Fasciitis plantaris, in Nederland vaak hielspoor genoemd, is de meest voorkomende reden dat volwassenen wakker worden met een stekende pijn onder de hiel die na een paar minuten lopen wegzakt en na elk lang zitten terugkomt. Het gaat om de stevige peesplaat die van het hielbeen naar de tenen loopt, en een zorgverlener stelt de diagnose door naar je verhaal te luisteren en op je voet te drukken. Geen bloedtest bevestigt het. Thuisarts zegt het geruststellend: het gaat meestal vanzelf over, vaak binnen een jaar.

In dit artikel lees je hoe het klassieke pijnpatroon eruitziet, welke andere hielproblemen ermee worden verward, wat het bewijs echt zegt over rekoefeningen, zooltjes, een nachtspalk, shockwave en injecties, hoe lang herstel eerlijk gezegd duurt, en in welke beperkte situaties labonderzoek iets toevoegt.

Wat is fasciitis plantaris?

De fascia plantaris (peesplaat) is een brede, stevige plaat bindweefsel onder de voetboog. Ze zit vast aan de binnenkant van het hielbeen en waaiert naar voren uit naar de basis van de tenen. Bij elke afzet werkt ze als een boogpees: ze spant aan om de voetboog stevig te maken. Fasciitis plantaris ontstaat waar die aanhechting het bot raakt, als het weefsel meer belasting krijgt dan het tussen twee belastingen door kan herstellen.

Waarom de naam een beetje misleidt

De uitgang ‘-itis’ suggereert een actieve ontsteking. Als onderzoekers weefsel van langdurige fasciitis plantaris bekijken, zien ze vooral slijtage van de collageenvezels en niet de ontsteking die je bij een infectie of reuma ziet. Daarom spreken veel specialisten nu van fasciopathie plantaris; zo heet ook de Nederlandse specialistenrichtlijn. Het verschil doet ertoe: als het weefsel minder belasting verdraagt, is het logischer om dat stap voor stap op te bouwen met oefeningen dan om met injecties achter een ontsteking aan te gaan.

Wat is erger, hielspoor of peesplaatontsteking?

In het dagelijks taalgebruik worden ze door elkaar gebruikt, maar strikt genomen is een hielspoor een benig uitsteekseltje aan het hielbeen dat je op een röntgenfoto ziet. Volgens het NHG lijkt er geen oorzakelijk verband te zijn tussen zo’n hielspoor en de klachten. De pijn komt van de peesplaat. Het een is dus niet ‘erger’ dan het ander: de klachten en de behandeling zijn hetzelfde.

Hielspoor symptomen: het patroon dat fasciitis plantaris kenmerkt

Startpijn bij de eerste stappen

Het kenmerk is een scherpe pijn onder de hiel bij de eerste stappen uit bed. ’s Nachts verkort de peesplaat, en de eerste belasting ’s ochtends rekt haar plotseling op. Na vijf tot vijftien minuten lopen zakt de pijn tot een doffe pijn. Ze komt terug na lang zitten, bijvoorbeeld bij opstaan van je bureau of na een autorit, en weer laat op een lange dag op de been.

Waar zit de pijn?

Druk met je duim op de binnen-voorkant van het hielbeen. Bij fasciitis plantaris is dat plekje gevoelig en geeft het precies de bekende pijn. Pijn midden in het hielkussen, aan de achterkant van de hiel, langs de voetboog of uitstralend naar de tenen wijst ergens anders op. Fasciitis plantaris zit meestal aan één kant; pijn in beide hielen tegelijk bij een jonge volwassene is een patroon om op te letten.

Wat er meestal niet bij hoort

Fasciitis plantaris geeft geen koorts, zichtbare roodheid, warme zwelling, nachtelijke pijn waar je wakker van wordt, doofheid of ochtendstijfheid die langer dan ongeveer een half uur duurt. Die kenmerken horen bij andere aandoeningen en vragen om een ander onderzoek.

Wat is de oorzaak van pijn aan de binnenkant of onderkant van je hiel?

Fasciitis plantaris is de meest voorkomende oorzaak van pijn onder de hiel, maar zeker niet de enige. De juiste andere mogelijkheden kennen bespaart maanden behandeling van het verkeerde weefsel.

AandoeningWaar het pijn doetWat het anders maakt
Fasciitis plantarisBinnen-voorkant van het hielbeenHet ergst bij de eerste stappen ’s ochtends, zakt bij lopen
Dunner hielkussen (vetkussenatrofie)Midden van het hielkussenDiep gekneusd gevoel dat erger wordt hoe langer je staat, vaak na je zestigste
Stressfractuur van het hielbeenBeide kanten van het hielbeenPijn als je de hiel samenknijpt; na meer hardlopen of marcheren
TarsaletunnelsyndroomBinnenkant enkel, uitstralend naar de voetzoolBranderig, tintelend of doof gevoel, vaak erger ’s nachts dan ’s ochtends
Beknelling van de zenuw van BaxterBinnenkant hiel, soms naar de buitenkant van de zoolConstant branderig, zonder duidelijke piek in de ochtend
Achillespeesklachten bij de aanhechtingAchterkant van de hielGevoelig bij de aanhechting, erger door stugge hielkappen
Ontsteking van peesaanhechtingen (enthesitis)Hiel, vaak beide kanten, plus andere peesaanhechtingenLange ochtendstijfheid, andere gewrichten doen mee, rugpijn die beter wordt bij bewegen
Ziekte van Sever (groeischijf hiel)Achter- en zijkant van de groeiende hielBij actieve kinderen en tieners, niet bij volwassenen

Waardoor ontstaat fasciitis plantaris?

Fasciitis plantaris is in de eerste plaats een belastingprobleem. De peesplaat raakt overbelast als de vraag groter is dan het herstel, en verschillende factoren duwen die balans de verkeerde kant op.

  • Een plotselinge toename van lopen, hardlopen of staan.
  • Beperkte dorsiflexie: de enkel kan de voet niet ver genoeg omhoog buigen. Stijve kuiten dwingen de peesplaat dan om beweging op te vangen die de enkel had moeten leveren. Het NHG noemt dit als aandachtspunt bij onderzoek.
  • Een hoger lichaamsgewicht, dat de trekkracht op de peesplaat bij elke stap verhoogt.
  • Dagen op harde vloeren, of veel zitten afgewisseld met korte periodes van veel bewegen.
  • Een leeftijd tussen 40 en 60 jaar, als weefselherstel trager gaat.
  • Versleten of slecht ondersteunende schoenen, vooral platte, dunne zolen bij lange staande dagen. Thuisarts raadt af om op blote voeten op een harde vloer te lopen.

De vorm van de voet telt minder dan gedacht: platvoeten en holvoeten komen allebei voor bij patiënten, en geen van beide voorspelt het op zichzelf. Een beperkte beweeglijkheid van de enkel is de constantere bevinding, en een van de weinige risicofactoren die je kunt veranderen. In een onderzoek bij volwassenen met knieartrose had ongeveer de helft ook hielpijn, en een verdikte peesplaat op beeldvorming kwam bij de meerderheid voor, met een beperkte enkelbeweging als gemeenschappelijke factor. Stijve, pijnlijke knieën en heupen die erger zijn na activiteit passen meestal bij artrose van knie en heup.

Hoe wordt fasciitis plantaris vastgesteld, en wanneer doet bloedonderzoek ertoe?

Het is een klinische diagnose. In de meeste gevallen stelt de huisarts haar in één consult, zonder foto en zonder labonderzoek.

Het onderzoek en beeldvorming

De huisarts luistert naar je verhaal en zoekt de gevoelige plek aan de binnenkant van de hiel. Bij de windlass-test wordt de grote teen omhoog getrokken terwijl de voet belast is; de peesplaat spant aan en de pijn komt terug. Bij de knijptest wordt het hielbeen van twee kanten samengedrukt; dat doet pijn bij een stressfractuur, maar meestal niet bij fasciitis plantaris. Beeldvorming is zelden nodig. Thuisarts zegt kortweg: een röntgenfoto is niet nodig. Het NHG adviseert alleen een röntgenfoto bij twijfel over een stressfractuur, en geen foto om een hielspoor aan te tonen. Let wel: een stressfractuur is niet altijd zichtbaar op een röntgenfoto. Echografie laat soms een verdikte peesplaat bij de aanhechting zien, en een MRI is voor hardnekkige gevallen of een vermoeden van een stressfractuur of zenuwbeknelling.

Het eerlijke verhaal over labonderzoek

Geen bloedtest stelt fasciitis plantaris vast, en bij een gewoon geval, pijn aan één hiel bij een volwassene met de klassieke startpijn, is bloedonderzoek niet nodig. Een pakket aanvragen kost geld, gaat meestal van je eigen risico af en geeft onrust, zonder dat het plan verandert.

Bloedonderzoek verdient alleen een plek als het beeld ongewoon is: pijn in beide hielen bij een jonge volwassene, ochtendstijfheid die uren duurt, andere gezwollen gewrichten, ontstekingsachtige rugpijn, psoriasis, een chronische darmontsteking, of algemene klachten zoals afvallen of koorts. Dan is de vraag niet meer of het fasciitis plantaris is, maar of een ontstekings- of stofwisselingsziekte achter de hielpijn zit. Een arts kan dan het volgende overwegen.

  • Ontstekingswaarden. Een verhoogde uitslag wijst eerder op een ontsteking in het hele lichaam dan op een mechanisch probleem. Een arts kan dan een CRP-test aanvragen, en vaak ook de BSE (bezinking), die ontsteking over een langere periode weerspiegelt.
  • HLA-B27, een erfelijke marker die samenhangt met spondyloartritis (een reumatische ontstekingsziekte), alleen als het verhaal echt op een ontsteking van peesaanhechtingen wijst. Het is een aanwijzing, geen oordeel: veel dragers krijgen de ziekte nooit.
  • Urinezuur, als je eerder een plotselinge, rode, heel pijnlijke gewrichtsaanval had die past bij een jichtaanval. Jicht kan enkel en middenvoet raken, dus wie zo’n voorgeschiedenis heeft, kan een urinezuurmeting in het bloed nodig hebben.
  • Bloedsuikerregeling. Voetproblemen komen vaker voor en herstellen trager bij mensen met diabetes, en de regeling op lange termijn wordt gevolgd met een HbA1c-meting (in mmol/mol).
  • Vitamine D, als er naast de hielpijn uitgebreide bot- en spierpijn is. Veel mensen gaan dan op zoek naar uitleg over een lage vitamine D.
  • Een uitgangsmeting bij onverklaarde algemene klachten, meestal met een bloedbeeld.

Zijn meerdere gewrichten aangedaan, dan kan een reumatoloog een ANA-test toevoegen, omdat symmetrische zwelling van de kleine gewrichten van handen en voeten eerder past bij reumatoïde artritis. Niets daarvan verandert de kernboodschap: bij gewone fasciitis plantaris heeft het laboratorium niets toe te voegen.

Hielspoor behandeling: wat het bewijs zegt

Meer dan acht op de tien mensen met fasciitis plantaris herstellen zonder operatie. Herstel gaat langzaam en er zijn veel behandelingen, dus het helpt te weten wat echt bewijs heeft. Belangrijk Nederlands verschil: de NHG-Behandelrichtlijn voor de huisarts is terughoudend. Bij ernstige of langdurige klachten hebben rekoefeningen, inlegzolen, een nachtspalk of tapen de voorkeur, met de eerlijke kanttekening dat de werkzaamheid onzeker is. Dry needling, shockwave en een corticosteroïdinjectie beveelt het NHG niet aan.

Rekken en belasten: de basis

  • Rekken van de peesplaat. Ga zitten, leg de pijnlijke voet over de andere knie, trek de tenen naar je scheenbeen tot de voetboog spant, houd twintig seconden vast, drie keer herhalen, drie keer per dag. Dit in bed doen voordat je opstaat, maakt de startpijn minder.
  • Kuitrekken en opbouwende hielheffingen. Staand de kuit rekken herstelt de enkelbeweging. Zodra de pijn het toelaat, belasten langzame hielheffingen met de tenen op een opgerolde handdoek de peesplaat bewust, zodat ze meer gaat verdragen in plaats van dat je belasting vermijdt. Bouw elke één tot twee weken op. Volgens praktijkervaring die het NHG noemt, kan drie maanden lang rekoefeningen doen helpen.

Schoenen en zooltjes

Schoenen met een stevige hielkap, een klein hakverschil en voldoende demping verminderen de belasting tijdens de uren dat je op je benen staat. Kant-en-klare steunzolen zijn een verstandig begin: voor de meeste mensen werken ze in de eerste maanden ongeveer even goed als maatwerk, en ze zijn veel goedkoper. Zolen op maat van een podotherapeut zijn het bespreken waard als een bepaalde voetvorm of je werk dat nodig maakt. Hoe dan ook: zolen verminderen de pijn zolang je ze draagt; ze ondersteunen herstel, ze vervangen het niet.

Nachtspalk, pijnstillers en tape

Een nachtspalk of strassburgsok houdt de voet in een hoek van negentig graden, zodat de peesplaat ’s nachts niet verkort, en dat is precies waarom de eerste stap pijn doet. Het helpt een deel van de mensen, vooral als de klachten langer dan zes maanden bestaan. Het nadeel is dat niet iedereen hem verdraagt; een proef van drie tot vier weken laat zien of het bij jou werkt. Een korte kuur ontstekingsremmende pijnstillers kan de pijn genoeg verminderen om te kunnen oefenen, maar verandert het beloop niet. Tapen geeft kortdurende verlichting en test goedkoop of ondersteuning van de voetboog helpt.

Shockwave en injecties

Bij shockwavetherapie (ESWT) krijgt de pijnlijke aanhechting in een paar sessies drukgolven. Internationaal onderzoek ziet het als de best onderbouwde optie als drie tot zes maanden oefenen en andere schoenen niet genoeg hielpen. De Nederlandse specialistenrichtlijn Fasciopathie plantaris (Federatie Medisch Specialisten, 2026) zegt: overweeg shockwave als aanvullende behandeling als je minstens 12 weken goed bent behandeld met uitleg en oefentherapie zonder effect, en pas maximaal 3 sessies toe. Een corticosteroïdinjectie geeft snel verlichting die binnen weken tot een paar maanden wegzakt, en heeft een klein maar echt risico op een dunner hielkussen en een scheur in de peesplaat. De specialistenrichtlijn adviseert terughoudendheid: te overwegen als eerdere behandelingen en pijnstilling niet hielpen. Plaatjesrijk plasma (PRP), gemaakt door de bloedplaatjes uit je eigen bloed te concentreren, is de andere injectie waarover bij langdurige fasciitis plantaris wordt gesproken.

Wat je kunt overslaan, en wanneer een operatie aan de orde is

Therapeutische echografie wordt veel aangeboden, maar hield in recente samenvattingen geen stand, en dry needling en laser laten wisselende resultaten zien in kleine studies. Geen ervan is schadelijk, maar geen ervan mag het belastingswerk vervangen. Het doorsnijden van de peesplaat, meestal via een kijkoperatie, komt pas in beeld na een jaar goed uitgevoerde behandeling zonder operatie, en de resultaten zijn het best als zenuwbeknelling eerst is uitgesloten.

Hoe lang duurt herstel echt?

Fasciitis plantaris verbetert in maanden, niet in dagen. Het NHG schrijft dat de klachten meestal uiteindelijk vanzelf overgaan, maar maanden tot langer dan een jaar hinder kunnen geven. Eerlijke verwachtingen voorkomen veel van-behandeling-naar-behandeling springen.

  • Week 0 tot 6. Belasting doseren, dagelijks rekken, betere schoenen. De ochtendpijn wordt meestal eerst korter en pas daarna minder fel. Sommige mensen merken weinig verandering, en dat is normaal.
  • Week 6 tot 12. Opbouwende krachtoefeningen erbij. Functie verbetert eerder dan de pijn verdwijnt, dus loopafstand en hoe lang je kunt staan zijn betere maatstaven.
  • Maand 3 tot 6. De meeste mensen zijn flink beter. Dit is het moment om shockwave te bespreken als de vooruitgang stilvalt.
  • Maand 6 tot 12. Hardnekkige gevallen. Kijk opnieuw naar de diagnose in plaats van blind op te schalen, en denk aan zenuwbeknelling, een stressfractuur of een ontstekingsoorzaak.

Twee dingen voorspellen naast weefselfactoren een trager herstel: angst om de voet te belasten en de neiging om het ergste te verwachten van de pijn. Beide reageren op uitleg en stapsgewijs meer doen.

Kun je doorlopen met een peesplaatontsteking?

Ja, met mate. Volledige rust helpt niet, want de peesplaat moet juist weer belasting leren verdragen. Maar door scherpe pijn heen lopen en de belasting steeds verder opvoeren houdt het probleem in stand. Een vuistregel: lichte pijn tijdens het lopen die de volgende ochtend niet erger is, is meestal acceptabel. Fietsen en zwemmen zijn goede manieren om in beweging te blijven.

Wanneer ga je naar de huisarts?

  • Hielpijn die na zes weken goede zelfzorg niet beter is.
  • Doofheid, tintelingen of een branderig gevoel naar de voetzool of tenen.
  • Pijn in beide hielen tegelijk, vooral onder de 45 jaar.
  • Ochtendstijfheid die langer dan een uur duurt, of lage rugstijfheid die beter wordt bij bewegen.
  • Zwelling, warmte of roodheid over de hiel, koorts of afvallen.
  • Pijn die begon na meer hardlopen en pijn doet als je de hiel samenknijpt.
  • Elke hielpijn bij iemand met diabetes, een slechte doorbloeding of een verminderde afweer.

Nieuwste wetenschappelijke inzichten

Onderzoek van de afgelopen drie jaar heeft verfijnd welke behandelingen hun naam waarmaken, in gewone taal.

Shockwave is voorbijgestreefd aan injecties met corticosteroïden

Een samengevoegde analyse van zestien gerandomiseerde studies vergeleek shockwave met een corticosteroïdinjectie en vond shockwave beter voor pijn, voor de dikte van de peesplaat op echo en voor de functie van de voet na drie en zes maanden. Wat betekent dit voor jou? Hebben oefeningen en schoenen na een paar maanden niet genoeg geholpen, dan is shockwave beter onderbouwd dan een injectie, en vermijd je het risico op een dunner hielkussen. In Nederland is de huisartsenrichtlijn hier terughoudender dan de specialistenrichtlijn; bespreek het met je huisarts of sportarts.

PRP lijkt iets beter dan corticosteroïden voor de functie

Bij patiënten met langdurige hielpijn kregen degenen met PRP na zes maanden meer dagelijkse voetfunctie terug dan degenen met een corticosteroïdinjectie. De pijnscores verschilden minder. Wat betekent dit voor jou? Het is het bespreken waard bij hardnekkige klachten, maar het voordeel is bescheiden, en het onderzoek keek terug naar bestaande dossiers in plaats van behandelingen vooraf toe te wijzen, dus het is niet het laatste woord.

Passieve fysiotherapieapparaten worden lager ingeschat

Twee recente overzichten waren het eens. Het ene vond dat therapeutische echografie, het apparaat dat geluidsgolven via gel geeft, de pijn niet verminderde, alleen of naast oefeningen. Het andere bundelde eenentwintig studies naar verschillende fysiotherapietechnieken en vond de effecten op pijn en functie in de eerste maand klein en wisselend; de zekerheid was laag. Wat betekent dit voor jou? Verwacht weinig in de eerste vier weken, en wees voorzichtig met een praktijk die vooral op passieve apparaten leunt. Het actieve deel van de revalidatie levert het resultaat.

Eerst de andere oorzaken uitsluiten

Een op bewijs gebaseerd kader uit 2025 deelt dertig behandelingen in vier stappen in, van eenvoudige maatregelen tot een operatie, en begint met het uitsluiten van tarsaletunnelsyndroom en een stressfractuur van het hielbeen. Een nationaal expertpanel legde in 2024 dezelfde nadruk. Wat betekent dit voor jou? Een goede eerste afspraak besteedt evenveel aandacht aan andere oorzaken uitsluiten als aan oefeningen voorschrijven.

Echo kan ontstekings- van mechanische hielpijn onderscheiden

Een grote studie in meerdere centra vergeleek mensen met spondyloartritis, een ontstekingsziekte van de wervelkolom en peesaanhechtingen, met mensen met artrose of fibromyalgie. Bepaalde echotekenen, vooral meer doorbloeding bij de aanhechting, kwamen veel vaker voor in de ontstekingsgroep. Wat betekent dit voor jou? Is de hielpijn aan twee kanten of zijn er andere gewrichtsklachten, dan kunnen een gerichte echo en een paar bloedtesten uitmaken of het probleem mechanisch is of door ontsteking komt.

Woordenlijst

BegripBetekenis
Fascia plantaris (peesplaat)De stevige plaat bindweefsel van het hielbeen naar de basis van de tenen, die de voetboog ondersteunt.
Enthese (aanhechting)De plek waar een pees of band aan het bot vastzit. Hier begint fasciitis plantaris.
HielspoorBenig uitsteekseltje aan het hielbeen, zichtbaar op een röntgenfoto. Lijkt niet de oorzaak van de pijn te zijn; in de volksmond ook de naam voor fasciitis plantaris.
Windlass-testOnderzoek waarbij de grote teen omhoog wordt getrokken om de peesplaat te spannen en de pijn op te wekken.
DorsiflexieDe voet bij de enkel omhoog buigen. Een beperkte dorsiflexie is een van de meest constante risicofactoren voor hielpijn.
Shockwavetherapie (ESWT)Behandeling die drukgolven door de huid naar een pijnlijke pees- of bandaanhechting stuurt.
Plaatjesrijk plasma (PRP)Injectie gemaakt van je eigen bloed, gecentrifugeerd om de bloedplaatjes en groeifactoren te concentreren.
SteunzoolInlegzool die de voet ondersteunt of de belasting verdeelt; kant-en-klaar of op maat van een podotherapeut.
VetkussenatrofieDunner worden van het natuurlijke kussen onder het hielbeen, met een gekneusd gevoel dat erger wordt bij lang staan.
HLA-B27Erfelijke marker die vaker voorkomt bij spondyloartritis. Drager zijn betekent niet dat je de ziekte hebt.

Veelgestelde vragen

Hoe lang duurt fasciitis plantaris?

De meeste mensen zijn na drie tot zes maanden goede behandeling flink beter, en de grote meerderheid herstelt binnen een jaar zonder operatie. Thuisarts zegt dat het meestal vanzelf overgaat, vaak binnen een jaar. De ochtendpijn wordt meestal eerst korter en pas daarna minder fel. Een hiel die twee minuten pijn doet in plaats van vijftien, is dus vooruitgang, ook als de piek hetzelfde voelt. Bij een klein deel duurt het langer dan twaalf maanden; kijk dan opnieuw naar de diagnose in plaats van meer van hetzelfde te doen.

Waaraan merk je dat fasciitis plantaris geneest?

Let op wat je kunt, niet alleen op de pijn. Betrouwbare tekenen zijn een kortere pijnscheut ’s ochtends, minder pijn na zitten, verder lopen of langer staan voordat de klachten beginnen, en minder strikt steunende schoenen in huis nodig hebben. Pijn die van scherp naar dof is gegaan en laat op de dag niet meer opspeelt, wijst ook de goede kant op. Vooruitgang gaat zelden in een rechte lijn, en een slechte dag na een lange wandeling maakt de trend niet ongedaan.

Wat moet je niet doen bij een peesplaatontsteking?

De twee vaakste fouten gaan tegengestelde kanten op. De ene is doorgaan met scherpe hielpijn terwijl je steeds meer gaat doen; dan blijft het weefsel beschadigd raken. De andere is volledige rust, waardoor de peesplaat haar belastbaarheid verliest en de pijn vaak niet verandert. Hard masseren op de gevoelige aanhechting en op blote voeten over harde vloeren lopen zijn twee andere gewoonten om vroeg te stoppen.

Kun je in 1 dag van je hielspoor af?

Nee. Binnen een week kun je de klachten wel verminderen door te rekken voor de eerste stappen, andere schoenen te dragen en minder te belasten, en die verlichting is echt. Maar het weefsel heeft maanden nodig om te herstellen, en een hiel die na zeven dagen goed voelt, speelt meestal weer op als je meteen alles weer doet. Zie snelle verbetering als een signaal om rustig te beginnen met opbouwend belasten, niet als de eindstreep. Huismiddeltjes die snelle genezing beloven, hebben geen bewijs.

Welke oefeningen kun je beter vermijden?

Vermijd wat scherpe hielpijn geeft tijdens of de ochtend na het sporten: heuvel op hardlopen, springen, lange wandelingen op harde vlakke ondergrond in slecht ondersteunende schoenen, en diepe uitvalspassen op blote voeten in het begin. Plotseling meer gaan doen is een groter probleem dan een bepaalde oefening. Fietsen, zwemmen en roeien houden je conditie op peil terwijl de voet herstelt. De meeste mensen kunnen geleidelijk weer hardlopen zodra ze langzame hielheffingen zonder pijn kunnen doen.

Is bloedonderzoek nodig bij fasciitis plantaris?

In een gewoon geval niet. Pijn aan één hiel met klassieke startpijn bij een volwassene wordt vastgesteld met het verhaal en lichamelijk onderzoek; bloedonderzoek bevestigt of sluit het niet uit. Testen wordt zinvol als het beeld ongewoon is: beide hielen bij een jongere volwassene, ochtendstijfheid die uren duurt, andere gewrichten doen mee, ontstekingsachtige rugpijn of algemene klachten. Dan kan een arts ontstekingswaarden, HLA-B27, urinezuur, de bloedsuikerregeling of vitamine D laten bepalen, op zoek naar een andere aandoening achter de hielpijn.

Bronnen

  • Nederlands Huisartsen Genootschap — NHG-Behandelrichtlijn Fasciitis plantaris — richtlijnen.nhg.org, 2021 — richtlijnen.nhg.org
  • Thuisarts (NHG) — Pijn onder mijn voet (hielspoor) — Thuisarts.nl, geraadpleegd 2026 — thuisarts.nl
  • Federatie Medisch Specialisten — Richtlijn Fasciopathie plantaris: startpagina — Richtlijnendatabase, 2026 — richtlijnendatabase.nl
  • Federatie Medisch Specialisten — Richtlijn Fasciopathie plantaris: shockwave therapie — Richtlijnendatabase, 2026 — richtlijnendatabase.nl
  • Federatie Medisch Specialisten — Richtlijn Fasciopathie plantaris: corticosteroïden — Richtlijnendatabase, 2026 — richtlijnendatabase.nl
  • Rijksoverheid — Misverstanden over de zorgverzekering — Rijksoverheid.nl, geraadpleegd 2026 — rijksoverheid.nl
  • Mayo Clinic — Plantar fasciitis: symptoms and causes, 2025 (Engelstalig) — mayoclinic.org
  • Cleveland Clinic — Plantar fasciitis: symptoms, causes and treatment options, 2025 (Engelstalig) — my.clevelandclinic.org
  • MedlinePlus, National Library of Medicine — Heel injuries and disorders, 2025 (Engelstalig) — medlineplus.gov
  • Morancie NA, Irvin L, Rayala BZ — Heel pain: diagnosis and management — American Family Physician, 2025 (Engelstalig) — pubmed.ncbi.nlm.nih.gov
  • Nweke TC — Comprehensive review and evidence-based treatment framework for optimizing plantar fasciitis diagnosis and management — Cureus, 2025 (Engelstalig) — doi.org/10.7759/cureus.88745
  • Cortés-Pérez I, Moreno-Montilla L, Ibáñez-Vera AJ, et al. — Efficacy of extracorporeal shockwave therapy compared to corticosteroid injections on pain, plantar fascia thickness and foot function in patients with plantar fasciitis: a systematic review and meta-analysis — Clinical Rehabilitation, 2024 (Engelstalig) — doi.org/10.1177/02692155241253779
  • Raj S, Sharma C, Sundus H — Effect of different physiotherapeutic interventions in plantar fasciitis: a systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials — Musculoskeletal Care, 2025 (Engelstalig) — doi.org/10.1002/msc.70151
  • Li X, Yang J, Li S, Yang L, Meng D — The efficacy of ultrasound for plantar fasciitis: a systematic review and meta-analysis — Annals of Medicine, 2025 (Engelstalig) — doi.org/10.1080/07853890.2025.2543056
  • Bucak ÖF, Kalaoglu E, Atasoy M, Coskun E — Comparative effectiveness of platelet-rich plasma and steroid injections in chronic plantar fasciitis — Foot & Ankle International, 2025 (Engelstalig) — doi.org/10.1177/10711007251346784
  • Tseng WC, Chen YC, Lee TM, Chen WS — Plantar fasciitis: an updated review — Journal of Medical Ultrasound, 2023 (Engelstalig) — doi.org/10.4103/jmu.jmu_2_23
  • Tan VAK, Tan CC, Yeo NEM, et al. — Consensus statements and guideline for the diagnosis and management of plantar fasciitis — Annals of the Academy of Medicine Singapore, 2024 (Engelstalig) — doi.org/10.47102/annals-acadmedsg.2023211
  • Di Matteo A, Smerilli G, Di Donato S, et al. — Power Doppler signal at the enthesis and bone erosions are the most discriminative OMERACT ultrasound lesions for spondyloarthritis: results from the DEUS multicentre study — Annals of the Rheumatic Diseases, 2024 (Engelstalig) — doi.org/10.1136/ard-2023-225443
  • Miladi S, Bouzid S, Fazaa A, et al. — Is there an association between plantar fasciitis and knee osteoarthritis? — Musculoskeletal Care, 2023 (Engelstalig) — doi.org/10.1002/msc.1784

Verder lezen

Begrijp je labuitslag met BloodSense

De meeste hielpijn vraagt nooit om een bloedtest. Maar als een arts er toch een aanvraagt omdat het patroon ongewoon is, is de uitslag lastig zelf te lezen. BloodSense zet uitslagen zoals CRP, BSE, urinezuur en HbA1c om in heldere uitleg over wat elk getal betekent en welke waarden buiten de referentiewaarden van je lab vallen. Je krijgt ook een lijst met vragen om aan je huisarts te stellen.

Laat je labuitslag binnen enkele minuten uitleggen

De informatie op deze pagina is bedoeld als uitleg en vervangt geen consult bij je huisarts. Het BloodSense-rapport wordt gemaakt door kunstmatige intelligentie, alleen ter informatie. Het is geen diagnose en geen behandeladvies.