Slapeloosheid (insomnie): symptomen, oorzaken en behandeling

Slapeloosheid, in het Engels insomnia en door artsen insomnie genoemd, is een veelvoorkomende slaapstoornis. Je hebt dan moeite om in slaap te vallen, door te slapen of uitgerust wakker te worden, terwijl je genoeg tijd en een goede plek hebt om te slapen. Bijna iedereen slaapt weleens een nacht slecht. Korte periodes van slapeloosheid door stress of een verandering in je ritme zijn normaal en gaan meestal vanzelf over. Bij sommige mensen blijft het patroon echter maandenlang bestaan. Ze zijn overdag moe, wazig en prikkelbaar. Het goede nieuws: slapeloosheid is goed bekend en goed te behandelen, meestal zelfs helemaal zonder slaappillen. In dit artikel lees je wat slapeloosheid is, welke symptomen erbij horen, wat de oorzaken zijn, hoe je huisarts het vaststelt, welke behandelingen er zijn en wat nieuw onderzoek laat zien.
Wat is slapeloosheid?
Slapeloosheid is moeite met inslapen, doorslapen of te vroeg wakker worden zonder weer in slaap te kunnen komen, terwijl je genoeg tijd en een geschikte omgeving hebt om te rusten. Artsen spreken van een stoornis als het ook overdag problemen geeft, zoals moeheid, somberheid, prikkelbaarheid of slecht kunnen concentreren. Kortdurende of acute slapeloosheid duurt een paar dagen tot een paar weken en komt vaak door een duidelijke aanleiding: stress, een ander werkrooster of een reis. Van chronische slapeloosheid is sprake als je minstens drie nachten per week slecht slaapt, drie maanden of langer, wat de aanleiding ook was.
Slapeloosheid is een van de meest voorkomende gezondheidsklachten. In de Verenigde Staten had volgens landelijk onderzoek 14,5 procent van de volwassenen op de meeste dagen moeite met inslapen en 17,8 procent moeite met doorslapen. Ongeveer 10 procent van de volwassenen heeft chronische slapeloosheid, en wereldwijd heeft ongeveer één op de drie volwassenen er af en toe last van. Vrouwen, volwassenen tussen 45 en 64 jaar en mensen met een lager inkomen of minder opleiding melden vaker slaapproblemen, maar iedereen kan op elke leeftijd slapeloosheid krijgen.
Belangrijk om te weten: normaal slapen heeft een ruimere marge dan veel mensen denken. Thuisarts legt uit dat de meeste volwassenen 7 tot 9 uur per nacht slapen, ouderen eerder 7 of 8 uur, en dat korter dan 7 uur voor sommige mensen ook normaal kan zijn. Inslapen duurt vaak 10 minuten, maar 30 minuten is ook normaal, en bij ouderen zelfs 60 minuten. Het is normaal om 3 of 4 keer per nacht kort wakker te worden. Je rust genoeg uit als je je overdag fit of redelijk fit voelt.
Is 5 uur slaap veel te weinig?
Voor de meeste volwassenen is 5 uur per nacht structureel te weinig, maar hoeveel slaap je nodig hebt, verschilt per persoon. Het gaat er vooral om hoe je je overdag voelt. Voel je je fit en kun je je dagelijkse dingen goed doen, dan is af en toe een korte nacht geen probleem. Ben je overdag steeds moe en slecht geconcentreerd, bespreek het dan met je huisarts.
Symptomen van slapeloosheid
De kernsymptomen van slapeloosheid treden ’s nachts op: moeilijk in slaap vallen, vaak wakker worden, te vroeg wakker worden en niet meer in slaap komen, en slaap die licht of niet verkwikkend voelt, ook na genoeg uren in bed. Deze patronen kunnen per nacht verschillen. Veel mensen met slapeloosheid liggen ook wakker te piekeren over het niet kunnen slapen, en dat maakt inslapen juist nog moeilijker.
Omdat slapeloosheid de herstellende slaap beperkt, merk je de gevolgen vaak overdag net zo goed als ’s nachts. Veelvoorkomende klachten overdag zijn moeheid en weinig energie, slecht kunnen concentreren of dingen onthouden, prikkelbaarheid of somberheid, spanningshoofdpijn en slaperigheid die je werk, school of veiligheid in het verkeer kan beïnvloeden. Thuisarts noemt ook snel boos zijn of huilen, minder kunnen doen dan eerst en trager reageren. Als deze klachten overdag samen met slecht slapen blijven bestaan, onderscheidt dat slapeloosheid van een gewone slechte nacht.
Waarom pieker ik ’s nachts?
’s Nachts zijn er minder afleidingen, waardoor zorgen meer ruimte krijgen. Als je slecht slaapt, kunnen je hersenen je bed bovendien gaan koppelen aan wakker liggen en piekeren. Ontspanningsoefeningen, je bed alleen gebruiken om te slapen en opstaan als je niet kunt slapen, helpen om die koppeling te doorbreken.
Slapeloosheid oorzaken: welke ziekte veroorzaakt slapeloosheid?
Slapeloosheid heeft vaak meer dan één oorzaak tegelijk. Stress is een van de meest voorkomende aanleidingen, bijvoorbeeld door problemen op je werk, in je relatie of met geld. Als je de aanhoudende zorgen van een angststoornis herkent of de somberheid en moeheid bij depressie, begrijp je waarom zoveel gevallen samenhangen met psychische gezondheid: ongeveer de helft van de mensen met chronische slapeloosheid heeft ook een psychische aandoening. Ook slechte slaapgewoontes dragen bij, zoals onregelmatige bedtijden en opstaantijden, op je telefoon kijken in bed, laat op de dag een dutje doen en ’s avonds koffie of alcohol drinken. Ploegendienst en jetlag kunnen de biologische klok zo verstoren dat je langdurig slecht slaapt.
Sommige medicijnen kunnen je slaap verstoren, zoals bepaalde antidepressiva, astmamedicijnen en vrij verkrijgbare middelen met stimulerende stoffen. Ook lichamelijke aandoeningen dragen vaak bij: chronische pijn, het rustelozebenensyndroom, slaapapneu, schildklierproblemen, maagzuur (refluxziekte) en de hormonale veranderingen van de overgang. Thuisarts noemt daarnaast jeuk, hoesten, ’s nachts moeten plassen, oorsuizen, opvliegers en kramp in je kuiten. Omdat slapeloosheid zo vaak samengaat met een andere aandoening, is het vinden en behandelen van die onderliggende oorzaak vaak een belangrijk deel van de oplossing.
Hoe stelt je huisarts slapeloosheid vast?
Je huisarts stelt slapeloosheid vast met een gesprek over je slaap, je gewoontes en je klachten overdag, eventueel met lichamelijk onderzoek, en niet met één bepaalde test. Omdat het lastig is je slaappatroon uit je geheugen precies te beschrijven, vraagt de huisarts vaak om een of twee weken een slaapdagboek bij te houden. Thuisarts heeft daar een eigen slaapdagboek voor. Soms wordt het patroon daarnaast objectief gemeten.
| Onderzoek | Wat het inhoudt |
|---|---|
| Gesprek over je slaap en lichamelijk onderzoek | De huisarts bespreekt je slaappatroon, gewoontes, medicijnen en klachten overdag |
| Slaapdagboek | Een notitie van 1 tot 2 weken over bedtijd, opstaantijd, dutjes en koffie- of alcoholgebruik |
| Actigrafie | Een bewegingsmeter om je pols die je 3 tot 14 dagen draagt om slaap- en waaktijden te schatten |
| Polysomnografie (slaaponderzoek) | Een nachtelijk onderzoek in een slaapcentrum, alleen bij een vermoeden van slaapapneu, narcolepsie of een stoornis in het dag-nachtritme |
Omdat er geen labtest voor slapeloosheid bestaat, speelt bloedonderzoek een ondersteunende rol. Het dient vooral om een lichamelijke oorzaak te vinden of uit te sluiten, niet om de diagnose te bevestigen. Daarbij kan de huisarts kijken naar de versnelde stofwisseling bij hyperthyreoïdie of onderzoeken of het gaat om de ademstops bij slaapapneu, twee aandoeningen die op slapeloosheid kunnen lijken of het erger maken, maar anders worden behandeld. Bij een vermoeden van een lichamelijke oorzaak kan de huisarts ook het schildklierstimulerend hormoon (TSH) laten bepalen, de cortisolwaarde als maat voor stress bekijken of de magnesiumwaarde voor zenuwen en spieren meten, omdat een verstoring in elk van deze waarden de slaap kan beïnvloeden. Een normale uitslag sluit slapeloosheid niet uit, maar helpt wel te bevestigen dat het slaapprobleem op zichzelf staat en geen teken is van iets anders. Als je weet hoe markeringen en referentiewaarden op je labuitslag tot vervolgstappen leiden, kun je deze uitslagen makkelijker met je huisarts bespreken.
Hoe kom ik van slapeloosheid af?
Van slapeloosheid kom je het best af met cognitieve gedragstherapie voor slapeloosheid (CGT-I), die als eerste behandeling wordt aanbevolen en op lange termijn minstens zo goed werkt als slaappillen. Het effect houdt ook vaak langer aan na het stoppen van de behandeling. Het is een gestructureerd programma van een aantal weken dat de gewoontes en gedachten aanpakt die slapeloosheid in stand houden, in plaats van je hersenen één nacht te verdoven. Bij kortdurende slapeloosheid is het vaak al genoeg om de aanleiding aan te pakken en de slaapadviezen te volgen.
In Nederland kies je volgens Thuisarts samen met je huisarts een behandeling als je slecht blijft slapen ondanks de slaapadviezen. Dat kan een online slaapcursus of een cursus via een boek zijn, een slaapcursus bij een ggz-centrum of de thuiszorg, begeleiding door de praktijkondersteuner (POH) in sommige huisartspraktijken, slaap-oefentherapie, of behandeling bij een psycholoog als je ook veel angst- of depressieklachten hebt. In elke behandeling zitten een of meer van deze onderdelen: ontspanningsoefeningen, leren om je bed weer met slapen te verbinden, en korter in bed liggen om sneller in slaap te vallen en beter door te slapen.
| Aanpak | Rol |
|---|---|
| CGT-I (cognitieve gedragstherapie voor slapeloosheid) | Eerste keus; traint slaapgewoontes en gedachten die nachtelijk piekeren voeden, met een effect dat vaak langer aanhoudt dan dat van medicijnen |
| Slaapadviezen en andere gewoontes | Ondersteunen andere behandelingen met een vast ritme en minder koffie, alcohol en schermen in de avond |
| Duale orexinereceptorantagonisten | Nieuwere slaapmedicijnen op recept die waaksignalen in de hersenen blokkeren in plaats van je breed te verdoven |
| Andere slaapmiddelen | Oudere slaap- en kalmeringsmiddelen die kort kunnen helpen, maar bij langer gebruik meer kans geven op verslaving en bijwerkingen |
Medicijnen kunnen een rol spelen, vooral bij kortdurende slapeloosheid of naast CGT-I, maar zijn bedoeld voor voorzichtig en tijdelijk gebruik. Thuisarts is daar duidelijk over: slik slaappillen maximaal 2 weken en liefst af en toe, bijvoorbeeld de ene avond wel en de twee avonden daarna niet. Slaappillen laten je gemiddeld ongeveer 20 minuten eerder in slaap vallen en maximaal 50 minuten langer slapen, en na 2 weken helpen ze steeds minder. Ze geven ook bijwerkingen, zoals slaperigheid overdag, vergeetachtigheid en meer kans om te vallen en een bot te breken, en je mag in de 8 uur na een slaappil niet autorijden. Een nieuwere groep medicijnen, de duale orexinereceptorantagonisten, werkt anders dan de oudere slaapmiddelen en heeft steeds meer bewijs achter zich, ook bij ouderen. Omdat CGT-I en medicijnen op verschillende manieren werken, kan je huisarts samen met jou bepalen wat het beste past: alleen therapie, alleen medicijnen of een combinatie.
Leven met slapeloosheid en de vooruitzichten
De meeste mensen met slapeloosheid gaan duidelijk vooruit zodra ze met een behandeling beginnen, vooral met CGT-I, en velen kunnen daarna zelf moeilijke periodes opvangen omdat ze de vaardigheden hebben geleerd. Slapeloosheid kan in je leven komen en gaan, vaak in stressvolle periodes of bij grote veranderingen. Maar een eerdere periode betekent niet dat de volgende even erg of even moeilijk te behandelen is. Als je vroege signalen herkent, zoals weer onregelmatig slapen of opnieuw piekeren over je slaap, kun je op tijd kleine aanpassingen doen voordat het patroon zich weer vastzet.
Vaste gewoontes maken een echt verschil: elke dag rond dezelfde tijd naar bed gaan en opstaan, je bed alleen gebruiken om te slapen, ’s avonds weinig koffie en alcohol drinken, en overdag daglicht en beweging opzoeken. Onbehandelde chronische slapeloosheid hangt samen met een grotere kans op angst, depressie en andere gezondheidsproblemen. Het loont dus om je slaap te blijven aanpakken in plaats van eromheen te leven. Met een goed plan slapen de meeste mensen met slapeloosheid weer goed genoeg om zich overdag weer zichzelf te voelen.
Nieuw wetenschappelijk onderzoek naar slapeloosheid
Recent onderzoek richt zich op hoe je de twee hoofdbehandelingen, gedragstherapie en medicijnen, het best combineert en hoe meer mensen toegang krijgen tot de eerste-keusbehandeling. Volgens onderzoek dat in PubMed is opgenomen, bevestigde een richtlijn uit 2026 van de American Academy of Sleep Medicine dat cognitieve gedragstherapie voor slapeloosheid de meest effectieve eerste behandeling is. De richtlijn geeft een voorwaardelijke voorkeur aan CGT-I plus medicijnen boven alleen medicijnen, maar raadt af om standaard medicijnen toe te voegen aan CGT-I als CGT-I alleen een optie is (Buysse e.a., 2026). Wat betekent dit voor jou? Beginnen met CGT-I geeft nog steeds de beste kans op blijvende verbetering, en een slaapmiddel toevoegen is een kwestie van persoonlijke voorkeur, geen standaard extra stap. Een systematische review en meta-analyse uit 2026 van vijf gerandomiseerde studies, met 309 mensen die digitale CGT-I gebruikten en 249 in een controlegroep, vond dat CGT-I via een app of website de ernst van de slapeloosheid matig tot sterk verminderde, en dat dit tot twaalf maanden bleef (Rawcliffe en Pereira, 2026). Wat betekent dit voor jou? Is er geen getrainde therapeut in de buurt, dan kan een goed opgezet online programma dezelfde eerste-keusbehandeling geven, met blijvend resultaat. Dat sluit aan bij het advies van Thuisarts om een online slaapcursus te overwegen.
Ook het onderzoek naar medicijnen is verder gekomen, vooral voor ouderen, die gevoeliger zijn voor de bijwerkingen van oudere slaapmiddelen. Een systematische review en meta-analyse uit 2026 met gegevens van 2.235 ouderen die een duale orexinereceptorantagonist kregen en 1.409 in een controlegroep, vond dat deze middelen de tijd wakker na het inslapen en de tijd tot inslapen verkortten, en de totale slaaptijd na één en drie maanden verlengden. Van de drie goedgekeurde middelen had daridorexant het gunstigste bijwerkingenprofiel; de andere twee gaven iets vaker niet-ernstige bijwerkingen dan een placebo (Rollo e.a., 2026). Wat betekent dit voor jou? Voor ouderen die naast of in plaats van therapie medicijnen nodig hebben, zijn deze middelen goed onderzocht. Welk middel precies wordt gebruikt, kan bepalen hoe goed je het verdraagt, en of het in jouw situatie past en vergoed wordt, bespreek je met je huisarts.
Begrippen rond slapeloosheid
| Begrip | Uitleg |
|---|---|
| Chronische slapeloosheid | Moeite met in- of doorslapen op minstens drie nachten per week, drie maanden of langer. |
| Acute slapeloosheid | Kortdurende slaapproblemen van dagen tot een paar weken, vaak met een duidelijke aanleiding zoals stress of een reis. |
| Slaapdagboek | Een dagelijkse notitie van bedtijd, opstaantijd, dutjes en gewoontes om je slaappatroon vast te leggen. |
| Actigrafie | Een sensor om je pols die over een aantal dagen uit je bewegingen schat wanneer je slaapt en wakker bent. |
| Polysomnografie | Een nachtelijk slaaponderzoek in een slaapcentrum, als een andere stoornis zoals slaapapneu wordt vermoed. |
| CGT-I | Cognitieve gedragstherapie voor slapeloosheid, een gestructureerd programma dat slaapgewoontes en gedachten over slaap verandert. |
| Duale orexinereceptorantagonist | Een nieuwer type slaapmedicijn dat waakmakende stoffen in de hersenen blokkeert in plaats van de hersenen breed te verdoven. |
Veelgestelde vragen over slapeloosheid
Wat is het verschil tussen acute en chronische slapeloosheid?
Acute slapeloosheid is kortdurend, van een paar dagen tot een paar weken, en komt meestal door een duidelijke aanleiding zoals stress, een reis of een ander rooster. Chronische slapeloosheid betekent dat je minstens drie nachten per week moeite hebt met in- of doorslapen of te vroeg wakker wordt, drie maanden of langer. Chronische slapeloosheid vraagt meestal om een gestructureerde aanpak, meestal CGT-I.
Is slapeloosheid een symptoom van depressie?
Ja, slecht slapen is een veelvoorkomend symptoom van depressie, en ook van angst. Andersom vergroot langdurige slapeloosheid de kans op depressie. Ongeveer de helft van de mensen met chronische slapeloosheid heeft ook een psychische aandoening. Daarom pakt een behandeling vaak beide samen aan. Voel je je somber of heb je nergens zin meer in, bespreek dat dan met je huisarts.
Wat zijn de symptomen van een slaapstoornis?
Bij slapeloosheid heb je moeite met inslapen, word je vaak of te vroeg wakker en voelt je slaap niet verkwikkend, met moeheid, concentratieproblemen en prikkelbaarheid overdag. Andere slaapstoornissen geven andere signalen: bij slaapapneu snurk je vaak hard met ademstops en ben je overdag erg slaperig, bij het rustelozebenensyndroom heb je ’s avonds een onrustig gevoel in je benen.
Moet ik een slaaponderzoek laten doen?
De meeste mensen met slapeloosheid hebben geen slaaponderzoek nodig. De huisarts stelt de diagnose met een gesprek en vaak een slaapdagboek van een of twee weken. Een nachtelijk slaaponderzoek (polysomnografie) is alleen nodig als een andere stoornis wordt vermoed, zoals slaapapneu of narcolepsie. Dan verwijst de huisarts je naar een slaapcentrum.
Welk bloedonderzoek zoekt naar oorzaken van slapeloosheid?
Geen enkele bloedtest kan slapeloosheid zelf aantonen, maar de huisarts kan bijvoorbeeld TSH, cortisol of magnesium laten bepalen om een lichamelijke oorzaak op te sporen. Die tests zijn vooral nuttig als slapeloosheid niet reageert op de eerste behandeling of als andere klachten wijzen op een onderliggende aandoening.
Wat is de eerste behandeling bij slapeloosheid?
Cognitieve gedragstherapie voor slapeloosheid (CGT-I) is de aanbevolen eerste behandeling bij chronische slapeloosheid. Op termijn werkt het minstens zo goed als medicijnen, met een effect dat langer aanhoudt na de behandeling. Het is in Nederland beschikbaar via online programma’s, boeken, slaapcursussen, de praktijkondersteuner en psychologen.
Wat zijn duale orexinereceptorantagonisten?
Duale orexinereceptorantagonisten zijn een nieuwere groep slaapmedicijnen op recept die waakmakende stoffen in de hersenen blokkeren in plaats van de hersenen breed te verdoven. Onderzoek laat zien dat ze de tijd tot inslapen kunnen verkorten en de totale slaaptijd kunnen verlengen, ook bij ouderen. De goedgekeurde middelen verschillen wel wat in bijwerkingen.
Bronnen
- Thuisarts (NHG) — Ik slaap slecht. Wat kan het zijn? — Thuisarts.nl, geraadpleegd 2026 — thuisarts.nl
- Thuisarts (NHG) — Ik blijf slecht slapen en kies een behandeling — Thuisarts.nl, geraadpleegd 2026 — thuisarts.nl
- Thuisarts (NHG) — Ik ga slaappillen slikken — Thuisarts.nl, geraadpleegd 2026 — thuisarts.nl
- Thuisarts (NHG) — Slaapdagboek invullen — Thuisarts.nl, geraadpleegd 2026 — thuisarts.nl
- National Heart, Lung, and Blood Institute — Insomnia — NHLBI, National Institutes of Health, 2024 (Engelstalig) — nhlbi.nih.gov
- MedlinePlus, National Library of Medicine — Insomnia — MedlinePlus, 2024 (Engelstalig) — medlineplus.gov
- Mayo Clinic — Insomnia: Diagnosis and Treatment — Mayo Clinic, 2023 (Engelstalig) — mayoclinic.org
- Buysse DJ, e.a. — Combination treatment for chronic insomnia disorder in adults: an American Academy of Sleep Medicine clinical practice guideline — Journal of Clinical Sleep Medicine, 2026 (Engelstalig) — doi.org/10.1007/s44470-025-00038-8
- Rollo E, e.a. — Treatment of chronic insomnia in elderly adults with dual orexin receptor antagonists: a systematic review and meta-analysis — Sleep, 2026 (Engelstalig) — doi.org/10.1093/sleep/zsag135
- Rawcliffe AJ, Pereira SIR — Efficacy of digital cognitive behavioural therapy for insomnia in Armed Forces and Veteran populations – A systematic review and meta-analysis of randomised controlled trials — Sleep Medicine, 2026 (Engelstalig) — doi.org/10.1016/j.sleep.2026.108974
Verder lezen
- Lees wat een schildklierhormoon zegt over slaap en energie op onze pagina over de TSH-waarde in je bloed.
- Ontdek hoe een stresshormoon je nachtrust kan beïnvloeden op onze pagina over cortisol in je bloed.
- Lees meer over een mineraal dat zenuwen en spieren helpt ontspannen op onze pagina over magnesium in je bloed.
- Ontdek een aandoening die de moeheid overdag met slapeloosheid deelt in ons artikel over de overlap met het chronisch vermoeidheidssyndroom.
- Leer je uitslag zelf lezen met onze gids over referentiewaarden, markeringen en vervolgstappen op je labuitslag.
Begrijp je labuitslag met BloodSense
Slapeloosheid zelf wordt niet met een labtest bevestigd. Maar het bloedonderzoek dat soms bij slaapproblemen wordt gedaan, zoals TSH (in mU/L), cortisol en magnesium, kan een behandelbare oorzaak van slecht slapen aan het licht brengen of die met meer zekerheid uitsluiten. Als je ziet waar elke waarde staat ten opzichte van de referentiewaarden van je lab, kun je de uitslag makkelijker met je huisarts bespreken, zeker als slaapproblemen samengaan met moeheid, stemmingswisselingen of andere klachten.
BloodSense zet je labuitslag om in begrijpelijke taal, met uitleg bij elke marker en een lijst met vragen om aan je huisarts te stellen. Het BloodSense-rapport wordt gemaakt door kunstmatige intelligentie, alleen ter informatie. Het is geen diagnose en vervangt het oordeel van je huisarts niet.



