte rol als de behandeling begint, vooral om te controleren of je lichaam die veilig verdraagt.

Kunnen mannen borstkanker krijgen?

Ja, al komt het weinig voor: volgens KWF krijgen in Nederland jaarlijks ongeveer 160 mannen borstkanker. Mannen hebben borstweefsel achter de tepel, en dezelfde soorten cellen kunnen kanker worden. Meestal gaat het om een stevig, pijnloos knobbeltje onder of vlak bij de tepel, soms met een ingetrokken tepel of vocht. Omdat mannen niet worden gescreend en de diagnose vaak niet verwachten, wordt het vaak later gevonden. Volgens KWF heeft ongeveer 10% van de mannen met borstkanker een erfelijke aanleg; een BRCA2-afwijking verhoogt de kans duidelijk. Elk nieuw knobbeltje in de borst van een man moet worden onderzocht en niet afgewacht.

Betekent pijn in de borst meestal kanker?

Meestal niet. Pijn in de borst komt heel vaak voor en heeft veel vaker te maken met de hormonale cyclus, goedaardige veranderingen in het klierweefsel, een cyste, een verrekte spier of een bh die niet goed past. De meeste borstkankers doen in een vroeg stadium geen pijn. Toch verdient pijn die nieuw is, blijft, op één plek aan één kant zit en niets met je cyclus te maken heeft een controle, vooral na de overgang of als er ook een zichtbare verandering aan huid of tepel is. Pijn alleen voorspelt weinig, in beide richtingen. Daarom geven onderzoek en beeldvorming het antwoord, niet gissen.

Wat betekenen de stadia van borstkanker?

Het stadium vat samen hoe ver een kanker zich heeft verspreid en loopt van stadium 0 tot stadium 4. Stadium 0 is in situ, nog binnen een melkgang. Stadium 1 tot 3 zijn invasieve kankers die groter zijn en meer lymfeklieren raken. Stadium 4 betekent dat de kanker organen verder weg heeft bereikt, zoals botten, lever of longen. Moderne stadiumindeling neemt ook de receptorstatus en de graad mee, zodat twee kankers van dezelfde grootte een ander stadium kunnen krijgen. Het stadium bepaalt hoe zwaar de behandeling is, maar het is geen voorspelling voor één persoon.

Hoe lang mag ik wachten voordat ik een nieuw knobbeltje laat controleren?

Ben je nog niet in de overgang en is het knobbeltje nieuw, dan is het redelijk om het een hele menstruatiecyclus aan te kijken, omdat veel goedaardige knobbeltjes veranderen of verdwijnen met de hormonen. Alles wat daarna nog blijft, laat je onderzoeken. Ben je na de overgang, of is het knobbeltje hard, zit het vast, groeit het, of zijn er ook veranderingen aan huid of tepel, wacht dan niet. De meeste afspraken in deze situatie eindigen met geruststelling, en de kleine groep waarbij dat niet zo is, is precies de groep waarbij eerder handelen het meeste verschil maakt.

Bronnen

  • Centers for Disease Control and Prevention — Symptoms of Breast Cancer, 2026 — https://www.cdc.gov/breast (Engelstalig) — cdc.gov
  • MedlinePlus, US National Library of Medicine — Breast Cancer (Engelstalig) — medlineplus.gov
  • US Food and Drug Administration — Understanding Breast Density — https://www.fda.gov/consumers/womens-health-topics/understanding-breast (Engelstalig) — fda.gov
  • US Preventive Services Task Force, Nicholson WK et al. — Screening for Breast Cancer: US Preventive Services Task Force Recommendation Statement — JAMA, 2024 (Engelstalig) — doi.org/10.1001/jama.2024.5534
  • Hernström V, Josefsson V, Sartor H et al. — Screening performance and characteristics of breast cancer detected in the Mammography Screening with Artificial Intelligence trial (MASAI) — The Lancet Digital Health, 2025 — https://doi.org/10.1016/S2589-7500(24)00267 (Engelstalig) — doi.org/10.1016/S2589-7500(24)00267-X
  • Salim M, Liu Y, Sorkhei M et al. — AI-based selection of individuals for supplemental MRI in population-based breast cancer screening: the randomized ScreenTrustMRI trial — Nature Medicine, 2024 — https://doi.org/10.1038/s41591-024-03093 (Engelstalig) — doi.org/10.1038/s41591-024-03093-5
  • Baker J, Noguchi N, Marinovich ML et al. — Atypical ductal or lobular hyperplasia, lobular carcinoma in situ, flat epithelial atypia, and future risk of developing breast cancer: systematic review and meta-analysis — The Breast, 2024 (Engelstalig) — doi.org/10.1016/j.breast.2024.103807
  • Garcia-Murillas I, Abbott CW, Cutts RJ et al. — Whole genome sequencing-powered ctDNA sequencing for breast cancer detection — Annals of Oncology, 2025 (Engelstalig) — doi.org/10.1016/j.annonc.2025.01.021
  • KWF Kankerbestrijding — Borstkanker — KWF, 2026 — kwf.nl
  • RIVM — Bevolkingsonderzoek borstkanker — Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, 2026 — rivm.nl
  • Bevolkingsonderzoek Nederland — Bevolkingsonderzoek borstkanker — Bevolkingsonderzoek Nederland, 2026 — bevolkingsonderzoeknederland.nl
  • Thuisarts (NHG) — Borstkanker — Thuisarts.nl, 2026 — thuisarts.nl
  • Thuisarts (NHG) — Ik krijg onderzoek in het ziekenhuis om te weten of ik borstkanker heb — Thuisarts.nl, 2026 — thuisarts.nl
  • Thuisarts (NHG) — Ik wil zelf mijn borsten onderzoeken — Thuisarts.nl, 2026 — thuisarts.nl

Verder lezen

Begrijp je labuitslag met BloodSense

Borstkanker wordt vastgesteld met beeldvorming en een biopt, maar bloedonderzoek speelt er wel omheen: een volledig bloedbeeld voor elke chemokuur, lever- en botwaarden als een klacht uitleg nodig heeft, en tumormarkers zoals CA 15-3 of CEA als vergevorderde ziekte al wordt gevolgd. Die uitslagen staan vol getallen zonder uitleg. BloodSense leest je uitslagen van bloed, urine en ontlasting en legt in gewone taal uit wat elke waarde betekent en naar welke je arts waarschijnlijk kijkt. Je krijgt ook een lijst met vragen om aan je huisarts te stellen. Het helpt je je uitslag te begrijpen; het stelt geen diagnose en vervangt je huisarts of specialist niet.

Laat je labuitslag uitleggen met BloodSense

De informatie op deze pagina is bedoeld als uitleg en vervangt geen consult bij je huisarts of specialist. Het BloodSense-rapport wordt gemaakt door kunstmatige intelligentie, alleen ter informatie. Het is geen diagnose en geen behandeladvies.